
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
kukuri・括り
zn. (1) [結び] vastbinden o. (2) [束] bundel m. (3) [總括] opsommen o. ¶ 括る vastbinden; samenbinden; bundelen; bij elkaar voegen. ¶ 絞る wurgen.
tsukane・束ね
(ツカネ) zn. bundel m.; schoof v. ¶ 束ねる samenbinden; bundelen. ¶ 手を束ねて met gevouwen armen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <samenbinden>
束ねる tabaneru (1) aaneenbinden; opbinden; samenbinden; bundelen; schoven; in garven; tot schoven binden; (2) aanvoeren; leiden; beheersen; controleren
約す yakusu (1) samenbinden; bundelen; aanhalen; (2) weglaten; achterwege laten; uitlaten; overslaan; laten vallen; (3) afspreken; overeenkomen; een afspraak; contract aangaan; een overeenkomst sluiten; zich verbinden; (4) besparen; bezuinigen; beperken; reduceren; bekorten; afkorten; vereenvoudigen; verkorten; (5) [wisk.] herleiden; reduceren
結う yuu (1) [髪を] opbinden; opsteken; opmaken; kappen; doen; (2) samenbinden; bijeenbinden; (3) verstellen; oplappen; hechten; boeten; (4) binden; verbinden; aaneenrijgen
結び合わせる musubiawaseru samenbinden; bijeenbinden; verbinden; opbinden; aaneenbinden; aaneenknopen; [fig.] verknopen; aan elkaar binden; bundelen
結 ketsu (1) besluit; einde; eind; (2) slotvers; laatste vers; versregel; (3) [boeddh.] bandhana; samyojana; gehechtheid; (4) [maatwoord voor aaneengeregen munten;munteenheid ter waarde van 1.000 mon 文]; (a) rijgen; samenbinden; (b) monteren; organiseren; (c) bundelen; samenvatten; (d) consolideren; stremmen; (e) besluiten; aflopen; (f) verstoppen
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
繋ぎ合わせる tsunagiawaseru verbinden; samenbinden; aan elkaar binden; aaneenvoegen; samenvoegen; koppelen; samenkoppelen; aaneenkoppelen; aaneensluiten; aaneenschakelen; aansluiten; linken
繋ぐ tsunagu (1) verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; linken; in verband brengen (met); aaneenschakelen; aankoppelen; aaneenkoppelen; koppelen; samenkoppelen; aanvoegen; aan elkaar rijgen; vastmaken; vastbinden; vastkoppelen; vastleggen; tuieren; [鎖で] ketenen; [犬を] aanlijnen; [scheepv.] vastmeren; [scheepv.] (ver)tuien; [een paard voor een wagen enz.] spannen; [獄に] in de gevangenis zetten; opsluiten; vastzetten; gevangenzetten; kerkeren; [手を] de handen ineenslaan; elkaar de hand geven (om een kring te vormen enz.); (2) [comp.] aansluiten (op); inpluggen (in); [telef.] doorverbinden met; (3) [興味を] vasthouden; [命を] in leven blijven; [座を] z'n publiek blijven boeien; geboeid houden; [望みを] zich aan de hoop vastklampen; niet opgeven
繋げる tsunageru verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; aankoppelen; aaneenkoppelen; samenkoppelen; koppelen
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'samenbinden').
2005-2026
