日蘭辭典+

85 resultaten voor ‘huis’
日蘭辭典 (trefwoord)
ie
zn. (1) [屋] huis o.; woning v. (2) [家族] familie v. (3) [家庭] tehuis o.
abaraya荒屋
zn. vervallen huis o.
anoあの
vnw. die; dat; gindsch; gene. ¶ あの頃 in dien tijd. ¶ あの本 dat boek. ¶ あの後は voortaan; daarna. ¶ あの家 dat huis daar; het gindsche huis. ¶ 彼の人 hij (男); zij (女). ¶ あの人達 zij.
areya荒家
zn. vervallen huis o.
aru有る
(在る) i.w. (1) [存在] zijn; bestaan; voorkomen. (2) [所在] zijn; liggen; gelegen zijn. (3) [發生] gebeuren; plaats grijpen; plaats vinden; geschieden. (4) [機會が] zich voordoen. (5) [所有] t.w. hebben; bezitten. (6) [容量] meten; wegen; bevatten. ¶ 其の家は今ありますか bestaat dat huis nog? is dat huis er nog? ¶ 日本は支那の東に在り Japan ligt ten oosten van China. ¶ 此家には庭がある dit huis heeft een tuin. ¶ は金がない ik heb geen geld. ¶ 長さ三尺ある het meet drie voet; het is drie voet lang. ¶ 此處に激戰があった hier had een hevige veldslag plaats. ¶ 機會があれば als de gelegenheid zich voordoet.
assarishitaあっさりした
bn. net; eenvoudig; licht. ¶ あっさりした食事 eenvoudig eten; lichte maaltijd; burgerpot. ¶ あっさりした家 een net huisje. ¶ あっさりした繪 een eenvoudig schilderijtje. ¶ あっさりした een gedekte kleur; een niet opvallende kleur. ¶ あっさりと言ふ rondweg zeggen; ronduit zeggen.
jitaku自宅
zn. eigen huis o.; tehuis o. ¶ 自宅教授 privaatles. ¶ 自宅に tehuis; thuis. ¶ 自宅へ naar huis; huiswaarts. ¶ 自宅工業 huisnijverheid.
aimai曖昧
zn. (1) [不明瞭] vaagheid v. ¶ 曖昧な vaag; onduidelijk. (2) [不確實] onzekerheid v. ¶ 疑はしい twijfelachtig; onzeker. ¶ 曖昧屋 verdacht huis.
yanami家竝
(家並み) zn. huizenrij v.; rij huizen; huis aan huis; elk huis o.
yanari家鳴
(家鳴り) zn. kraken van een huis.
ken
zn. huis o.; deur v. ¶ 三 drie huizen. ¶ 三目 het derde huis van hier; twee huizen verder.
ikka一家
zn. de familie v.; de geheele familie v.; een huis一家を創立する een eigen huishouden opzetten. ¶ 一家團欒の裡に in den boezem zijner famlie. ¶ 一家事情 familieomstandigheden. ¶ 一家persoonlijk inzicht.
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
kamaeru構へる
(構える) t.w. [組立] bouwen; construeeren. i.w. (2) [身構] zich gereedmaken om; houding aannemen om. ¶ 待ち構へる gereed staan om. ¶ 一戸を構へる eigen huis bewonen.
furusato故鄕
(故郷、古里、旧里、故里) zn. ouderlijk huis o.; geboorteplaats.
kokyō故鄕
(故郷) zn. geboorteplaats (出産地) v.; thuis () o.; vaderland (故國) o. ¶ 故鄕を戀しがる heimwee hebben; naar zijn geboorteplaats terug verlangen.
wagaie我家
(我が家) zn. mijn huis o.; eigen huis o.; tehuis o.
ka
part. (1) [疑問] is er?; bw. hoe? wat? vw. (2) [或は] of......of; nauwelijks......of. ¶ 成行はどうなることwat zal er van terecht komen? ¶ どうして分るものhoe zou ik het weten? ¶ 風呂が出來たかどうか vraag eens of het bad al klaar is. ¶ 君が歸るか歸らないかにあのが來た nauwelijks was je naar huis gegaan of hij kwam.
kasu貸す
t.w. (1) [貸出] leenen; uitleenen. (2) [賃貸] verhuren. (3) [土地を] verpachten. (4) [を] leenen; voorschieten. i.w. (5) [を] het oor leenen; luisteren naar. ¶ 一夜の宿を貸す een nacht huisvesting verleenen. ¶ は貸すのだ dit huis is te huur.
darakeだらけ
bw. vol met; bevuild door; bedekt met. ¶ だらけ bezweet. ¶ 鼠だらけの家 huis vol muizen. ¶ 間違だらけ boek vol fouten. ¶ だらけ bloedbevlekt. ¶ 借金だらけ over de ooren in de schuld.
koshiire輿入

zn. intrede van de bruid in het huis van den bruidegom.

