
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
korobu・轉ぶ
(転ぶ) i.w. (1) [囘轉] omrollen; rollen. (2) [倒れる] omvallen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <rollen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ローリングする rooringusuru [船が] rollen; slingeren
三役 sanyaku (1) drie topfuncties; topposten; drie hoogste titels; drie belangrijkste ambten; functies; rollen; (2) [Jap.gesch.] de ambten van kanjōbugyō 勘定奉行; kanjōginmiyaku 勘定吟味役 en kanjōkumigashira 勘定組頭 tijdens het Edo-shogunaat; (3) [Jap.gesch.] college van nanushi 名主; kumigashira 組頭 en hyakushōdai 百姓代 [= dagelijks bestuur van een Japanse gemeente in de Edo-periode]; (4) [nō-jargon] waki-acteur; nō-orkest en kyōgen-acteurs; (5) [m.b.t. theeceremonie] gezelschap bestaande uit de gastheer (teishu 亭主); eregast; hoofdgast (shōkyaku 正客) en thee-assistenten (o-tsume お詰め of makkyaku 末客); (6) [sumō-jargon] drie hoogste titels binnen het sumoworstelen onder yokozuna; m.n. de ōzeki 大関-; sekiwake 関脇- en komusubi 小結-worstelaars; (7) [m.b.t. vennootschappen;politieke partijen;verenigingen enz.] drie kopstukken; drie belangrijkste figuren; grote drie; driemanschap; (8) [Jap. gesch.] naam van drie soorten rechtstreeks door het Edo-shogunaat opgelegde extra belasting; m.n. samengesteld uit de otenmashukunyūyō 御伝馬宿入用 ; de rokushakukyūmai 六尺給米 en de okuramaenyūyō 御蔵前入用
丸める marumeru (1) oprollen; rollen; een bal; balletje maken van; tot een bal vormen; ballen; [紙を] tot een prop verfrommelen; [体を] zich oprollen; in elkaar kruipen; kroelen; (2) met gevlei overhalen; om de vinger winden; met mooie praatjes zover krijgen; in z'n macht krijgen
巻く;捲く maku (1) wikkelen; omwinden; omwikkelen; omslaan; inwikkelen; omdoen; omrollen; (2) omgeven; omsingelen; omringen; omsluiten; (3) winden; spoelen; rollen; (ineen) draaien; oprollen; ineenrollen; opwinden; opwikkelen; [i.h.b.] opklossen; (4) doen wervelen; doen kolken; doen ronddraaien; doen wielen; doen dwarrelen; (5) opwinden; opdraaien; aanschroeven; aandraaien; (6) [alpinisme] omtrekken; eromheen trekken; omlopen; (7) wervelen; kringelen; zich winden om; zich slingeren om; zich oprollen; zich wikkelen; zich kronkelen om
掏る suru stelen; pikken; jatten; gappen; ontfutselen; ontvreemden; wegkapen; zakkenrollen; rollen; kaaien; [inform.] graaien; [inform.] kapen; [inform.] pietheinen; [inform.] ratsen; [inform.] snaaien; [inform.;volkst.] struinen; [gew.] gabben; [gew.] gabberen; [gew.] ratten; [gew.] sluimen; [Barg.] gannefen; [Barg.] snezen; [Barg.] handelen
泥棒する;泥坊する dorobousuru stelen; ontstelen; bestelen; diefstal begaan; dieven; het dievenpad op gaan; roven; beroven; ontroven; ontvreemden; rollen; kapen; [inform.] snaaien; [inform.] gappen; [inform.] pikken; [inform.] jatten; [inform.] jatmouzen; [inform.] ratsen; [inform.] raven; [inform.] schoepen; [vulg.] klauwen; [Barg.] gannefen; [Barg.] rausjen; [Barg.] ranzen
発展する hattensuru (1) (zich) ontwikkelen; zich ontplooien; groeien; uitgroeien; expanderen; zich ontspinnen; [fig.] zich ontpoppen; (2) [uitdr.] de bloemetjes buitenzetten; het ervan nemen; aan de zwier gaan; aan de boemel gaan; aan de rol gaan; zwierbollen; pierewaaien; boemelen; rinkelrooien; zwieren; rollen; bambocheren
盗む;偸む nusumu (1) stelen; ontstelen; bestelen; ontvreemden; wegnemen; roven; beroven; ontroven; dieven; wegstelen; ontfutselen; [財布を] lichten; rollen; graaien; [inform.] pikken; [inform.] afpikken; [inform.] afpakken; [inform.] afkapen; [inform.] wegkapen; [inform.] jatten; [inform.] jatmouzen; [inform.] gappen; [inform.] ratsen; [inform.] raven; [inform.] schoepen; [volkst.] snaaien; [volkst.] wegdieven; [inform.] kapen; [Barg.;volkst.] piepen; [Barg.] gannefen; [Barg.] rausjen; [Barg.] werken; [Barg.] poteren; [Barg.] bedissen; [Barg.] haaien; [Barg.] handelen; [Barg.] fazelen; [Barg.] ransen; [Barg.] ranzen; [Barg.] meppen; [Barg.;volkst.] roeien; [考案;思想を] plagiëren; verdonkeremanen; [w.g.] verdonkeren; [vulg.] klauwen; (2) [暇を] vrijmaken; te baat nemen; bemachtigen
落馬する rakubasuru van een paard vallen; tuimelen; rollen; van het paard geslingerd worden; zandruiter worden; in het zand bijten
転がす korogasu (1) rollen; rondwentelend voortbewegen; rondwentelen; (2) omverrollen; omvergooien; omgooien; omverwerpen; omkegelen; omkeilen; omflikkeren; omkieperen; omkiepen; (3) vloeren; onderuithalen; laten struikelen; op de grond gooien; tackelen
転がる korogaru (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; (2) omvallen; omtuimelen; omtollen; ergens af vallen (van een trap; van een paard; etc.); ergens af tuimelen; (3) gaan liggen; op zijn zijde gaan liggen; zich neerwerpen; zich neervlijen
転げる korogeru (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; omrollen; (2) omvallen; ten val komen
転ぶ korobu (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; omrollen; (2) vallen; omvallen; struikelen; ten val komen
転 ten (1) klankverandering; verbastering; (2) [Chin.lett.] zhuǎn; wending [= derde regel van een juéjù 絶句]; (a) rollen; omrollen; wentelen; (b) omvallen; omslaan; (c) overgaan; verlopen; (d) veranderen; (e) derde regel van een juéjù; (f) [boeddh.] soetra's lezen; een soetra-fragment reciteren
Tijd: 1.67 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 14 treffers (zoekopdracht: 'rollen').
2005-2026
