日蘭辭典+

6 resultaten voor ‘suki’
日蘭辭典 (titelwoord)
suki
(好き) zn. behagen o.; smaak m.; liefhebber (人) m. ¶ 好き iemand, die veel van katten houdt. ¶ 好きな geneigd tot; houden; geliefd; -zuchtig. ¶ 戰爭好きな oorlogzuchtig. ¶ 好きな人 geliefde; iemand van wien men veel houdt. ¶ 好きな樣に zoals men wil; naar verkiezen. ¶ 好き不好きは人の勝手 over smaak valt niet te twisten. ¶ 好きになる zich aangetrokken voelen tot; gaan houden van. ¶ 讀書が好き veel van lezen houden.
-zuki好き

zn. houder van; liefhebber m.; philel m. ¶ 酒好き dorstige ziel. ¶ 本好き liefhebber van boeken. ¶ 女好き vrouwenjager. ¶ 日本好き Japanophiel; Japansch gezinde.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <suki>
好き suki (1) houden van; graag hebben; doen; (graag) lusten; leuk vinden; (graag) mogen; bevallen; aanspreken; gesteld zijn op; een …-liefhebber zijn; (2) favoriet; lievelings-; geliefkoosd; geliefd; (3) nieuwsgierig; excentriek; [i.h.b.] wellustig; (4) zoals men het wil; zo … men maar wil
漉き suki (1) [紙の] het scheppen; maken; vervaardigen; (2) [海苔の] het oogsten
鋤;犂 suki (1) spade; (2) ploeg
隙;透き;透 suki (1) gat; opening; spleet; kier; speling; wat plaats; wat ruimte; plaatsruimte; (2) gaatje; vrij ogenblikje; (3) buitenkans(je); onbewaakt; geschikt; kwetsbaar ogenblik; gelegenheid; kans; opportuniteit
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.08 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'suki'). 
2005-2026