日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘openbreken’
日蘭辭典 (trefwoord)
abaku發く
(暴く) t.w. (1) [を] openbreken; schenden. (2) [計略を] blootleggen; aan het licht brengen. (3) [祕密を] verraden; verklappen.
uchiwaru打割る

t.w. openbreken. ¶ 心の中を打割つて話す hart uitstorten.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <openbreken>
孵る kaeru [雛が] uitkomen; uit het ei komen; [卵が] openbreken
崩れる kuzureru (1) afbrokkelen; verbrokkelen; uit elkaar vallen; vervallen; afkalven; stukbreken; doorbreken; instorten; ineenstorten; invallen; ineenvallen; inzakken; ineenzakken; in elkaar zakken; het begeven; bezwijken; het niet houden; te gronde gaan; [腫物が] doorbreken; openbreken; [核が] collaberen; (2) [人垣が] uiteengaan; uiteenvallen; zich ontbinden; [陣形が] uit het gelid gaan; in de war raken; in wanorde raken; z'n vorm verliezen; uit vorm raken; [軍隊が] uiteengeslagen worden; [姿勢;態度が] verslappen; zich ontspannen; [信頼関係が] verstoord raken; [決心が] wankelen; [自制が] z'n beheersing verliezen; [同盟のー角が] destabiliseren; fragmenteren; (3) [天気が] omslaan; verslechteren; (4) [円札が] kleingemaakt kunnen worden; in pasmunt; tegen kleingeld ingewisseld kunnen worden; (5) [beurst.] [相場が] crashen; [値が] kelderen; ineenstorten; instorten
抉じ開ける kojiakeru openwrikken; openbreken; met geweld openen; forceren
押し破る oshiyaburu doorbreken; openbreken; openhakken; breken doorheen; forceren
押し開ける oshiakeru openduwen; [無理に~] openbreken
暴く abaku onthullen; openbaren; bekendmaken; aan het licht brengen; blootleggen; [墓を] openen; openbreken; schenden
破る yaburu (1) scheuren; stuktrekken; stukscheuren; doorscheuren; verscheuren; rijten; (2) breken; stukmaken; vernielen; afbreken; [een deur] inbeuken; forceren; openbreken; inslaan; [een ruit] intikken; stukslaan; verbrijzelen; [een muur] doorslaan; uitbreken; (3) [openbare orde] verstoren; [iemands droom] aan scherven slaan; [de harmonie] verbreken; [de stilte] doorbreken; [een record] verbeteren; breken; (4) [iemands plannen] doorkruisen; dwarsbomen; verijdelen; frustreren; (5) [zijn belofte] schenden; inbreken in [een gebouw]; [een bank] kraken; [een traditie] loslaten; [spelregels] overtreden; inbreuk maken op [iemands rechten]; met voeten treden; zondigen tegen [een gebod]; (6) ontsnappen uit [de gevangenis]; heenbreken door [een barrière]; uitbreken uit; (7) [de vijand] verslaan; overwinnen; [de tegenstander] kloppen; (8) verwonden; wonden; een wond toebrengen aan; kwetsen; blesseren; bezeren; [de huid] openhalen; (9) krenken; grieven; deren; aantasten; ontstemmen
裂ける sakeru scheuren; openscheuren; openbreken; splijten; zich splitsen; barsten; kloven; [gew.;lit.t.] rijten; vaneenrijten; openrijten
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.54 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 8 treffers (zoekopdracht: 'openbreken'). 
2005-2026