
蘭
典
日蘭辭典+
(案内) zn. (1) [嚮導] geleide v.; voorlichting v. (2) [通知] inlichting v. (3) [招待] uitnoodiging v. (4) [熟知] bekendheid v. ¶ 貨物發送の案內をする mededeeliing doen van de verzending van goederen; de verzending van goederen adviseeren. ¶ 御案內の通り zoals u bekend is. ¶ 案內する geleiden; binnenleiden; den weg wijzen; uitnoodigen (招待). ¶ 案內狀 (通知書) kennisgeving; mededeeling; (招待狀) uitnoodiging; invitatie. (會員招集狀) convocatiebiljet; oproeping. ¶ 案內者 gids. ¶ 案內書 gids; handboek.
zn. (1) [言語] taal v.; woorden o.mv. (2) [語] woord o.; term v. (3) [地方語] dialect v. (4) [話] spraak v.; uitlating v.; opmerking v. (5) [言方] spreekwijze v.; uitdrukking v. ¶ 言葉通り woordelijk; letterlijk. ¶ 無益の言葉を費す woorden verspillen. ¶ 言葉を違へる zijn woord breken. ¶ 言葉を換へて云へば met andere woorden; m.a.w. ¶ 言葉を掛ける het woord richten; zich wenden. ¶ 言葉爭ひ woordenwisseling; redetwist. ¶ 言葉返し vinnig antwoord. ¶ 言葉書 uiteenzetting; epistel. ¶ 言葉敵 iemand om teegen te praten; aanspraak. ¶ 言質 eerewoord. ¶ 言質を與へる zijn woord verpanden. ¶ 言葉尻 verspreking. ¶ 言葉尻を取る iemand betrappen doordat hij zich verspreekt; iemand in zijn eigen woorden vangen. ¶ 言葉違へ inconsequentie; woordbreuk. ¶ 言葉違へをする zichzelf tegenspreken; inconsequent zijn; zich niet houden aan zijn woord; zijn woord breken. ¶ 言葉咎 critiek. ¶ 言葉添へをする een goed woordje doen. ¶ 言葉遣ひ uitdrukking; spreekwijze. ¶ 言葉多きは問少し holle vaten klinken het hardst; veel geschreeuw, weinig wol.
zn. wilde jacht v. ¶ 狂奔する als een dolle rondloopen; wanhopige pogingen doen.
(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?
(譲合) zn. wederzijdsche concessies v.mv.; compromis o. ¶ 讓合ふ wederzijdsche concessies doen; tot een compromis komen; tot een schikking komen; wederzijds iets toegeven.
zn. manier van doen; handelwijze v.
zn. groote sprong m. ¶ 雄飛する grooten sprong doen; plotseling een heel eind vooruitkomen; plotseling carrière maken.
zn. post v.; mail v. ¶ 郵便箱 brievenbus. ¶ 郵便物 mailstukken; poststukken. ¶ 留置郵便物 poste-restante. ¶ 郵便配達 bezorging van brieven. ¶ 郵便配達人 brievenbesteller; postbode. ¶ 郵便日時印 poststempel. ¶ 郵便爲替 postwissel. ¶ 郵便切手 postzegel. ¶ 郵便行囊 mailzak. ¶ 郵便局 postkantoor. ¶ 郵便列車 mailtrein. ¶ 郵便料金 frankeerkosten. ¶ 郵便船 mailboot. ¶ 郵便私書函 postbus. ¶ 手紙を郵便に出す een brief in de bus doen; brief op de post doen.
(予約) zn. toezegging v.; inteekening v. ¶ 豫約席 besproken plaatsen. ¶ 豫約する toezegging doen; zich vooraf verbinden; inteekenen. ¶ 豫約者 inteekenaar. ¶ 豫約簿 inteekenlijst.