kōshitsu皇室

zn. keizerlijk (koninklijk) huis o.; keizerlijke (koninklijke) familie v.

kozan故山

zn. geboorteplaats v.; ouderlijk huis o.

kunimoto國許

(国許) zn. tehuis o.; geboorteplaats v. ¶ 國許から便りがあつた ik heb bericht van huis gehad.

kyōchi鄕地

(郷地) zn. geboorteplaats v.; ouderlijk huis o.

kyōdo鄕土

(郷土) zn. geboorteplaats v.; ouderlijk huis o.

kyōkan鄕關

(郷関) zn. geboorteplaats v.; ouderlijk huis o.

-zuki附き

bn. voorzien van; toegerust met. ¶ 湯殿附きの家 huis met badkamer.

zōsaku造作

zn. inrichting v.; stoffage v. ¶ 造作附貸家 gestoffeerd huis te huur. ¶ 造作附する huis stoffeeren. ¶ 顏の造作を崩して笑ふ het uitschateren.

yoru寄る

i.w. (1) [近寄る] naderen; naderbij komen. (2) [集まる] samenkomen; elkaar ontmoeten. (3) [立寄る] aanloopen; aangaan; bezoek brengen. ¶ 火の傍に寄り給へ kom wat dichter bij het vuur. ¶ お歸りにお寄り下さい kom even aan als je naar huis gaat.

yokote橫手

(横手) zn. zijde v. ¶ 橫手に naast. ¶ 橫手の家 huis naast de deur; naaste buurman.

yōkan洋館

zn. Europeesch huis o.

yazukuri家作

zn. bouw van een huis.

yakeato燒跡

(焼跡) zn. plaats waar brand geweest is; uitgebrand huis o.

ya

zn. (1) [家] huis o. (2) [店] winkel m. (3) [人] handelaar m.; koopman m. ¶ 魚屋 vischboer. ¶ 本屋 boekwinkel; boekhandelaar.

yado宿

zn. (1) [住家] huis o.; woning v. (2) [宿屋] herberg v.; hotel o. (3) [良人] man m. ¶ 宿なき dakloos. ¶ 宿を取る logeeren; verblijven; wonen. ¶ 宿を貸す logies verleenen; een onderdak geven.

ya

zn. (1) [家] huis o. (2) [店] winkel m. (3) [人] handelaar m.; koopman m. ¶ 魚屋 vischboer. ¶ 本屋 boekwinkel; boekhandelaar.

utsuru移る

i.w. (1) [移轉] verhuizen. (2) [變る] veranderen. (3) [經つ] vergaan. (4) [感染する] besmetten; overgaan op; t.w. aantasten. ¶ 火が隣の家に移つた het vuur is overgeslagen op het huis ernaast. ¶ 流感が家內中にうつつた de heele familie is door influenza aangetast.

uriya賣屋

(売屋) zn. huis, dat te koop is; “huis te koop.”

uri-ie賣家

(売家) zn. huis te koop.

uradana裏店

zn. huis in een achterbuurt.

uchibenkei內辨慶

(内弁慶) zn. held op het droge; tiran in huis, lafaard buitenshuis.

uchi

(内) zn. (1) [内部] binnenste o.; binnenkant o. (2) [家宅] huis o.; woning v. (3) [家族] familie v.; gezin o. (4) [夫] mijn man m. ¶ 内で thuis; binnenshuis; binnen. ¶ の中で onder; tusschen; in; te midden van. ¶ 内の者 mijn familie; mijn vrouw. ¶ 内に (在宅) thuis; in huis. ¶ の内に binnen. ¶ 今週の中に binnen deze week; van de week. ¶ 夜の中に gedurende de nacht. ¶ 時のたつ中に na verloop van tijd. ¶ 彈雨の中に onder een kogelregen. ¶ 近い中に eerstdaags; binnen kort. ¶ 若い中に in de jeugd; op jeugdigen leeftijd. ¶ 内ほどよい所はない oost west thuis best. ¶ 御主人はおうちですか is mijnheer thuis? ¶ 日の出ない中に vóór zonsopgang.

