日蘭辭典+

5 resultaten voor ‘saru’
日蘭辭典 (titelwoord)
saru
(サル) zn. aap m. ¶ から落ちたの如く als een visch op het droge. ¶ の尻笑ひ de pot verwijt de ketel, dat hij zwart is.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <saru>
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
然る saru (1) een of andere; een zekere; een bepaalde; ene; (2) gepast; passend; aangewezen; (3) zo'n; zulk; zo een
saru (1) [dierk.] aap; (2) nabootser; na-aper; imitator; (3) sluwerd; geslepen persoon; gewiekst iemand; leep mens; listigaard; [w.g.] listeling; (4) [inform.] lompe aap; [fig.] aapmens; lomperd; lomperik; lompaard; vlegel; vlerk; pummel; botterik; [i.h.b.] provinciaal; [i.h.b.] boertje van buten; [i.h.b.] (hei)kneuter; [i.h.b.] (boeren)kinkel; (5) grendel; schuif; [i.h.b.] deurgrendel; (6) [m.b.t. ketelhaak;heugel en rondsel e.d.] hoogteregelaar
saru (1) [astrol.] Aap [naam van het 9e teken van de Chinese dierenriem]; (2) jaar van de Aap; (3) dag van de Aap; (4) westzuidwesten; (5) uur van de Aap [tussen drie en vijf uur 's middags]; (6) zevende maand van het jaar; (7) negen [codetaal onder uitbaters van antiquariaten]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.49 sec. jiten.nl: 1 treffer, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'saru'). 
2005-2026