日蘭辭典+

67 resultaten voor ‘brengen’
日蘭辭典 (trefwoord)
abaku發く
(暴く) t.w. (1) [を] openbreken; schenden. (2) [計略を] blootleggen; aan het licht brengen. (3) [祕密を] verraden; verklappen.
ase
zn. zweet o. ¶ 汗をかく zweeten; transpireeren. ¶ 汗が出る zweeten. ¶ 汗を取って風邪を治す een verkoudheid uitzweeten. ¶ 汗を出す aan het zweeten brengen; zweet drijven;
atoshimatsuosuru後始末をする
jitsu
() zn. (1) [眞實] waarheid v.; werkelijkheid v.; ware toestand m. (2) [誠意] oprechtheid v. (3) [割算] factor m.; getal dat gedeeld kan worden op. ¶ を明かす de waarheid aan het licht brengen. ¶ を盡す oprechtheid toonen; vriendelijkheid bewijzen. ¶ は inderaad; feitelijk. ¶ を言へば om de waarheid te zeggen; ronduit gezegd; openhartig gesproken. ¶ werkelijk; waar; feitelijk. ¶ inderdaad; zeer (甚だ).. ¶ らしい aannemelijk; plausibel.
akarumi明るみ
zn. (1) [公明] licht o. (2) [公開] openbaarheid v. ¶ 明るみに出す aan het licht brengen; openbaar maken; publiek maken. ¶ 明るみに出る aan het licht komen; bekend worden.
yarikomeru遣込める
(遣り込める) t.w. tot zwijgen brengen; den mond snoeren.
madowasu惑はす
(惑わす) t.w. in de war brengen; misleiden; bedriegen.
hazukashime辱め
zn. (1) [恥辱] schande v. (2) [侮辱] beleediging v. ¶ 自ら辱めを招く schande over zichzelf brengen. ¶ 辱めを忍ぶ beleediging dulden.
kotodateru事立てる

i.w. opwerpen; ter sprake brengen.

kuchikiri口切

zn. (1) [著手] begin o.; opening v. (2) [鑵切] blik-opener. ¶ 口切をやる een zaak op het tapijt brengen.

kudasu下す、降す

t.w. (1) [おろす] neerlaten; naar beneden laten gaan. (2) [與へる] geven; schenken. (3) [命令] uitvaardigen. (4) [敵を] ten onder brengen. i.w. (5) [腹を] purgeeren; laxeeren. ¶ 讀み下す doorlezen. ¶ 書き下す neerschrijven. ¶ 品質を下す kwaliteit verminderen. ¶ 川に筏を下す een vlot de rivier laten afzakken.

kuramasu晦ます

t.w. (1) [目を] om den tuin leiden; in de war brengen; verblinden. i.w. (2) [跡を] het spoor bijster maken. ¶ 晦む verblind zijn (目が).

kurisageru繰下げる

t.w. naar beneden brengen.

kuruwaseru狂はせる

t.w. in de war brengen; dol maken.

kussuru屈する

i.w. (1) [曲る] buigen. (2) [屈從] buigen; bukken; toegeven. t.w. (3) [曲げる] buigen. (4) [屈服さす] doen buigen; doen bukken; ten onder brengen; tot toegeven dwingen. ¶ 指を屈する op de vingers aftellen.

yūwaku誘惑

zn. verleiding v.; verlokking v.; verzoeking v.; bekoring v. ¶ 誘惑する verlokken; verleiden; in verzoeking brengen. ¶ 誘惑者 verleider.

yoru寄る

i.w. (1) [近寄る] naderen; naderbij komen. (2) [集まる] samenkomen; elkaar ontmoeten. (3) [立寄る] aanloopen; aangaan; bezoek brengen. ¶ 火の傍に寄り給へ kom wat dichter bij het vuur. ¶ お歸りにお寄り下さい kom even aan als je naar huis gaat.

yokozuke ni suru橫附にする

(横附にする) t.w. langszij brengen.

wakuran惑亂

(惑乱) zn. verwarring v.; dwaling v. ¶ 惑亂する in de war brengen; misleiden; op een dwaalweg brengen.

waki

zn. (1) [胸] zijde van de borst. (2) [側] kant m. bw. (3) [他所] elders. ¶ 脇に行く op zijde gaan. ¶ 脇の zijdelingsch; ander; van ter zijde; van den anderen kant. ¶ 脇に(そばに) naast; ter zijde van; op zijde; (腋下に) onder den arm; in de zijde. ¶ 脇に寄る op zij gaan. ¶ 脇へ座る naast iemand gaan zitten. ¶ 脇に抱へる onder den arm dragen. ¶ 人を脇へ連れて行く iemand ter zijde nemen. ¶ 話を脇へそらす het gesprek op een ander onderwerp brengen. ¶ 流を脇へ向ける stroom afleiden. ¶ 脇の目で見る als omstander aanzien; van ter zijde zien.

