日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘lastig vallen’
日蘭辭典 (trefwoord)
jama邪魔
zn. belemmering v.; beletsel o.; hinder m. ¶ お邪魔ですが neem mij niet kwalijk, dat ik u lastig val. ¶ 邪魔な lastig; hinderlijk. ¶ 邪魔する lastig vallen; hinderen. ¶ 邪魔もの lastpost; hinderlijke kerel.
mushin無心
zn. (1) [無邪氣] onschuld v.; geen opzet o. (2) [懇願] aandrang m. ¶ 無心狀 bedelbrief. ¶ の無心を言ふ om geld vragen. ¶ 無心の行動 onwillekeurige handeling. ¶ 無心する lastig vallen om; bedelen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <lastig vallen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
悩ます nayamasu (1) pijnigen; pijn doen lijden; kwellen; (2) last bezorgen; lastig vallen; [veroud.] belasten; [veroud.] beladen; ontrieven; overlast aandoen; vervelen; hinderen; irriteren; ergeren; plagen
構う kamau (1) letten op; betrokken zijn; zorgen voor; bekommerd zijn om; te maken hebben met; (2) zich bemoeien met; storen; belemmeren; hinderen; raken; kunnen schelen; zich aantrekken; bezorgd zijn over; inzitten over; zich bekommeren om; zich bekreunen om; (3) zorgen voor [iemand]; onderhouden; steunen; (4) plagen; lastig vallen
祟る tataru (1) zich wreken; ongeluk aanbrengen; lastig vallen; (2) z'n tol eisen; de rekening presenteren
苦しめる kurushimeru (1) martelen; folteren; kwellen; pijnigen; pijn doen lijden; pijn laten lijden; bedroeven; (2) benauwen; teisteren; bestoken; lastig vallen; [veroud.] beladen; beknellen; storen; vervelen; verdrieten; (3) belasten met; de (lastige) opdracht geven; de uitvoering van iets (vervelends) aan iemand toewijzen; (4) plagen; pesten; sarren; treiteren; judassen
責める semeru (1) verwijten; verwijten maken; verantwoordelijk stellen; ter verantwoording roepen; onder handen nemen; laken; afkeuren; bekritiseren; berispen; hekelen; aan de kaak stellen; op het matje roepen; op de vingers tikken; (2) kwellen; plagen; pijnigen; tormenteren; lastig vallen; tergen; achtervolgen; teisteren; aandringen; pressen; [inform.] drammen; belagen; bestoken; [w.g.] tourmenteren; (3) [馬を] africhten; dresseren; [gew.] beleren; mak maken
邪魔する jamasuru (1) storen; voor de voeten lopen; in de weg lopen; staan; [form.] impediëren; belemmeren; hinderen; [moeilijkheden] in de weg leggen; dwarsbomen; doorkruisen; tegenwerken; dwarszitten; iem. de voet dwars zetten; in iems. vaarwater komen; obstrueren; verstoren; ophouden; lastig vallen; bemoeilijken; beslag leggen op; [m.b.t. gesprek] onderbreken; in de rede vallen; interrumperen; (2) bezoek brengen; bezoeken; een bezoek afleggen; op bezoek; visite komen; op bezoek; visite gaan; opzoeken; langsgaan bij; langskomen; langslopen bij
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.39 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'lastig vallen'). 
2005-2026