日蘭辭典+

28 resultaten voor ‘wegnemen’
日蘭辭典 (trefwoord)
hagasu剥がす
t.w. afscheuren.
kuchinaoshi o suru口直しをする

i.w. den naren smaak wegnemen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <wegnemen>
下ろす;降ろす orosu (1) (gewoonlijk 下ろす) neerlaten; naar beneden laten; naar beneden halen; naar beneden brengen; [wisk.] aanhalen; (2) (gewoonlijk 下ろす) [m.b.t. schip] te water laten; (3) (gewoonlijk 下ろす) [m.b.t. gordijn;blind voor een raam etc.] laten zakken; neerrollen; neerlaten; (4) (gewoonlijk 下ろす) [m.b.t. kleren;schoenen;handdoeken etc.] voor de eerste keer dragen; voor de eerste keer aantrekken; voor de eerste keer gebruiken; (5) (gewoonlijk 下ろす) raspen; met een rasp fijn wrijven; (6) (gewoonlijk 下ろす) snoeien; [takken van een boom of een heester] wegnemen; afknippen; (7) (gewoonlijk 下ろす) een abortus laten uitvoeren; een expulsie laten uitvoeren; een vrucht afdrijven; (8)(gewoonlijk 下ろす) [geld] afhalen; (9) (gewoonlijk 降ろす) uit laten stappen [uit een voertuig]; (10) (gewoonlijk 降ろす) afladen; uitladen; lossen; (11) (gewoonlijk 降ろす) [iemand uit een ambt;waardigheid etc.] ontzetten; [iemand een ambt;waardigheid etc.] ontnemen; (12) (gewoonlijk 降ろす) [een godheid] inroepen; oproepen; [een boze geest;een demon;etc.] uitdrijven; (iemand) bevrijden [van een kwade geest;van een demon etc.]
切除する setsujosuru langs operatieve weg verwijderen; wegnemen; wegsnijden; [geneesk.] extirperen
剥がす hagasu afhalen; losmaken; aftrekken; lostrekken; wegnemen; afstrippen; afritsen; afscheuren
剥ぎ取る hagitoru (1) wegnemen; afhalen; afnemen; ontnemen; ontdoen van; verwijderen; ontbloten; ontkleden; uitkleden; [皮を] van het vel ontdoen; onthuiden; villen; stropen; afstropen; afschillen; schillen; strippen; [壁紙を] afscheuren; (2) [衣服を] afrissen; rissen; afrukken; aftrekken; trekken van; beroven
去る saru (1) verlaten; weggaan (bij; van); vertrekken (bij; van; uit); ervandoor gaan; [gew.] aangaan; ertussenuit knijpen; opstappen; heengaan (van); heenlopen; [i.h.b.] sterven; scheiden (van; uit); [m.b.t. echtgenoot;echtgenote] zich laten scheiden van; zich verwijderen van; aflopen van; weglopen van; verdwijnen; wegkomen; zich wegscheren; [veroud.] zich wegpakken; [inform.] opdonderen; [inform.] ophoepelen; [inform.] opflikkeren; [inform.] oprukken; [w.g.] opdoeken; [studentent.] opzooien; [uitdr.] zich uit de voeten maken; (2) achter zich laten; op [x uur afstand enz.] liggen; afliggen van; verwijderd liggen van; (3) wijken; afnemen; wegtrekken; verdwijnen; overgaan; eindigen; ophouden te bestaan; aflopen; ten einde lopen; voorbijgaan; vergaan; (4) [m.b.t. seizoen;tijdruimte] verstrijken; voorbijgaan; vergaan; [i.h.b.] voorbijvliegen; verlopen; passeren; [fig.] omgaan; [fig.] omlopen; [fig.] omkomen; (5) verwijderen; afhalen; weghalen; wegwerken; uithalen; wegnemen; afdoen; afnemen; verbannen; zich af maken van; (6) zich ontdoen van; bannen; uitbannen; afzetten (van); laten varen; (7) [m.b.t. baan] opgeven; stoppen met; [m.b.t. ambt] neerleggen; verlaten; opzeggen; afstand doen van; bedanken voor; vaarwelzeggen; [m.b.t. toneel] afgaan (van); (8) totaal ~; volledig ~; compleet ~; geheel en al ~; volkomen ~ [voorafgegaan door een ren'yōkei]; (9) jongstleden; [afk.] jl.; laatstleden; [afk.] ll.; ~ dezer; vorige ~; verleden ~; gepasseerde ~
