日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘belemmering’
日蘭辭典 (trefwoord)
sogai阻害
zn. belemmering v.; beletsel o. ¶ 阻害する belemmeren; hinderen
shishō支障
belemmering v.; beletsel o. ¶ 支障なく zonder bezwaar; ongehinderd.
jama邪魔
zn. belemmering v.; beletsel o.; hinder m. ¶ お邪魔ですが neem mij niet kwalijk, dat ik u lastig val. ¶ 邪魔な lastig; hinderlijk. ¶ 邪魔する lastig vallen; hinderen. ¶ 邪魔もの lastpost; hinderlijke kerel.
koshō故障

zn. [障碍] belemmering v.; beletsel o.; moeilijkheid v.; bedrijfsstoring v.(2) [事故] ongeval o. (3) [異議] bezwaar o.; protest o.(4) [破損] schade v. (5) [缺點] gebrek o. ¶ 故障を言ふ, bezwaar maken; protesteeren. ¶ 故障車 onbruikbare wagen; kapotte wagen. ¶ 故 障なく zonder moeilijkheden; glad; zonder bezwaren; vlot.

yukinayami行惱

(行悩) zn. geen voortgang m.; belemmering v. ¶ 行惱む niet verder kunnen; gestremd zijn; tot stilstand komen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <belemmering>
お荷物 onimotsu (1) uw spullen; bagage; (2) last; belemmering; blok aan het been; sta-in-de-weg; strop; ballast
お邪魔 ojama belemmering; hindernis; hinderpaal; obstakel; beletsel; ongemak; ongerief; overlast; last
ネック nekku (1) nek; hals; (2) kraag; (3) kraaglijn; halslijn; decolleté; (4) knelpunt; bottleneck; obstakel; hinderpaal; belemmering; hindernis; struikelblok
ハンディ handi (1) handicap; belemmering; (2) [sportt.] handicap; voorgift; (3) Handy
ハンディキャップ handikyappu (1) handicap; belemmering; (2) [sportt.] handicap; voorgift
ハンデキャップ handekyappu (1) handicap; belemmering; (2) [sportt.] handicap; voorgift
妨げ samatage belemmering; hinderpaal; obstakel; hindernis; versperring; beletsel; impediment
妨害 bōgai storing; stoornis; verstoring; verhindering; hindering; belemmering; beletsel; hinderpaal; impediment; hinder; obstructie; sta-in-de-weg; blokkering; onderbreking; verijdeling; [i.h.b.] sabotage
妨害物 bōgaibutsu obstakel; hindernis; hinderpaal; belemmering; beletsel; sta-in-de-weg; versperring; obstructie; blokkade; impediment
差し当たり sashiatari (1) op dit ogenblik; moment; nu; voorlopig; voor het ogenblik; moment; alvast; (2) beletsel; belemmering; obstakel
差し支え;差支え;さし支え sashitsukae (1) obstakel; belemmering; hindernis; (2) ongemak; ongerief; bezwaar
支障 shishō belemmering; hindernis; obstakel; beletsel; moeilijkheid
故障 koshō (1) belemmering; beletsel; moeilijkheid; storing; struikelblok; handicap; (2) ongeval; ongeluk; (3) gebrek; defect; tekortkoming; fout; (4) schade; beschadiging; averij; (5) bezwaar; tegenwerping; bedenking; protest; tegenkanting
kase (1) boei; kluister; (2) [fig.] last; belemmering; blok aan het been; handenbinder; (3) steen des aanstoots; aanleiding tot conflict; (4) [ton.] [俳優の] ondersteuning; hulp; attribuut; (5) [muz.] [三味線の] klem; beugel
un (1) ophoping; opeenstapeling; verzameling; opslag; (2) [boeddh.] skandha; (a) stapelen; opslaan; (b) [boeddh.] skandha; (c) bodem; diepste; (d) belemmering; opstopping; (e) zwoel; broeierig
足手纏い ashitematoi handenbinder; hinder; last; belemmering; blok aan het been; sta-in-de-weg
足手纏い ashitemadoi handenbinder; hinder; last; belemmering; blok aan het been; sta-in-de-weg
足手纏い ashidematoi handenbinder; hinder; last; belemmering; blok aan het been; sta-in-de-weg
足枷 ashikase (1) voetkluister; voetboei; voetbeugel; blok; kluisters; boeien; beugels om de voeten; (2) [fig.] last; rem; belemmering; blok aan het been; hinderpaal
足枷 ashigashi (1) voetkluister; voetboei; voetbeugel; blok; kluisters; boeien; beugels om de voeten; (2) [fig.] last; rem; belemmering; blok aan het been; hinderpaal
邪魔 jama (1) verstoring; hinder; stoornis; hindernis; belemmering; obstakel; hinderpaal; sta-in-de-weg; impediment; obstructie; [fig.] last; beletsel; (2) hinderlijk; hinderend; storend; belemmerend; obstructief; obstructionistisch; [fig.] lastig
阻害 sogai belemmering; hindernis; hinderpaal; obstakel; blokkering; beletsel; remming; impediment
障り sawari (1) obstakel; belemmering; beletsel; hindernis; hinderpaal; hindering; verhindering; sta-in-de-weg; klip; impediment; (2) ongemak; kwaad; last; hinder; onaangenaamheid
障壁 shōheki (1) scheidsmuur; scheidswand; scheidingsmuur; scheidingswand; scheiwand; muur; (2) [fig.] barrière; belemmering; obstakel; hinderpaal; barricade
障害 shōgai (1) obstakel; belemmering; beperking; hinder; hindernis; verhindering; barrière; hinderpaal; sta-in-de-weg; beletsel; impediment; bezwaar; zwarigheid; moeilijkheid; struikelblok; tegenwerking; [fig.] klip; [sportt.] horde; (2) handicap; gebrek; stoornis; disfunctie; derangement; [attr.] invaliditeits-; [geneesk.] laesie; [Barg.] makke; (3) hindernisloop; hindernisren; steeple(chase); wedren met hindernissen; [i.h.b.] hordeloop; [i.h.b.] horderen [verkorting van shōgaibutsu kyōsō 障害物競走]
障害物 shōgaibutsu obstakel; hindernis; belemmering; beletsel; barrière; hinderpaal; versperring; horde; barrage
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.22 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'belemmering'). 
2005-2026