wakasu沸す

t.w. verhitten; koken. ¶ 湯を沸す water koken. ¶ 血を沸かす bloed aan het koken brengen; hevige opwinding veroorzaken.

wakai和解

zn. verzoening v.; minnelijke schikking v. ¶ 和解さす verzoenen; vrede stichten; tot overeenstemming brengen. ¶ 和解する zich verzoenen; tot overeenstemming komen; schikking treffen. ¶ 和解者 vredestichter; tusschenpersoon.

umu生む

t.w. (1) [子を] baren. (2) [生產] voortbrengen; produceeren. (3) [卵を] leggen. ¶ 魚卵を生む kuit schieten. ¶ 男子を產む bevallen van een zoon; jongen ter wereld brengen. ¶ 利子を產む rente geven; interest opbrengen. ¶ 生みの母 eigen moeder; echte moeder.

ukiagekōji浮上工事

zn. lichtingsarbeid o.; lichtingswerk o. ¶ 浮上げる lichten; weder vlottend maken; uit het water ophalen; (他の部分より高くする) “en reliefbrengen; opwerken.

ukagau伺ふ

(伺う) i.w. (1) [問ふ] vragen naar; informeeren omtrent. t.w. (2) [訪問] bezoeken; i.w. bezoek brengen. t.w. (3) [聞及ぶ] vernemen; hooren.

ukagai

(伺い) zn. (1) [訪問] bezoek o.; visite v. (2) [降神] aanroeping v.; smeekbede v. ¶ 病氣伺の om te informeeren hoe het met den zieke gaat. ¶ いつお伺ひしませう wanneer kan ik u een bezoek komen brengen?

ugokasu動かす

t.w. (1) [動かす] bewegen; in beweging brengen. (2) [移す] verplaatsen. (3) [搖り動かす] schommelen; schudden. (4) [運轉] aan den gang brengen. (5) [變更] veranderen; wijzigen. (6) [感動] roeren; treffen. ¶ 兵を動かす troepen mobiliseeren. ¶ 天下を動かす de wereld in beroering brengen. ¶ 決心を動かす besluit aan het wankelen brengen. ¶ 心の底まで動かす tot in het diepst van de ziel roeren.

uchihorobosu打亡す

t.w. vernietigen; ten onder brengen.

tsukejie附智慧

zn. nageprate wijsheid v.; idee van een ander. ¶ 附智慧をする aansporen; raad geven; op het idee brengen; wenk geven.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

tsukamatsuru仕る

t.w. doen. ¶ 明晩參上可仕候 ik hoop u morgenavond een bezoek te brengen.

