RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <aanval>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
アタック atakku (1) [sportt.] aanval; offensief; (2) [bergsport] aanval naar de top; (3) aanpak; (4) [muz.] inzet; attaca; attaque; aanhef
オフェンス ofensu [sportt.] aanval
タックル takkuru [sportt.] tackle; aanval; het stoppen [van de balbezitter]; het neerleggen; het onderuithalen
チャージ chaaji (1) [sportt.] charge met het lichaam; aanval; [i.h.b.] schouderduw; (2) oplading; het chargeren; (3) prijs; kosten
一撃 ichigeki slag; klap; aanval; dreun; stoot; oplawaai; opduvel
打っ掛け bukkake (1) bespatting; beplenzing; [gew.] bedretsing; (2) bestoking; beschieting; aanval; (3) [cul.] soepje; (4) [cul.] sobasoep
攻め seme aanval; offensief
攻勢 kousei offensief; aanval; campagne; forcing
攻撃 kougeki (1) aanval; offensief; charge; attaque; aanslag; (2) kritiek; afkeurende kritiek; afkeuring; aanval; blaam; verwijt; (3) [honkbalterm;baseballterm] batting
発作 hossa (1) [geneesk.] aanval; bui; paroxisme; acces; (2) [geneesk.] stuip; spasme; convulsie; beroerte; [癲癇の] toeval
発病 hatsubyou het ziek worden; ziekteaanval; aanval; uitbraak; outbreak; [Belg.N.] opstoot
突撃 totsugeki charge; uitval; aanval; stormloop
立ち tachi (1) vertrekj start; afreis; (2) passage; verstrijking; verloop; (3) opbranding; (4) repetitie; proefoptreden; (5) [kabuki] staande opvoering; (6) [kabuki] mannelijke acteurs; (7) [sumō-jargon] afzet; charge; aanval; (8) [emfatisch voorvoegsel]
立合 tachiai [sumō-jargon] afzet; charge; aanval
襲撃 shuugeki stormaanval; aanval; bestorming; stormloop; [verk.] storm; raid; inval; overval; aanslag; [veroud.] assaut
襲来 shuurai (1) invasie; inval; aanval; toeloop; overrompeling; stormloop; toestroming; (2) [meteo.] nadering; het nabij; dichterbij komen
進撃 shingeki opmars; aanval; charge; uitval; ten aanval!
進攻 shinkou aanval; offensief; bestorming; stormaanval
陣 jin (1) [mil.] gelid; gelederen; rijen; formatie; legerformatie; gevechtsformatie; slagorde; opstelling; gevechtsopstelling; (2) [mil.] stelling; positie; terrein; kamp; kampement; (3) [mil.] slag; veldslag; oorlog; [arch.] krijg; (4) keizerlijk wachthuis; (5) tribune voor hofedelen; (6) toegang voor de clerus; (7) -korps; -groep; (a) [mil.] opstelling; formatie; (b) [mil.] legerplaats; legerkamp; kamp; (c) [mil.] slag; veldslag; veldtocht; campagne; (d) vlaag; aanval; (e) groep; korps; staf; equipe; ploeg; team; leden