日蘭辭典+

16 resultaten voor ‘beven’
日蘭辭典 (trefwoord)
yure搖れ
zn. schok m.; slingering v.; schudding v. ¶ 揺れる schokken; schommelen; slingeren; schudden; trillen.
zottosuruぞっとする
wakuwakuわくわく

bw. in angst en beven.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <beven>
がたつく gatatsuku (1) kletteren; rammelen; ratelen; klepperen; kleppen; klateren; (2) sidderen; beven; rillen; huiveren; trillen; bibberen; (3) wiebelen; wankelen; gammel zijn; krakkemikkig; krikkemikkig zijn; wankelbaar zijn
ぞっとする zottosuru huiveren; sidderen; beven; de rillingen hebben; gruwen
びくつく bikutsuku (1) trillen; beven; (2) sidderen; huiveren; bang zijn; in angst zitten
動揺する dōyōsuru (1) schokken; horten; stoten; hobbelen; denderen; [m.b.t. schip] rollen; deinen; slingeren; schommelen; heen en weer; op en neer bewegen; wiebelen; beven; stampen; schudden; oscilleren; [niet alg.] daveren; (2) schommelen; fluctueren; (3) weifelen; dubben; wankelen; [fig.] walen; aarzelen; heen en weer geslingerd worden; in dubio staan; (4) huiveren; in beroering zijn; geagiteerd; woelig; roerig zijn; geschokt zijn; onrustig; rusteloos; ongerust; verontrust zijn; ontsteld; in de war; van streek; ontdaan; van de kook; van de wijs; uit z'n doen zijn
怖じける ojikeru (1) bang zijn; beven; sidderen; bibberen; bevangen zijn van schrik; met schrik vervuld zijn; doodsbenauwd zijn; in paniek zijn; (2) terugdeinzen; terugschrikken; ineenkrimpen van angst; huiveren
恐れ戦く osoreononoku beven; bibberen; sidderen van angst
戦く ononoku huiveren; sidderen; beven; rillen; bibberen; trillen
戦慄く wananaku (1) huiveren; sidderen; rillen; beven; bibberen; trillen; (2) [声;楽器の音が] vibreren; trillend klinken; (3) kreuken; kreukelen; krullen; (4) woelen; ritselen
揺らぐ yuragu (1) trillen; beven; [枝が] zwaaien; [ろうそくの火が] flakkeren; flikkeren; (2) wankelen; onvast worden
揺れる yureru (1) beven; trillen; schudden; deinen; wiegen; wiebelen; [m.b.t. zeewier] golven; schokken; horten; [m.b.t. trein] hotsen; slingeren; schommelen; zwaaien; [m.b.t. schip] rollen; [m.b.t. schip] stampen; op en neer gaan; [m.b.t. kaarslicht] flakkeren; (2) wankelen; schudden [op zijn grondvesten]; in beroering zijn; in opschudding verkeren; in rep en roer zijn; (3) aan het wankelen raken; weifelen; onzeker zijn; in dubio staan
身悶えする mimodaesuru kronkelen; wriemelen; sidderen; rillen; beven
身振いする miburuisuru rillen; huiveren; sidderen; beven; trillen; bibberen
震える furueru (1) beven; trillen; lillen; vibreren; resoneren; [muz.;veroud.] trembleren; [muz.] tremuleren; (2) huiveren; bibberen; rillen; sidderen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.32 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 13 treffers (zoekopdracht: 'beven'). 
2005-2026