tsukanuつかぬ

bn. onverwacht. ¶ つかぬ事を伺ひますが ik kom wèl met de deur in huis vallen maar……

SUPPLEMENT (trefwoord)
yōkosoようこそ

uitdr. Welkom! ¶ 東京へようこそ Tōkyō e yōkoso Welkom in Tokio! ¶ ようこそ拙宅へ Yōkoso settaku e. Welkom in mijn huis. ¶ ようこそ、我が社にいらっしゃいました。 Yōkoso, wagasha ni irasshaimashita. Welkom bij ons bedrijf.

sanさん
[samentrekking van sama ] (1) drukt respect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan de naam of het beroep van een persoon. ¶ 田中さん Tanaka-san Meneer Tanaka. 課長さん Kachō-san. Afdelingshoofd; Chef. (2) drukt affectie uit wanneer toegevoegd aan namen van dieren en dergelijke. ¶ お家の中には、猫さんにとってどんな危険があるのかを、リストアップしてみました。 o-uchi no naka ni wa, neko-san ni totte donna kiken ga aru no ka wo, risuto-appu-shite mimashita. Ik heb een lijst gemaakt van welke gevaren er zijn voor ‘meneer de kat’ in z’n huis. NB uitgesproken als chan (ちゃん) is het een woord dat expliciet affectie of familiariteit uitdrukt bij zowel mensen als dieren ¶ 春子ちゃん。 Haruko-chan. Haruko. ¶ お姉ちゃん onee-chan [oudere] zus; zusje. ¶ おじいちゃんに買ってもらったんだー! Ojii-chan ni katte morattan daa! Opa heeft het voor mij gekocht! (3) drukt repect of beleefdheid uit wanneer toegevoegd aan een (zelfstandige vorm van) een woord dat met de ander in verband kan worden gebracht. ¶ お世話さん Osewa-san. Uw hulp; Uw zorg. ¶ ご苦労さまです。Gokurō-sama desu. Dank u wel voor uw inspanningen.
SUPPLEMENT (trefwoord)
hallo, hoi, hee

(tussenwerpsel) [algemene groet bij ontmoeten, goedendag] konnichi wa こんにちは [今日は] (zelden in een wij-groep en niet tegen superieuren (Miura; BEJD). NB In snelle spraak kan konnichi wa samengetrokken worden tot konchiwa)); [goeiemorgen] o-hayō おはよう (informeel); [goedemorgen] o-hayō gozaimasu おはようございます (beleefd, geschikt om tegen superieuren te zeggen); [hee, hoi] yaa やあ (informeel); oo おぉ〜 (informeel); [goedenavond] konban wa 今晩は (zelden in een wij-groep (BEJD)); [iemand aanspreken, ergens binnenkomen] sumimasen すみません (algemeen beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’; wordt vaak afgekort tot suimasen すいません); shitsurei-shimasu 失礼します (zeer beleefd, lett. ‘neemt u me niet kwalijk’); [bij betreden huis] o-jama-shhimasu お邪魔します (lett. ‘excuus voor de overlast’); [begroeting naar collega’s of werkenden] o-tsukare-sama desu お疲れさまです (beleefd (NB De respons op o-tsukare-sama desu kan onder werkenden de identieke frase zijn, maar als respons is de radicale afkorting desu! niet ongewoon)); [aan de telefoon] moshimoshi もしもし [bij thuiskomst] tadaima ただいま [只今]! (lett. ‘precies nu’); [aandacht trekken] **oi!**おい! (informeel); ooi! おおい (idem).

¶ Hee! [Hallo!] Dat we elkaar hier tegenkomen! Yaa, konna tokoro de au to wa ne. やあ、こんな所で会うとはね。 ¶ Hallo? Spreek ik met meneer [mevrouw] Ogawa? Moshimoshi. Ogawa-san desu ka. もしもし。小川さんですか。 ¶ ‘Daar ben ik weer!’ ‘Hee, hoe was je dag?’ ‘Tadaimaa!’ ‘O-kaeri nasai’ 「ただいまー」「お帰りなさい」 ¶ Hallo? Is daar iemand? Gomen kudasai! ご免ください! ¶ Hee! Het eten is klaar hoor! Oi, meshi da zo? おい、飯だぞ? (TTC)