(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.
bw. behoorlijk. ¶ 宜しくと申す de groeten doen; complimenten doen. ¶ どうぞ宜しく doe mijn groeten.
bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.
zn. (1) [患者の] toestand m. (2) [容儀] houding v.; optreden o. ¶ 容態ぶる gewichtig doen; zich aanstellen. ¶ 容態振り gewichtigdoenerij; dikdoenerij; aanstellerij. ¶ 容態書 bulletin omtrent den toestand van den zieke; geneeskundig certificaat.
zn. afgang m.; stoelgang m.; ontlasting v. ¶ 用便する afgaan; behoeften doen.
(1) [用事] zaken v.mv. (2) [役] dienst m.; nut o. (3) [入費] kosten m.mv. ¶ 用を達する zaak afdoen. ¶ 何御用なのですか wat is er van uw dienst? ¶ お前は用がないのか heb je niets te doen? ¶ 用に立てる gebruik maken van. ¶ 用に立つ bruikbaar zijn; nuttig zijn. ¶ 家庭用 huishoudelijk gebruik. ¶ 用を足す zijn behoeften doen. ¶ 用なき (仕事の無い) niets te doen; vrij; (不用な) onnoodig; nutteloos.
zn. (1) [世間] wereld v. (2) [時代] tijdperk o.; tijd m.; eeuw v. (3) [生涯] leven o. (4) [公衆] het publiek o. ¶ 此世 deze aardsche wereld. ¶ あの世 het hiernamaals. ¶ 世を渡る vooruitkomen in de wereld. ¶ 世に厭ふ levensmoede zijn. ¶ 世に知られぬ onbekend. ¶ 世に後れる bij zijn tijd ten achter zijn; niet met den tijd meegaan. ¶ 世を早くする jong sterven. ¶ 世が惡い de tijden zijn slecht. ¶ 德川の世に onder de regeering der Tokugawa's. ¶ 世を驚かす de wereld verstomd doen staan. ¶ 世に合ふ in de smaak vallen van het publiek.
zn. (1) [官職] ambt o.; post v.; betrekking v. (2) [職務] taak v.; ambtsplicht v.; functie v.; werkkring m. (3) [芝居の] rol v. (4) [效用] nut o. ¶ 役に立つ nuttig; bruikbaar; geschikt. ¶ 役に立てる nuttig gebruik maken van. ¶ 役に立たぬ onbruikbaar; nutteloos; het geeft niets. ¶ 役を勤める functie vervullen; rol spelen; dienst doen als; fungeeren als.
zn. struikeling v.; misstap m. ¶ 躓く struikelen; misstap doen.
(償い) zn. vergoeding v.; schadeloosstelling v.; compensatie v.; indemniteit v.; boetedoening (贖罪) v.; zoengeld o. ¶ 償ふ vergoeden; schadeloosstellen; vergoeding geven; boete doen. ¶ 償ひ難き onherstelbaar; niet goed te maken. ¶ 損害を償ふ verlies vergoeden. ¶ 出費を償ふ de kosten dekken; zich bedruipen.
[de, zussen; zusters] (1.a.a) [oudere zus(ter); mijn [onze] zus(ter)] 姉 ane (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons oudere zuster (niet erend, niet beleefd); over een oudere zuster in algemene zin). ¶ 姉は頭の回転がいい。 Ane wa atama no kaiten ga ii. Mijn zus is vlot van begrip. 料理は姉を先生にして習いました。 Ryōri wa ane wo sensei ni shite naraimashita. Mijn zus heeft me koken geleerd. (TTC) (1.a.b.) [oudere zus; jongedame; aanspreekvorm serveerster] 姉さん anesan (algemeen of neutraal beleefd).
