16 resultaten voor ‘vastbinden’
日蘭辭典 (trefwoord)
kusari・鎖
zn. ketting m.; keten m. ¶ 時計の鎖 horlogeketting. ¶ 鎖で繋ぐ ketenen; met een ketting vastbinden; aan den ketting leggen. ¶ 鎖帷子 maliënkolder.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kebaku・繋縛
(1) (znw) (boeddhisme) de wereldse verlangens [begeerte, lust] die de vrijheid wegnemen van de geest.
(2) (znw, ww-suru) (tevens keibaku) vastbinden; bondage; (figuurlijk) dwangbuis.
¶ 規則に繋縛される kisoku ni keibakusareru door regels ingesnoerd [beperkt]
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vastbinden>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
ふん縛る funjibaru (1) knevelen; vastbinden; boeien; aan handen en voeten binden; (2) vangen; vatten; inrekenen; arresteren
括る kukuru (1) binden; vastbinden; vastmaken; bundelen; (2) [首を] zich verhangen; (3) [かっこで] tussen haakjes zetten; plaatsen; (4) [収支を] vereffenen; verrekenen; afsluiten; salderen
搦める karameru (1) vastbinden; boeien; knevelen; (2) arresteren; gevangennemen; in hechtenis; arrest nemen
留める tomeru (1) vastmaken; bevestigen; vastzetten; vastbinden; vastklemmen; vasthechten; vastleggen; fixeren; hechten; op z'n plaats houden; [糸を] afhechten; [編み目を] afkanten; [ろーぷを] vastsjorren; beleggen; seizen; [鋲で] vastkloppen; vastklinken; [釘で] vastnagelen; vastspijkeren; [ぴんで] vastpinnen; [ぼたんで] dichtknopen; toeknopen; vastknopen; [ほっく;かぎで] aanhaken; vasthaken; dichthaken; (2) ophouden; tegenhouden; aanhouden; vasthouden; gevangen houden; in hechtenis houden; in arrest houden; in verzekerde bewaring houden; detineren; [学校で] laten nablijven; laten schoolblijven; (3) [心;気に] denken aan; ernstig overdenken; in acht nemen; acht slaan op; letten op; in gedachten houden; voor ogen houden; rekening houden met; zich aantrekken; aandacht schenken aan; ter harte nemen; indachtig zijn; gedachtig zijn; onthouden; in het hart prenten; in het gemoed prenten; (4) […に目を] de ogen vestigen op
結び付ける musubitsukeru (1) aanbinden; binden aan; vastbinden; vastknopen; aanknopen; vastmaken; vasthechten; verbinden; koppelen aan; aankoppelen; aaneenkoppelen; vastkoppelen; vastsjorren; sjorren; (2) in verband brengen met; verbinden met; verenigen; koppelen; samenbrengen; tot elkaar brengen; liëren; [Belg.N.] connecteren
結ぶ;掬ぶ musubu (1) binden; verbinden; vastbinden; dichtbinden; [紐を〜]knopen; dichtknopen; vastknopen; vastleggen; vastmaken; samenbrengen; voegen; samenvoegen; verenigen; aanbinden; aaneenvoegen; aaneensluiten; aansluiten; aaneenschakelen; koppelen; samenkoppelen; in verband brengen; relateren; (2) vormen; maken; [vrucht] dragen; [vriendschap enz.] sluiten; [betrekkingen enz.] aanknopen; [een coalitie enz.] aangaan; [de handen enz.] ineenslaan; [een contract enz.] afsluiten; (3) beëindigen; besluiten; afsluiten; (4) (掬ぶ) met de handen [water enz.] scheppen; met de handen opscheppen; (5) [実を〜] vruchten dragen
締め括る shimekukuru (1) besluiten; afronden; beëindigen; een eind maken aan; (2) dichtsnoeren; vastbinden; (3) toezien op; controleren; superviseren
縛り上げる shibariageru vastbinden; vastsnoeren; knevelen
縛り付ける shibaritsukeru (1) vastbinden; vastmaken; vastknopen; vasthechten; (2) aan banden leggen; binden; beperken; beteugelen; kluisteren
縛る shibaru (1) vastbinden; binden; bijeenbinden; samenbinden; opbinden; knevelen; knopen; sjorren; vastsjorren; vastknopen; vastmaken; vastleggen; vastsnoeren; [zeew.] beleggen; [m.b.t. scheepv.] seizen; dichtbinden; dichtsnoeren; dichtrijgen; [m.b.t. wonde] verbinden; afbinden; (2) [fig.] binden; [fig.] inbinden; beperken; [fig.] knevelen; [fig.] kluisteren; [fig.] boeien; [fig.] ketenen; beknotten; [uitdr.] de handen binden; [uitdr.] aan banden leggen
繋ぐ tsunagu (1) verbinden; aan elkaar binden; samenbinden; linken; in verband brengen (met); aaneenschakelen; aankoppelen; aaneenkoppelen; koppelen; samenkoppelen; aanvoegen; aan elkaar rijgen; vastmaken; vastbinden; vastkoppelen; vastleggen; tuieren; [鎖で] ketenen; [犬を] aanlijnen; [scheepv.] vastmeren; [scheepv.] (ver)tuien; [een paard voor een wagen enz.] spannen; [獄に] in de gevangenis zetten; opsluiten; vastzetten; gevangenzetten; kerkeren; [手を] de handen ineenslaan; elkaar de hand geven (om een kring te vormen enz.); (2) [comp.] aansluiten (op); inpluggen (in); [telef.] doorverbinden met; (3) [興味を] vasthouden; [命を] in leven blijven; [座を] z'n publiek blijven boeien; geboeid houden; [望みを] zich aan de hoop vastklampen; niet opgeven
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'vastbinden').
2005-2026