
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
yurugi・搖ぎ
zn. schommeling v.; slingering v.; zwaai m.; schudding v. ¶ 揺ぐ schommelen; schudden; slingeren; zwaaien.
yuru・搖る
(揺る) i.w. schommelen; slingeren; zwaaien.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zwaaien>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スイングする suingusuru (1) swingen; (2) zwaaien; slingeren
振り動かす furiugokasu zwaaien; schudden; heen en weer bewegen
振り回す furimawasu (1) (in het rond) zwaaien; heen en weer bewegen; slingeren; kwispelen; (2) te kijk; koop lopen met; etaleren; tentoonspreiden; te pronk stellen; pronken; [veroud.] brallen; (3) misbruiken; (4) heen en weer slingeren
振る furu (1) zwaaien; heen en weer bewegen; wuiven met; kwispelen met; zwiepen met; (2) strooien; sprenkelen; schudden; (3) toedelen; toewijzen; toebedelen; (4) afwijzen; dumpen; laten vallen; in de steek laten; verlaten; laten zitten; de bons geven; afdanken; (5) opgeven; ter beschikking stellen; opofferen; overslaan; wegblijven van; (6) uitgeven; in omloop brengen
振れる;偏れる fureru (1) slingeren; zwaaien; schommelen; oscilleren; (2) overhellen; uitwijken; uitslaan; inclineren
揺さ振る yusaburu (1) wiegen; schommelen; heen en weer slingeren; zwaaien; (2) schudden; schokken; dooreenschudden; doen beven; choqueren
揺する yusuru schudden; heen en weer schommelen; wiegen; slingeren; zwaaien
揺れる yureru (1) beven; trillen; schudden; deinen; wiegen; wiebelen; [m.b.t. zeewier] golven; schokken; horten; [m.b.t. trein] hotsen; slingeren; schommelen; zwaaien; [m.b.t. schip] rollen; [m.b.t. schip] stampen; op en neer gaan; [m.b.t. kaarslicht] flakkeren; (2) wankelen; schudden [op zijn grondvesten]; in beroering zijn; in opschudding verkeren; in rep en roer zijn; (3) aan het wankelen raken; weifelen; onzeker zijn; in dubio staan
煽る aoru (1) [風が] doen wapperen; doen flapperen; doen klapperen; doen zwaaien; doen wuiven; (2) [団扇を] waaieren; wuiven met; (3) aanblazen; aanwakkeren; aanvuren; aanstoken; aanzetten; aanjagen; aanhitsen; ophitsen; opstoken; oppoken; opsteken; ontsteken; instigeren; opzwepen; opwekken; prikkelen; voedsel geven aan; (4) [cul.] aan de kook brengen; koken; (5) [beurst.] aanzwengelen; opjagen; opdrijven; opvoeren; krachtig stimuleren; (6) [foto.] tillen; met een tilt fotograferen; (7) wapperen; flapperen; klapperen; zwaaien; wuiven; (8) bumperkleven; geen afstand houden; op iemands bumper zitten; op iemands lip rijden; te dicht achter een ander voertuig rijden
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'zwaaien').
2005-2026