取り外す torihazusu (1) wegnemen; afnemen; afhalen; verwijderen; weghalen; losmaken; (2) ontmantelen; demonteren; uit elkaar halen; nemen; onttakelen; [テントを] opbreken; [車両を] ontkoppelen
取り除く torinozoku wegnemen; weghalen; leeghalen; wegruimen; verwijderen; opruimen; ruimen; uit de weg ruimen; zich ontdoen van; wegwerken; [恐怖心を] opheffen; [語尾の音節を] afkappen
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
外す hazusu (1) losmaken; openmaken; [眼鏡を] afzetten; afdoen; [ベッドカバーを] afhalen; [ボタンを] losknopen; loskoppelen; [留金を] loshaken; afhaken; losgespen; afgespen; verwijderen; weghalen; nemen van; wegnemen; weglaten van; van het slot doen; [戸を] uitlichten; uittillen; [i.h.b.] disloqueren; [mech.] debrayeren; [techn.] ontkoppelen; [ギアを] afkoppelen; (2) [機会を] missen; onbenut laten; laten ontglippen; verkijken; mislopen; misslaan; misschieten; (3) ontkomen aan; ontsnappen aan; ontwijken; pareren; afwenden; (4) [席を] verlaten; ervandoor gaan
奪い取る ubaitoru roven; beroven; stelen; bestelen; afnemen; ontnemen; wegnemen; leeghalen
奪う ubau (1) met geweld nemen; roven; wegpakken; wegnemen; gewelddadig ontnemen; ontrukken; (2) beslag leggen op [iemands aandacht;interesse;gedachten]; boeien; betoveren
引き離す hikihanasu (1) uit elkaar trekken; (van elkaar) scheiden; (van elkaar) wegnemen; (2) achter zich laten; een voorsprong nemen op; op afstand zetten; vooruitlopen op; wegrijden van; demarreren uit; [sportt.] ontsnappen; [sportt.] weglopen; vóór gaan rijden; lopen
払う;掃う harau (1) verwijderen; wegdoen; opruimen; wegnemen; wegruimen; vrijmaken; ontruimen; (uit de weg) ruimen; weghalen; wegvegen; vegen; wissen; [een telraam] terugzetten op nul; zuiveren (van); [tranen enz.] afvegen; ontdoen van; [tuinb.] dieven; [tuinb.] afsnoeien; afhelpen van; verdrijven; verjagen; [een kwaal enz.] boeten; (2) [een zwaard e.d.] zwaaien; maaien; [i.h.b. iem. de voet] lichten; [een uithaal e.d.] afslaan; (3) betalen; neertellen; neerleggen; delgen; kwijten; contenteren; [een schuld] afdoen; [een schuld] afkomen; [een schuld] honoreren; [inform.] dokken; vereffenen; over de brug komen; overkomen; [m.b.t. rekening] gladmaken; [Barg.] roeren; [Barg.] besjollemen; (4) [eer] betuigen; [eer] bewijzen; [eerbied] betonen; zich [inspanningen] getroosten; zich [moeite] geven; (5) van de hand doen; verkopen; (6) [~に注意を] acht slaan op; aandacht besteden aan; aandacht schenken aan; letten op; opletten; bij de les blijven; achten; acht geven; oppassen
抜く nuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad;ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
持ち去る mochisaru meenemen; wegnemen
持って行く motteiku (1) (met zich) meenemen; meebrengen; (2) wegnemen; wegbrengen; wegdragen
捲る mekuru (1) omdraaien; omkeren; omleggen; [ページを] omslaan; [本を] doorbladeren; doorlopen; doorkijken; (2) afhalen; wegnemen; weghalen; [カレンダーを] afscheuren; [床板を] uittrekken; [壁紙を] aftrekken; afristen
