日蘭辭典+

48 resultaten voor ‘houding’
日蘭辭典 (trefwoord)
kamae
(構え) zn. (1) [結構] constructie v.; bouw m. (2) [姿勢] houding v. ¶ 大した構をして居る op grooten voet leven.
kamaeru構へる
(構える) t.w. [組立] bouwen; construeeren. i.w. (2) [身構] zich gereedmaken om; houding aannemen om. ¶ 待ち構へる gereed staan om. ¶ 一戸を構へる eigen huis bewonen.
karada
(体) zn. (1) [身體] lichaam o.; lijf v. (2) [體質] gestel o. ¶ 體に好い goed voor de gezondheid. ¶ 體の lichamelijk. ¶ 體中 over het geheele lichaam. ¶ あの人は體が丈夫だ hij heeft een sterk gestel. ¶ 體附き gestalte; houding; figuur.
kenka喧嘩

zn. (1) [喧嘩] twist m. (2) [鬪爭] gevecht o.; strijd m. ¶ 喧嘩する twisten; vechten; kijven; kibbelen (子供が). ¶ 喧嘩 twistappel. ¶ 喧嘩 dreigende houding. ¶ 喧嘩買ふ iemand’s partij opnemen. ¶ 喧嘩をしかける twist zoeken. ¶ 喧嘩好き twistziek.

zarei坐禮

(坐礼) zn. groet in zittende houding.

zasa坐作

zn. houding v.; gedrag o.

yowagoshi弱腰

zn. zwakke houding v.; slapheid v.

yōsu樣子

(様子) zn. (1) [狀態] toestand m.; conditie v. (2) [姿態] uiterlijk o. (3) [態度] houding v.; manier van doen. ¶ 大體の樣子 de algemeene toestand; de staat van zaken. ¶ 樣子を窺ふ zien, hoe het ermee staat; kijken uit welken hoek de wind waait. ¶ 樣子がよい er goed uitzien. ¶ 樣子をする zich aanstellen; zich voordoen als; voorwenden. ¶ 樣子振る aanstellerig doen; zich aanstellen.

yōgi容儀

zn. gedrag o.; manieren v.mv.; houding v.

yōdai容態

zn. (1) [患者の] toestand m. (2) [容儀] houding v.; optreden o. ¶ 容態ぶる gewichtig doen; zich aanstellen. ¶ 容態振り gewichtigdoenerij; dikdoenerij; aanstellerij. ¶ 容態書 bulletin omtrent den toestand van den zieke; geneeskundig certificaat.

umanori馬乘

(馬乗) zn. paardrijden o.; schrijlingsche houding (跨がること); (馬に乘る人) ruiter m.; paardrijdster (女) v.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shinkyō心境
zn. gemoedstoestand; mening; instelling; gedachten. ¶ 心境の変化 verandering van gedachten. ¶ 心境が変化する van gedachten veranderen. ¶ それまでに再度心境が変化して、急きょ欠席ということがなければいいのですが。 Maar als in de tussentijd het niet gebeurd dat [mensen] opnieuw van gedachten veranderen en opeens niet verschijnen komt het in orde.
zenkutsu前屈
zn., suru-ww. voorovergebogen; een voorovergebogen positie; vooroverbuigen. ¶ を開いて前屈のポーズ Ashi wo hiraite zenkutsu no pōzu Een voorovergebogen [positie, houding, pose] met de benen gespreid. ¶ そして膝を曲げずに前屈 Soshite hiza wo magezu ni zenkutsu. Vervolgens vooroverbuigen zonder de knieën te buigen. (blog) NB antoniem: kōkutsu 後屈
kōkutsu後屈
zn., suru-ww. achterovergebogen; achterover buigen. ¶ 今日はヨガの後屈のポーズのおですKyō wa yoga no kōkutsu no pōzu no hanashi desu. Vandaag ga ik het hebben over houdingen in yoga waarbij je achteroverbuigt. ¶ 後屈のポーズには、全身のエネルギーを活性化して、自分でも気づかなかった感情と出会うがあります。 Kōkutsu no pōzu ni wa, zenshin no enerugī wo kasseikashite, jibun de mo kizukanakatta kanjō to deau toki ga arimasu. Bij achterovergebogen houdingen activeer je energie in je hele lichaam en zul je op momenten emoties tegenkomen waarvan je zelf niet eens wist dat je ze had. (blog) NB antoniem: zenkutsu 前屈