tsukaisaki使先

zn. bestemming van een bode; plaats waar men een boodschap moet brengen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <brengen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
一報する ippousuru informeren; inlichten; verwittigen; op de hoogte stellen; brengen; kennis geven; in kennis stellen; laten weten; berichten
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
上演する jouensuru opvoeren; vertonen; voorstellen; uitvoeren; vertolken; spelen; (ten tonele) brengen; presenteren; tonen; een voorstelling geven van; op de planken brengen
仕向ける shimukeru (1) aansporen; aanmoedigen; aandringen; aanzetten; ertoe bewegen; brengen; leiden; nopen; dwingen; (2) sturen; zenden; verzenden; versturen; (3) behandelen; bejegenen
作動させる sadousaseru doen werken; doen draaien; doen lopen; doen functioneren; starten; in beweging zetten; brengen; aan de gang brengen; helpen; in werking brengen; zetten; stellen; activeren; actueren; aandrijven; drijven
取り込む torikomu (1) inhalen; binnenhalen; naar binnen halen; brengen; inlaten; invoeren; introduceren; (2) overhalen; overreden; voor zich winnen; ompraten; (3) inlijven; innemen; zich toe-eigenen; tot zijn eigendom maken; in bezit nemen; naasten; (4) [comp.] [でーたを] vastleggen; importeren; (5) op stelten staan; in rep en roer zijn; de handen vol hebben; veel te doen hebben; het druk hebben; [i.h.b.] met gezinsproblemen te kampen hebben; ruzie in het huishouden hebben; 't is rosse maan
将来する shouraisuru (1) brengen; komen met; meebrengen; aanbrengen; (2) teweegbrengen; veroorzaken; aanrichten; uitlokken; [i.h.b.] zich op de hals halen; [i.h.b.] op zich halen; [i.h.b.] over zich afroepen
shou (1) legeraanvoerder; aanvoerder; commandant; leider; (2) [mil.] opperofficier; (3) generaal; veldheer; (a) aanvoeren; het commando voeren; legeraanvoerder; (b) brengen; (c) staan te gebeuren; (d) [mil.] generaal
届ける todokeru (1) zenden; sturen; overbrengen; bezorgen; brengen; bestellen; leveren; afleveren; opsturen; (2) aangeven; ter kennis brengen van; kennis geven van; melden; notificeren; notifiëren; aangifte doen van; bericht geven van; berichten; bekendmaken; rapporteren; aanbrengen; [een adreswijziging enz.] opgeven; [iems. overlijden enz.] aanzeggen; aanzegging doen van
引き下ろす hikiorosu (1) naar beneden trekken; neerhalen; neertrekken; [m.b.t. vlag] strijken; neerhalen; [m.b.t. gestrand schip] vlot trekken; brengen; (2) [m.b.t. hooggeplaatste personen] onderuithalen; wippen; ten val brengen; uit het zadel werpen; lichten; afzetten; verwijderen
引き出す;引出す hikidasu (1) te voorschijn halen; naar buiten brengen; eruit halen; eruit trekken; uittrekken; uithalen; uitschuiven; [m.b.t. gegevens uit een databank] opvragen; [m.b.t. conclusie;les] trekken; (2) duidelijk doen uitkomen; naar voren halen; brengen; releveren; (3) [m.b.t. bankrekening] opnemen; opvragen; van de bank halen; afhalen; uit de muur trekken; [i.h.b.] pinnen; [jeugdt.] downloaden; [Barg.] flappen tappen; (4) oproepen; ontbieden; lokken; (5) [m.b.t. geld] loskrijgen; uit iem. krijgen; weten te verwerven; lospeuteren; [Barg.] pienefen; [aan geld] komen; onttrekken; ontfutselen; ontlokken; voor de dag doen komen met; doen ophoesten
引っ張り出す hipparidasu eruit halen; tevoorschijn halen; brengen; naar buiten brengen; voor de dag komen met; eruit trekken; [fig.] opvissen
思い浮かべる omoiukaberu (1) zich herinneren; (2) zich voorstellen; zich verbeelden; voor de geest halen; brengen; roepen
持ち出す mochidasu (1) mee naar buiten nemen; brengen; mee (uit) nemen; (2) achterhouden; verduisteren; verdonkeremanen; (3) erbij betrekken; erbij halen; ter sprake brengen; naar voren brengen; in het midden brengen; de aandacht vragen voor; aansnijden; voorleggen; beginnen te praten over; (4) voor de dag komen met; opbrengen; [fig.] ophoesten
持って来る mottekuru meebrengen; aanbrengen; brengen; halen; komen aanzetten met
掲げる kakageru (1) [櫛で] opkammen; in de hoogte kammen; (2) [簾を] oprollen; omrollen; [裾を] opstropen; omstropen; [gew.] opsloven; [gew.] opstroppen; (3) [火を] opstoken; aanwakkeren; aanstoken; aanjagen; (4) in de hoogte heffen; steken; opheffen; hoog opsteken; lichten; tillen; optillen; ophijsen; hijsen; oplaten; (5) [fig.] [迷いを] opheffen; lichten; uit de weg ruimen; doen verdwijnen; (6) afficheren; in de kijker plaatsen; bekendmaken; afkondigen; melden; ophangen; [Belg.N.] uithangen; [政策;理想を] huldigen; (7) [記事を] publiceren; voeren; brengen; opgeven
敬意を表する keiiwohyousuru eer bewijzen; aandoen; hulde doen; brengen; eerbied betonen; een blijk van achting geven; z'n respect betuigen