掠う;攫う sarau (1) wegrukken; grissen; gappen; ontrukken; ervandoor gaan met; wegnemen; stelen; jatten; roven; [子供を] kidnappen; [波が] meesleuren; wegspoelen; (2) voor zich opeisen; monopoliseren; naar zich toe trekken
摘出する tekishutsusuru (1) uitpikken; uitkiezen; selecteren; (2) [geneesk.;chir.] (operatief) verwijderen; extraheren; wegsnijden; uitsnijden; wegnemen; uitpellen; excideren; reseceren; extirperen; enucleëren; (3) onthullen; bekendmaken; aan het licht brengen; blootleggen; openbaren; (4) extraheren; excerperen; uithalen; uitknippen
盗む;偸む nusumu (1) stelen; ontstelen; bestelen; ontvreemden; wegnemen; roven; beroven; ontroven; dieven; wegstelen; ontfutselen; [財布を] lichten; rollen; graaien; [inform.] pikken; [inform.] afpikken; [inform.] afpakken; [inform.] afkapen; [inform.] wegkapen; [inform.] jatten; [inform.] jatmouzen; [inform.] gappen; [inform.] ratsen; [inform.] raven; [inform.] schoepen; [volkst.] snaaien; [volkst.] wegdieven; [inform.] kapen; [Barg.;volkst.] piepen; [Barg.] gannefen; [Barg.] rausjen; [Barg.] werken; [Barg.] poteren; [Barg.] bedissen; [Barg.] haaien; [Barg.] handelen; [Barg.] fazelen; [Barg.] ransen; [Barg.] ranzen; [Barg.] meppen; [Barg.;volkst.] roeien; [考案;思想を] plagiëren; verdonkeremanen; [w.g.] verdonkeren; [vulg.] klauwen; (2) [暇を] vrijmaken; te baat nemen; bemachtigen
窃取する sesshusuru stelen; ontvreemden; pikken; ontstelen; wegnemen
datsu (1) ont-; de-; (a) uittrekken; afzetten; afwerpen; (b) verwijderen; wegnemen; (c) vergeten; bij verzuim weglaten; (d) missen; afdwalen; (e) ontkomen; vrij raken
解く toku (1) losbinden; losknopen; losmaken; losdoen; losstrikken; [包みを] openmaken; uitpakken; [包帯を] loswinden; loswikkelen; [連結を] loshaken; afhaken; loskoppelen; afkoppelen; ontkoppelen; (2) ontwarren; ontknopen; ontstrikken; tornen; lostornen; ontrafelen; uit elkaar halen; uitrafelen; lostrekken; (3) [装束を] afleggen; afgorden; afdoen; [荷を] ontdoen; (4) [誤解を] ophelderen; uit de wereld helpen; wegruimen; (5) [禁止を] opheffen; wegnemen; beëindigen; [契約を] verbreken; [責任を] ontheffen van; [任務を] ontlasten van; ontslaan uit; iem. bedanken; releveren; vrijmaken van; degageren; [包囲を] opbreken; [jur.] ontbinden; (6) [問題を] oplossen; uitzoeken; [方程式を] uitwerken; [inform.] uitpuzzelen; [質問を] beantwoorden; [謎を] erachter komen
解消する kaishōsuru (1) annuleren; opheffen; ongedaan maken; ontbinden; verbreken; (2) uit de weg ruimen; wegnemen; doen verdwijnen; verdrijven
除く nozoku (1) wegnemen; wegruimen; wegdoen; weghalen; eruit halen; verwijderen; aan de kant zetten; [twijfel e.d.] opheffen; ontlasten van; [de pijn e.d.] verdrijven; afhelpen van; elimineren; schrappen; uit de weg ruimen; ruimen; afschaffen; (2) uitsluiten; buitensluiten; uitlaten; weglaten; achterwege laten; weren; terzijde laten; terzijde schuiven; opzijzetten; erbuiten laten; overslaan; omitteren; uitzonderen
除去する jokyosuru verwijderen; wegruimen; wegwerken; wegnemen; weghalen; wegdoen; removeren; elimineren; zich af maken van
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 26 treffers (zoekopdracht: 'wegnemen'). 
2005-2026