NB Zoals al uit de opmerkingen tussen de haken blijkt is er geen direct equivalent voor ‘hallo’, ‘hoi’ etc. in het Japans. Tevens is de keuze van een uidrukking afhankelijk van context. In de ochtend kun je voor eigenlijk al je bekenden in ieder geval o-hayō gozaimasu おはようございます gebruiken. Op je werk kun je de hele dag o-tsukare-sama desu お疲れさまです als eerste groet gebruiken (denk aan iets als ‘werk ze!’). Andere werkenden kun je ook begroeten met o-tsukare-sama desu お疲れさまです of als ze je een dienst bewijzen go-kurō-sama ご苦労さま , of go-kurō-san ご苦労さん . In de ochtend thuis of onder vrienden is kort ‘môgge!’, o-hayō おはよう prima. Als je vrienden begroet kun je wegkomen met iets als oo おぉ〜 ung of うん. Voor iedereen die niet in een wij-groep van je zit kun je het algemene konnichi wa こんにちは gebruiken. Beleefder is (bij het aanspreken van iemand) sumimasen すみません of shitsurei-shimasu 失礼します. Bij het betreden van iemands huis kun je o-jama-shimasu お邪魔します zeggen.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <huis>
オープン・キャンパス ōpunkyanpasu open dag; huis; infodag (voor toekomstige studenten); [Belg.N.] opendeurdag; opendeur
オープン・ハウス ōpunhausu (1) open dag; huis; [Belg.N.] opendeur; opendeurdag; (2) kijkwoning
ノー・ブラ nōbura (1) bh-loos; beha-loos; zonder bh; (2) merkloos; huismerk; huis-; wit artikel
ノー・ブランド nōburando (1) huismerk; eigen merk; wit artikel; product; (2) zonder merknaam; huis-; loco-; merkloos; generiek; generisch
ハウス hausu (1) huis; woning; (2) plasticfolie-kas; broeikas
ホーム hōmu (1) perron [verkorting van プラットホーム ]; (2) huis; gezin; (3) tehuis; home; (4) geboortestreek; vaderland; thuis; (5) [honkbal] thuishonk; thuisplaat
一家 ikka (1) familie; de gehele familie; (2) huis; huishouden; (3) stijl
一筋;一条 hitosuji (1) lijn; streep; striem; straal; streng; (2) familie; geslacht; clan; huis; (3) kunst; vaardigheid; (4) honderd aan een snoer geregen muntstukken; (5) gewone maatregelen; gebruikelijke methode; (6) gewoon; normaal; gebruikelijk; (7) toegewijd; noest; ernstig; ijverig; vlijtig; (8) vlot; ongehinderd; zonder hapering; vloeiend
世話 sewa (1) zorg; hoede; behartiging; verzorging; ontferming; oppassing; hulp; (2) goede diensten; bijstand; vriendelijke bemoeienis; [i.h.b.] (welwillende) bemiddeling; [i.h.b.] voorspraak; (3) last; ongerief; ongemak; overlast; (4) leven van alledag; dagelijks leven van de gewone man; het alledaagse; het banale; (5) sewa [genre in de kabuki-toneelkunst of het jōruri-recitatief dat het dagelijks leven van de gewone man tot thematiek heeft]; (6) verstaanbare taal; gewoon taalgebruik; spraakgebruik; huis-; tuin- en keukentaal; Jip-en-Janneketaal; volksmond
住まい;住居 sumai (1) huis; thuis; woning; verblijf; verblijfplaats; woonplaats; domicilie; vestigingsplaats; woonhuis; behuizing; huizing; onderkomen; [form.] woonstede; [meton.] adres; [meton.] huisadres; (2) leven; bestaan [vaak gebruikt als suffix]
住宅 jūtaku woning; woonhuis; huis; woningpand; [verzameln.] woonvoorziening; huizing; behuizing
住居 jūkyo woonplaats; [form.] woonstede; residentie; verblijfplaats; vestigingsplaats; verblijf; behuizing; huis; woning; huizing; thuis
別宅 bettaku (1) tweede woning; huis; [i.h.b.] buitenverblijf; (2) deuxième bureau; huis van een maîtresse
taku (1) huis; thuis; woning; verblijf(plaats); woonplaats; residentie; [voorafgegaan door -san ~さん] familie ~; (2) mijn man; [i.h.b.] ons gezin [term waarmee een echtgenote haar man aanduidt]; (3) u [steeds voorafgegaan door o お]
