日蘭辭典+

7 resultaten voor ‘struikelen’
日蘭辭典 (trefwoord)
tsukaeru支へる
(支える、閊える、つかえる、つっかえる) verstopt zijn; gestremd zijn. ¶ 言葉が支へる over zijn woorden struikelen. ¶ 市場が支へる de markt is overvoerd.
tsumazuki躓き

zn. struikeling v.; misstap m. ¶ 躓く struikelen; misstap doen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <struikelen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
縺れる motsureru (1) klitten; verstrikt raken; verward raken; geklist raken; in de knoop raken; (2) [舌が] een dikke; dubbele; zware tong hebben; zwaar van tong zijn; niet gemakkelijk kunnen spreken; (3) [足が] strompelen; struikelen; in elkaar blijven haken; (4) in de war raken; in verwarring raken; ingewikkeld worden; gecompliceerd worden; in het honderd lopen; [仲が] overhoopraken
落ちる ochiru (1) vallen; ten val komen; neerstorten; neerdonderen; in het stof bijten; tuimelen; duiken; een duik nemen; (2) omvallen; invallen; instorten; neerstorten; in elkaar vallen; in elkaar storten; (3) [m.b.t. zon;maan etc.] ondergaan; achter de horizon verdwijnen; zakken; (4) niet slagen (bij een examen); struikelen; zakken; stralen; bakken; buizen; falen; sjezen; afgaan; (5) weglaten; uitvallen; achterwege laten; ontbreken; niet gebruiken; (6) verkleuren; verschieten; verbleken; bleek worden; vervalen; valer worden; (7) in de handen van de vijand vallen; ingenomen worden; vallen; raken bij; verloren gaan; te gronde gaan; (8) [m.b.t. een druppel) druppen;druppelen;in druppels neervallen;druipen;(9) vluchten;ontvluchten;de vlucht nemen;het hazenpad kiezen;de plaat poetsen;de benen nemen;er vandoor gaan;op de loop gaan;(10) terugvallen;achteruitgaan;een neerwaartse trend vertonen;een dalende trend vertonen;naar een ongunstige positie afzakken;(11) inferieur zijn;achterstaan bij;niet zo goed zijn als;minder zijn dan;niet kunnen tippen aan;(12) [m.b.t. wind) luwen;gaan liggen;bedaren;kalmer worden;verzachten;(13) [m.b.t. rivier;stroom etc.] uitmonden in; instromen in; uitlopen in; (14) [m.b.t. bliksem) inslaan;treffen;(15) [m.b.t. vissen] stroomafwaarts gaan; stroomafwaarts zwemmen; (16) flauwvallen; bewusteloos vallen; het bewustzijn verliezen; van zijn stokje vallen; van zijn stokje gaan; bezwijmen; sterven; doodgaan; overlijden; ontslapen; heengaan
落っこちる okkochiru (1) vallen; storten; tuimelen; (2) [試験に] zakken; struikelen; (3) verliefd worden
足を踏み外す ashiwofumihazusu misstappen; zich verstappen; over z'n eigen benen vallen; uitglijden; wegglijden; struikelen
転ぶ korobu (1) rollen; zich wentelend voortbewegen; omrollen; (2) vallen; omvallen; struikelen; ten val komen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.63 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 5 treffers (zoekopdracht: 'struikelen'). 
2005-2026