
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
majiwari・交り
(交わり) zn. omgang m.; vriendschappelijk verkeer o.; vriendschap v. ¶ 兩性を交 geslachtsomgang; geslachtsgemeenschap. ¶ 交を絶つ vriendschap verbreken; niet meer met alkaar omgaan. ¶ 二線の交 snijding van lijnen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <kruispunt>
クロス kurosu (1) kruis; (2) kruising; kruispunt; (3) [sportt.] kruispass; (4) (geweven) stof; [i.h.b.] laken; doek
交差点 kōsaten kruispunt; kruising; snijpunt; intersectie; [道路の] wegkruising; kruisweg; viersprong
分岐点 bunkiten vertakkingspunt; divergentiepunt; [ook fig.] kruispunt; knooppunt; (weg)kruising; [ook fig.] tweesprong; [fig.] keerpunt
十字路 jūjiro (1) wegkruising; kruispunt; kruising; kruisweg; tweesprong; scheiweg; (2) [fig.] tweesprong; beslissend; cruciaal moment; keerpunt; kruispunt; trefpunt
四つ角 yotsukado wegkruising; kruising; kruispunt; viersprong; kruisweg; kruisende straat; straathoek
四つ yotsu (1) vier; vier stuks; (2) vierde; (3) [Nara;Heian-gesch.] laatste; vierde kwartier van een uur; (4) vier jaar; (5) [premod.gesch.] vierde uur [± tien uur 's ochtends;'s avonds]; (6) kruising; intersectie; (7) [sumō-jargon] yotsu-worstelgreep [greep waarbij de worstelaars elkaars heupgordel met hun ene hand in de ondergreep en met hun andere in de bovengreep houden]; (8) viersprong; [gew.] vierweg; kruispunt; (9) vierendeling; verdeling in vieren
巷 chimata (1) wegsplitsing; wegkruising; kruispunt; tweesprong; kruisweg; scheiweg; (2) grens; scheidslijn; scheiding; perk; (3) straat; binnenstad; centrum; (4) wereld; maatschappij; publiek; man in de straat; (5) plaats van handeling; toneel; terrein
辻 tsuji (1) kruispunt; wegkruising; kruising; viersprong; kruisweg; (2) drukke straat; (3) Tsuji
辻 tsumuji kruispunt; wegkruising; kruising; viersprong; kruisweg
Tijd: 1.1 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'kruispunt').
2005-2026
