日蘭辭典+

6 resultaten voor ‘bewonen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kamaeru構へる
(構える) t.w. [組立] bouwen; construeeren. i.w. (2) [身構] zich gereedmaken om; houding aannemen om. ¶ 待ち構へる gereed staan om. ¶ 一戸を構へる eigen huis bewonen.
igokochi居心地
zn. gezelligheid v. ¶ 居心地の好き aangenaam; gezellig; prettig om te bewonen; genoeglijk. ¶ 居心地が悪い ongezellig; niet prettig.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <bewonen>
住む;棲む;栖む sumu wonen; leven; huizen; bewonen; bevolken; verblijf houden; verblijven; onderdak hebben; [oneig.] resideren
棲む sumu [動物が] bewonen; wonen in; bevolken
棲息する seisokusuru wonen in; bewonen; inwonen; bevolken
生息する seisokusuru (1) leven; bestaan; (2) zich voortplanten; zich vermenigvuldigen; (3) wonen in; bewonen; inwonen; bevolken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.23 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 4 treffers (zoekopdracht: 'bewonen'). 
2005-2026