Digitalisatie van 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), Peter Adriaan van de Stadt, 1934

Digitalisatie van 日蘭辭典

Deze pagina’s geven een overzicht van de voortgaande digitalisatie van het woordenboek 日蘭辭典 Nichi-Ran jiten (Japans-Nederlands woordenboek), van Peter Adriaan van de Stadt, samengesteld in 1925, gepubliceerd in 1934.

Zoek een pagina via paginanummer (tussen 1 en 1311) of een woord:

Pagina 616

kui-iji 食意地

zn. gulzigheid v.

kuidōraku 食道樂

(食道楽) zn. lekkerbekkerij v.; lekkerbek (人) m.

kuigoro 食頃

zn. het goede seizoen om iets te eten.

kuihagureru 食ひはぐれる

i.w. middel van bestaan verliezen.

kuihazusu 食ひはづす

同上.

kuikajiru 食齧る

i.w. knabbelen aan.

kuikake no 食掛の

bn. half opgegeten.

kuikasu 食糟

zn. restjes van eten.

kuike 食氣

(食気) zn. eetlust m.

kuiki 區域

(区域) zn. (1) [地帶] gebied o. (2) [限界] grens v. (3) [圈內] sfeer v. (4) [管區] ressort v.

kuikiru 喰切る

t.w. (1) [喰ちぎる] afbijten. (2) [食盡す] opeten.

kuikomi 食込

zn. verlies (損失) o.; tekort (缺損) o.; invreting (腐蝕) v.

kuikomu 食込む

t.w. (1) [蝕む] invreten. (2) [侵入] schenden; i.w. het terrein betreden van; indringen. i.w. (3) [缺損] tekort komen; interen.

kuimono 食物

zn. (1) [食料品] voedsel o.; eten o.; spijs v. (2) [餌食] slachtoffer o.; prooi v. ¶ 娘を食物にして居る leven van de schande van zijn dochter.

kuinige suru 食逃する

i.w. wegloopen zonder zijn eten te betalen.

kuinokoshi 食殘し

(食残し) zn. overblijfselen van eten; kliekjes o.mv. ¶ 食殘す overlaten.

kuiru 悔いる

t.w. berouwen; betreuren; i.w. berouw hebben over; spijt hebben.

kuiryō 食料

zn. eten o.; voedsel o.; spijs v.

kuishibaru 喰縛る

i.w. de tanden opeenklemmen.

kuishinbō 食ひしんぼう

zn. gulzigaard m.; lekkerbek m.; vraat m.

kuisugiru 食ひ過ぎる

i.w. te veel eten; zich overeten.

kuitaosu 食倒す

i.w. klaplooopen.

kuitaranu 食足らぬ

i.w. onverzadigd zijn; nooit genoeg hebben; onbevredigd zijn.

kuite 食手

zn. groot eter m.; veelvraat m.; gulzigaard m.

kuitomeru 食止める

t.w. tegenhouden.

kuitsubushi 喰潰し

zn. parasiet m.; doodvreter m.; klaploooper m. ¶ 喰潰す parasiteeren; klaplooopen; niets doen voor den kost.

kuitsuku 喰附く

t.w. bijten; i.w. zich vastklemmen aan (くつつく).

kuitsukusu 食盡す

(食尽す) t.w. opeten.

kuitsumeru 食詰める

i.w. niet te eten hebben; broodeloos zijn.

kuiwakeru 食分ける

i.w. kieskeurig zijn; een fijnen smaak hebben.

kujaku 孔雀

zn. pauw m. ¶ 孔雀草 venushaar.

kuji zn. lot o. ¶ 籤引 loterij; loting. ¶ 籤で決める bij loting beslissen. ¶ 籤を引く loten.
kujikeru 挫ける

i.w. (1) [挫折] ontmoedigd zijn. (2) [氣が] moedeloos zijn; den moed verliezen.

kujiku 挫く

t.w. (1) [挫傷] verstuiken; ontwrichten. (2) [氣を] ontmoedigen.


Aantal gevonden regels: 34
Tijd: 0.912 sec.