断る;判る kotowaru (1) weigeren; niet toelaten; niet vergunnen; niet inwilligen; (2) afslaan; afwijzen; verwerpen; niet accepteren; niet (willen) aannemen; van de hand wijzen; van tafel vegen; bedanken; weigeren; wegwuiven; wegwimpelen; [w.g.] declineren; (3) zijn verontschuldiging aanbieden; zijn excuses maken; zijn excuses aanbieden; excuus vragen; pardon vragen; zich schoon praten; (4) vooraf kennisgeven; informeren; inlichten; meedelen; mededelen; waarschuwen; verwittigen; vertellen; berichten; op de hoogte stellen; brengen; (5) toelating vragen; toestemming vragen; verlof vragen; (6) ontslaan; ontslag geven; de laan uitsturen; op straat zetten; aan de dijk zetten; (7) verbieden; door een verbod ontzeggen
施工する shikousuru ten uitvoer leggen; brengen; uitvoeren
施工する sekousuru ten uitvoer leggen; brengen; uitvoeren
殺害する satsugaisuru vermoorden; ombrengen; om het leven brengen; doden; moorden; doodmaken; kapot maken; doodslaan; killen; om zeep helpen; brengen; uit de weg ruimen
演奏する ensousuru [muz.] spelen; brengen; ten gehore brengen
熟す konasu (1) aan; in; tot gruis slaan; in stukken breken; uit elkaar doen vallen; stukbreken; brekend stukmaken; vergruizen; vergruizelen; verpulveren; verkruimelen; fijnmaken; (2) verteren; verwerken; digereren; (3) afhandelen; behandelen; [仕事を] klaren; opknappen; doen; afdoen; volbrengen; afmaken; afwerken; klaarspelen; fiksen; (4) verkopen; van de hand doen; zetten; (5) [役を] spelen; brengen; zijn rol volhouden; in zijn rol blijven
生かす;活かす ikasu (1) iem. (in) het leven sparen; in het leven laten; laten leven; [魚を~] spenen; (2) weer tot leven wekken; brengen; bij iem. de levensgeesten weer opwekken; nieuw leven inblazen; levend maken; doen herleven; reanimeren; [習慣を] opnieuw invoeren; doen opleven; teruggrijpen op; (3) benutten; zich bedienen van; gebruik maken van; gebruiken; aanwenden; toepassen
興行する kougyousuru op de planken brengen; opvoeren; uitvoeren; spelen; vertonen; brengen
kou tot bloei komen; brengen
行く;往く;逝く yuku (1) gaan; zich bewegen naar; zich begeven; stevenen; koersen; koers zetten; aangaan op; tijgen; varen; treden; trekken; [m.b.t. wegen] leiden; voeren; (2) komen; aankomen; arriveren; bereiken; bezoeken; aandoen; langskomen; (3) langsgaan; passeren; voorbijgaan; vlieden; vervlieden; verstrijken; verlopen; langskomen; langstrekken; voorbijlopen; wegstromen; vlieten; overwaaien; verdwijnen; (4) heengaan; sterven; verscheiden; verlaten; vertrekken; weggaan; afreizen; afvaren; (5) [als bruid;schoonzoon;adoptiekind enz.] toetreden tot haar; zijn nieuwe familie; (6) genoegen vinden; tevreden zijn; vergenoegd zijn; (7) vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten; gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; vallen; uitvallen; uitpakken; aflopen; (8) ontstaan; opleveren; resulteren in; brengen; (9) komen; klaarkomen; [volkst.] aan zijn gerief komen; een orgasme krijgen; afgaan; [volkst.;m.b.t. mannen] schieten; (10) blijven ~ [drukt voortduring;voortgang van een handeling of toestand uit]
認める shitatameru (1) neerschrijven; opschrijven; optekenen; schrijven; noteren; op papier zetten; brengen; opstellen; maken; (2) eten; nuttigen; (3) ordenen; schikken; (4) voorbereiden; (5) [hofdamesjargon] koken
貢ぐ mitsugu (1) financieel ondersteunen; financiële steun verlenen; geldelijk steunen; geld geven; van geld voorzien; geldmiddelen; de nodige middelen verschaffen; financieren; in de levensbehoeften voorzien van; (2) cijns betalen; tribuut geven; opbrengen; brengen
追い詰める oitsumeru in het nauw drijven; brengen; jagen; belagen; insluiten; klemzetten; vastzetten; [隅に] in een hoek drijven; [gew.] in een hoek bezetten; [Belg.N.] in nauwe schoentjes brengen; de strop om de hals doen; de klem op de neus zetten
通知する tsuuchisuru mededelen; berichten; aankondigen; inlichten; laten weten; op de hoogte stellen; brengen; kennisgeven; bericht geven; notificeren; notifiëren; in kennis stellen; ter kennis brengen; informeren; aanzeggen; bekendmaken; verwittigen
連れ出す tsuredasu (1) mee naar buiten nemen; brengen; mee uit nemen; (2) weglokken; wegtronen; [niet alg.] wegtroggelen
運ぶ hakobu (1) vorderen; vooruitgaan; opschieten; (vlot) verlopen; vooruitkomen; (goed) gaan; (2) vervoeren; transporteren; overbrengen; aanvoeren; aanbrengen; brengen; voeren; (3) [zijn schreden enz.] wenden naar; [koers enz.] richten naar; [geen stap;voet enz.] verzetten; (4) voortgaan met; voortzetten; vervolgen; [de pen enz.] voeren
釈迦に説法 shakaniseppou ± men moet een oude aap geen muilen; smoelen leren trekken; ± uilen naar Athene dragen; brengen; ± het ei moet niet wijzer willen zijn dan de kip; [Lat.] ± ne sus Minervam doceat; [Lat.] ± piscem natare doces
齎す motarasu brengen; aanbrengen; meebrengen; opleveren; aanrichten; aandoen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.76 sec. jiten.nl: 32 treffers, warandict: 35 treffers (zoekopdracht: 'brengen'). 
2005-2026