u (1) [= maatwoord voor gebouwen;daken;tenten]; (a) dakrand; dak; huis; (b) hemel; zwerk; uitspansel
kyū [astron.;astrol.] teken; hemelteken; sterrenbeeld; gesternte; [veroud.] huis
家宅 kataku huis; woning; woonst; woonplaats; domicilie
家屋 kaoku huis; gebouw
ie (1) woning; (2) huis; behuizing; thuis; [後ろの] achterhuis; (3) huishouden; familie
uchi (1) huis; woning; (2) thuis; zijn familie; zijn verwanten
ka (1) -huis; (2) beoefenaar van sport; beoefenaar van kunst; expert in ~
ke (1) huis; (2) familie; geslacht; stamhuis
宿り yadori (1) verblijf; onderkomen; onderdak; logies; accommodatie; (2) adres; woonplaats; verblijfplaats; vestigingsplaats; (3) schuilgelegenheid; schuilplaats; toevluchtsoord; beschutting; (4) [astrol.] huis; sterrenbeeld; teken van de dierenriem
宿;屋戸;屋外 yado (1) herberg; hotel; logement; hostel; (2) onderkomen; onderdak; verblijf; verblijfplaats; logies; herberging; huisvesting; inwoning; (3) huisdeur; buitendeur; voordeur; portaal; ingang van een huis; deuropening; deurgat; (4) omgeving van de voordeur; [op de] drempel; [op de] stoep; voortuin; (5) huis; woning; domicilie; woonplaats; woonst; behuizing; (6) thuis; eigen huis; eigen haard; home; (7) heer des huizes; huisheer; mijnheer; mijn man [woord waarmee de vrouw des huizes aan haar man refereert]; (8) ouderlijk huis van een dienstbode; ouders van een huisbediende; patroon van een dienstbode; (9) verzamelpunt; trefpunt; ontmoetingspunt; verzamelplaats; ontmoetingsplaats; hol [van ontucht;gok-]; rendez-voushuis; (10) huis van bewaring te Edo; geishahuis
屋内の okunaino binnen-; overdekt; huis-; zaal-; indoor-
屋内 okunai (1) binnenste; interieur van een huis; (2) binnen-; huis-; binnenhuis-; indoor-
oku (a) huis; verblijf; gebouw; (b) dak
mise winkel; zaak; handel; bazaar; magazijn; firma; huis
ko (1) toegang; toegangsdeur; deur; (2) huis; woning; gezin; (3) [ritsuryō] huishouden; huisgezin; (4) [maatwoord voor huizen;gezinnen]; (a) toegang; deur; (b) huis; gezin; (c) drankverbruik
toko (1) plaats; plek; (2) huis; thuis; (3) familie; afkomst; (4) moment; (5) geval; (6) […がとこ] ten bedrage van
日常 nichijō dagelijks; daags; alledaags; ~ van alledag; huis-; tuin- en keuken-; gewoon
有り触れた arifureta (1) gewoon; gebruikelijk; veel voorkomend; gangbaar; alledaags; huis-; tuin- en keuken-; banaal; (2) afgezaagd; clichématig; cliché; versleten; triviaal
sha (a) huis; gebouw; (b) [mil.] dagmars; (c) [afk.] kosthuis; internaat; (d) [hum.;m.b.t. eigen familie] mijn nederige …; (e) [Skt.] fonetisch teken met uitspraak "sha"
行商 gyōshō (1) het venten; straathandel; huis-aan-huisverkoop; colportage; (2) venter; leurder; marskramer; straatventer; straathandelaar; huis-aan-huisverkoper; colporteur
行商人 gyōshōnin rondtrekkend koopman; venter; leurder; straathandelaar; straatventer; huis-aan-huisverkoper; ambulante handelaar; handelsreiziger; kramer; marskramer; colporteur; standwerker; zwemmer
邸宅;第宅 teitaku woning; huis; villa; verblijf; optrek; [Belg.N.;niet alg.] woonst; [i.h.b.] herenhuis
kado (1) poort; (2) stoep aan de poort; pui; [i.h.b.] voortuin; (3) huis; geslacht; familie; (a) poort
院外 ingai (1) buiten het Parlement; Huis; buiten de Kamer; (2) buiten het ziekenhuis; instituut; buiten de instelling; extramuraal; extern
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 47 treffers, warandict: 38 treffers (zoekopdracht: 'huis'). 
2005-2026