(1.b) [oudere zus(ter), uw [hun] zus(ter); aanspreekvorm serveerster] 姉さん neesan; お姉さん oneesan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons oudere zuster; binnen wij-groep over of naar de eigen oudere zuster; in algemene zin); お姉ちゃん oneechan (idem, maar meer familiair of vertroetelend). NB met name onder en naar kinderen worden deze vormen ook gebruikt om in algemene zin naar oudere zussen te verwijzen. ¶ メアリーは遊園地で一人で泣いている男の子を見つけて、やさしく声をかけた。「ねえ、ぼく、どうしたの? 迷子になっちゃったの? お姉ちゃんが迷子センターに連れてってあげようか?」 Mearii wa yūenchi de hitori de naite iru otoko no ko wo mitsukete, yasashiku koe wo kaketa. ‘Nee, boku, dōshita no? Meigo ni nattyatta no? Oneechan ga meigo-sentā ni tsurete tte ageyō ka?’ In het pretpark vond Mary een huilend jongetje. Met zachte stem sprak ze: ‘Hee, jongetje, wat is er aan de hand? Ben je je ouders kwijt? Zal ik [lett. de oude zus] je naar de informatiebalie brengen [lett. zoekgeraakte-kinderen-afdeling]?’ (TTC)
(2.a) [jongere zusje/zuster, mijn [onze] zuster/zusje] 妹 imōto (beleefheid: geen of nederig; richting: geschikt voor benoemen van de eigen zuster tegen tweede persoon; over een derde persoons jongere zuster (niet erend, niet beleefd); over een jongere zuster in algemene zin). ¶ 妹の咲子です。俺と年子で、今受験生です。 Imōto no Sakiko desu. Boku to toshigo de, ima jukensei desu. Dit is mijn zusje Sakiko. Ze minder dan een jaar jonger dan ik en studeert nu voor haar toelatingsexamens. ¶ 妹をパーティーに連れて行きます。 Imōto wo paatii ni tsurete ikimasu. Ik neem mijn zus mee naar het feestje. (TTC) NB in een wij-groep noemen oudere broers en zussen hun jongere zuster alleen bij naam (dit vloeit voort uit de hiërarchie), omgekeerd spreken jongere broers en zussen hun oudere zussen normaal gesproken als お姉さん oneesan aan. (Miura)
(2.b) [jongere zusje/zus(ter), uw [hun] zusje/zus(ter)] 妹さん imōtosan (beleefdheid: erend of algemeen beleefd; richting: over tweede of derde persoons jongere zuster, of in algemene zin). ¶ 今度は妹さんを連れていらっしゃい。 Kondo wa imōtosan wo tsurete irasshai. Neem de volgende keer je zus mee. ¶ 妹さんによろしくね。 Imōtosan ni yoroshiku ne. Doe de groetjes aan je zus. (TTC)
(3) [zusters, zussen, zusjes] 姉妹 shimai; [oudere zus en jongere broer] 姉弟 kyōdai;[oudere broer en jongere zus] 兄妹 kyōdai; [broer en zus] 兄姉 kyōdai; [broers of broer en zus] 兄弟 kyōdai.
(4) [verpleegster] 看護婦 kangofu; [verpleger m/v] 看護士 kangoshi.
(5) [non] 修道女 shūdōjo; 修道尼 shūdōni; 尼僧 nisō.
Ninjū no seishin wo, tetteiteki ni toita kono shūyōsho wo, Ekiken wa, /Raku-Kun/ to yonda no de aru. De wa, donna me ni atte mo ‘ittai ni ningen to wa konna mono da to omoigamansite’, okoranaide ite, ‘raku wo eru’ shinkyō ni tassuru ni wa, dō shitara ii no ka. Sore wa amari kaite nai. Tonikaku gamanshite ireba yoi koto ga aru to yū, isshu no kekkaron de atte, sore igai ni riyū wa nai.
Het lesboek waarin Ekiken de geest van onderwerping grondig uitlegt heet /Instructies voor gemak/. Echter, wat moet je doen om voor elkaar moet krijgen dat je onder alle omstandigheden ‘dingen verdraagt met de gedachte dat mensen nu eenmaal zijn zoals ze zijn’, en zonder je op te winden een gemoedstoestand van ‘gemak bereikt’? Dat schrijft hij niet echt. Hij zegt dat je iets goeds zult hebben wanneer je op een of andere manier volhoudt - een soort redenatie die uitgaat van de uitkomst, anders dan dat is er geen verklaring.
Tijd: 1.71 sec. jiten.nl: 105 treffers, warandict: 59 treffers (zoekopdracht: 'doen').
