
蘭
典
日蘭辭典+
t.w. (1) [水など] putten; scheppen. i.w. (2) [推量] veronderstelling maken. (3) [酌量] in de gevoelens verplaatsen; omstandigheden in aanmerking nemen. ¶ 私の心を汲取つて吳れる人はない er is niemand, die zich in mijn gevoelens verplaatsen kan. ¶ 文意を汲取る tusschen de regels lezen.
zn. dijkje tusschen rijstvelden. ¶ 畦立つ dijkjes maken; ribbels vormen. ¶ 畦のある geribd; geribbeld.
(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.
t.w. (1) [指で] knijpen; tusschen duim en vinger grijpen; oppikken. (2) [摘要] samenvatten; resumeeren; beknopt weergeven. (3) [ばかす] beheksen; betooveren. ¶ 摘んで言へば in ’t kort gezegd; om kort te gaan. ¶ 箸で撮む met de eetstokjes oppikken.
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 14 treffers, (zoekopdracht: 'tusschen').