日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘donker’
日蘭辭典 (trefwoord)
anchū暗中
bw. in het donker; in de duisternis; in den blinde. ¶ 暗中模索 op den tast.
ankoku暗黑
(暗黒) zn. duisternis v.; donkerheid v.; donkerte v. ¶ 暗黑donker; pikdonker; stikdonker. ¶ 暗黑面 de donkere zijde.
asaguroi淺黑い
(浅黒い) bn. donker; bruin.
ai
zn. indigo o.; donker blauw (色) o.
yami
zn. (1) [暗黑] duisternis v. (2) [憂愁] droefheid v.; somberheid v. (3) [亂世] verwarring v. ¶ 闇の duister; donker; somber.
yamiuchi闇討
zn. aanval in het donker; sluipmoord (暗殺) m.; Noot: Ook: 闇打ち
eru得る
t.w. (1) [獲得] krijgen; verkrijgen; i.w. slagen. (2) [可能] i.w. kunnen; in staat zijn. ¶ 得らるべき verkrijgbaar. ¶ の信用を得る iemand’s vertrouwen winnen. ¶ 利益を得る voordeel hebben van. ¶ 日沒辛うじてことを得たり wij slaagden erin nog juist voor donker de plaats te bereiken.
kurai暗い

bn. (1) [暗黑] donker; duister. (2) [暗愚] omvattend; niet bekend met.

kuraku暗く

bw. duister. ¶ 暗くする verduisteren; donker maken.

kuramagire ni暗紛に

bw. in het donker; beschermd door de duisternis.

kureru暮れる

i.w. (1) [夜になる] donker worden; beginnen te schemeren. (2) [終る] ten einde loopen; eindigen; afloopen. ¶ 泪に暮れる in tranen zijn. ¶ 全く途方に暮れる niet meer weten, wat te doen; geen uitweg meer zien.

kurozunda黑ずんだ

(黒ずんだ) bn. donker; somber.

yūgata夕方

bw. tegen den avond; bij het vallen van den avond; tegen donker.

yo

zn. nacht m. ¶ 夜が明ける het begint te dagen. ¶ 夜晩く迄 tot laat in den nacht. ¶ 夜になる de avond valt; het wordt donker. ¶ 夜を明かす nacht doorbrengen. ¶ 夜の nachtelijk. ¶ 夜を以つて日に繼いで dag en nacht door.

yakisugiru燒過ぎる

(焼過ぎる) t.w. te lang laten bakken; te donker afdrukken (寫眞を).

utsuzentaru鬱然たる
usukuragari薄暗がり

zn. schemerlicht o.; half donker o.

usuguroi薄黑い

(薄黒い) bn. donker; zwartachtig.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <donker>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
どす黒い dosuguroi donkerkleurig; donker; zwartachtig; zwartig; asgrauw
ダーク daaku (1) donker; duister; (2) Dark; Dirk
暗い;闇い;昏い;冥い kurai (1) donker; duister; somber; (2) (van licht) zwak; (van licht) flauw; gedimd; (3) onwetend over; geen kennis bezittend over; niet bekend met; (4) zwaarmoedig; droefgeestig; somber
暗がり kuragari (1) donkere; duistere plek; donker; duister; (2) [fig.] verborgene; coulissen; schaduw
暗む kuramu (1) donker; donkerder worden; verdonkeren; verduisteren; (2) [目が~] verblind worden; (3) [目が~] duizelen; suizelen; (4) [目が~] [fig.] verblind worden; verdwaasd worden; misleid worden; (5) verduisteren; donker maken; (6) [fig.] verduisteren; verdonkeremanen; achterhouden
暗澹 antan (1) somber; betrokken; mistroostig; troosteloos; weinig hoopgevend; hopeloos; deprimerend; (2) sinister; donker; duister; onheilspellend
暗然 anzen (1) somber; treurig; triestig; mistroostig; droefgeestig; pessimistisch; (2) donker; duister; onduidelijk
暗闇 kurayami (1) duisternis; donker; aardedonker; (2) wanorde; onrust; beroering; troebel; (3) heimelijk plekje; verborgen plaats; (4) gevangenis; gevang
暗鬱 anutsu somber; donker; droefgeestig; naargeestig; zwaarmoedig; mismoedig; terneergeslagen; duister
an (1) donker; donkerte; duisternis; (a) donker; duister; (b) zwartachtig; (c) somber; (d) dwaas; dom; onverlicht; (e) geheim; verdoken; verborgen; (f) uit het hoofd leren
kure (1) donker; duister; schaduw; (2) somberheid; somberte; (3) wanorde; chaos; verwarring
浅黒い asaguroi zwartig; enigszins zwart; [~肌] gebronsd; getint; lichtgetint; donker
濃い koi (1) (van een kleur) donker; (van een kleur) niet licht; (van een kleur); diep; (2) (van koffie; thee; etc.) sterk; (van koffie; thee; etc.) scherp; prikkelend; (3) (van soep) dik; (van soep) rijk; (4) (van mist) dicht; (5) (van baard) zwaar; (van baard) dichtbegroeid; (6) (van een relatie; vriendschap; etc.) intiem; (van een relatie,; vriendschap; etc.) vertrouwelijk; (van een relatie; vriendschap; etc.); persoonlijk; (van een relatie; vriendschap; etc.) innig; (van een; relatie; vriendschap; etc.) nauw; (van een relatie; vriendschap; etc.); nabij
蒙昧 moumai (1) duister; donker; (2) wazig; mistig; onduidelijk; vaag; schimmig; onhelder; onscherp; (3) onwetend; onverlicht; onontwikkeld
yami (1) duisternis; duister; donker; donkerte; (2) geniep; illegaliteit; clandestiniteit; zwarte markt; zwarte circuit
闇の yamino (1) donker; duister; (2) clandestien; illegaal; … van onder de toonbank; onderhands; ondershands; zwart
in (1) duister; donker; schaduw; (2) het negatieve; (3) yin; het passieve; vrouwelijke beginsel in de kosmos
鬱蒼 ussou dicht; dichtbebost; dichtbewassen; donker; ondoordringbaar
鬱陶しい uttoushii (1) [~天気] somber; betrokken; bewolkt; miezerig; druilerig; triestig; triest; bedompt; deprimerend; donker; grauw; beklemmend; dof; (2) vervelend; storend; irritant; ergerlijk; onaangenaam
黒い kuroi (1) zwart; (2) (van huid of kleur van ogen) donker; (van huid of kleur van ogen) bruin; gebruind; [Belg.N.;niet alg.] gebronzeerd; (3) vuil; vies; smerig; morsig; bevlekt; besmeurd; bevuild; (4) slecht; onrechtvaardig; onbillijk; onwettig; onrechtmatig; clandestien
黒っぽい;玄っぽい kuroppoi zwartachtig; zwartig; naar zwart overhellend; donker
koku (a) zwart; (b) donker; (c) slecht; zondig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.65 sec. jiten.nl: 18 treffers, warandict: 22 treffers (zoekopdracht: 'donker'). 
2005-2026