日蘭辭典+

4 resultaten voor 「吐く」
日蘭辭典 (titelwoord)
tsuku吐く

t.w. uitlaten; uiten. ¶ 溜息を吐く zucht slaken. ¶ 虛言を吐く liegen. ¶ へどを吐く overgeven; vomeeren.

日蘭辭典 (trefwoord)
hedo反吐
zn. braaksel o. ¶ 反吐を吐く overgeven; braken; vomeeren. ¶ 反吐が出さうだ het is walgelijk; het maakt iemand misselijk.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <吐く>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
吐く tsuku (1) [へどを] braken; overgeven; kotsen; (2) slaken; [ため息を] zuchten; (3) [息を] ademen; ademhalen; (4) [悪態を] uitslaan; uitkramen
吐く;嘔く haku (1) spuwen; [spreekt.] spugen; opgeven; opspuwen; ophoesten; uitkotsen; (2) braken; overgeven; opgeven; [inform.] kotsen; vomeren; [uitdr.;volkst.] over zijn nek gaan; [uitdr.;volkst.] rendez-vous houden; spelen; [uitdr.] aan Neptunus offeren; (3) uiten; zeggen; uiting geven aan; luchten; slaken; uitdrukken; laten zien; uitspreken; [fig.] spuien; (4) uitstoten; uitwerpen; uitbraken; uitspuwen; [rook enz.] uitademen; [spreekt.] uitspugen; afgeven; afscheiden; van zich doen uitgaan; (5) [泥を] bekennen; opbiechten; toegeven; doorslaan; [Barg.] kotsen; [Barg.] poekelen; [Barg.;uitdr.] poep van zeike gaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: '吐く'). 
2005-2026