TEKST EN UITLEG (trefwoord)
shiburi仕振
銀行員は「仕振」(しぶり)という言葉使う約束時間守るか、期限通りに必要書類提出するか、言葉遣いは丁寧か、といった顧客の定性的な側面評価するために用いる言葉だ。あまりにも仕振悪い、と評価されると、どれだけ定量面では良好な属性の顧客であっても取引断ることある。 (twitter)

Bankbedienden gebruiken het woord “仕振” (shiburi) [‘manier van doen; gedrag’]. Het is een woord dat ze gebruiken om aan te geven hoe een klant scoort op vragen als: is [hij of zij] punctueel, levert [hij of zij] de vereiste documenten binnen de gestelde termijn, is het taalgebruik [van de klant] beleefd, enzovoort. Indien de shiburi van de klant als te slecht wordt ingeschat, maakt het niet uit hoeveel goede kanten de klant verder nog heeft, de transactie wordt geweigerd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <houding>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
スタンス sutansu (1) standpunt; stellingname; houding; opstelling; (2) [honkb.;golf;tennis] houding; stand; beenstand; postuur; (3) [klimsport] steunpunt
ポーズ poozu (1) pauze; onderbreking; (2) pose; houding
仕草 shigusa (1) gebaar; lichaamshouding; houding; geste; gesticulatie; gedrag; (2) [ton.] manier van acteren; acteerstijl; stijl
体位 taii (1) fysiek; lichaamsbouw; bouw; lichaamsgestel; gestel; lichamelijke gesteldheid; lichaamsgesteldheid; constitutie; [Belg.N.;spreekt.] carrure; (2) lichaamshouding; houding; postuur; pose
動作 dousa (1) beweging; gebaar; geste; gesticulatie; (2) houding; postuur; gedrag; manier van doen; optreden; manieren; (3) [m.b.t. machine] werking
姿勢 shisei (1) lichaamshouding; houding; pose; positie; postuur; opstelling; (2) houding; attitude; instelling; gezindheid
寝相 nezou houding; positie bij het slapen; slaaphouding
当たり atari (1) treffer; raakschot; hit; succes; (2) [光;風の] werking; (3) [honkb.] slagprestatie; (4) gok; berekening; voorspelling; verwachtingspatroon; (5) houding; manier; inschikkelijkheid; omgang; (6) [わいんの] gevoel op de tong; smaak; (7) kneuzing (van vruchten); gekneusde plek; kneus; (8) [viss.] beet; (9) per …; (10) -vergiftiging; -aandoening; -affect
心持ち kokoromochi (1) karakter; aard; mood; stemming; gemoedsgesteldheid; geestesgesteldheid; gemoedstoestand; houding; (2) gevoel; indruk; (3) een beetje; iets; wat; een kleinigheid; ietsje; een stukje
心構え kokorogamae (1) mentale voorbereiding; voorbereidheid; paraatheid; (2) geesteshouding; geestesinstelling; geestesgesteldheid; mentaliteit; houding; instelling; attitude; denkraam
恰好;格好 kakkou (1) vorm; voorkomen; presence; houding; uiterlijk; (2) postuur; een pose; een figuur; gedaante; gestalte; positie; (3) manier [van doen]; houding; (4) passend bij; redelijk; billijk; matig
態勢 taisei (1) houding; opstelling; (2) paraatheid; staat van gereedheid; (3) conditie
態度 taido (1) gedrag; manier van doen; handelen; houding; gedraging; optreden; handel en wandel; postuur; contenance; contenantie; [w.g.] tournure; (2) attitude; instelling; opstelling; positie
所作 shosa (1) daad; handeling; (2) houding; gedrag; gedraging; gesticulatie; postuur; [演技の] acteerwerk; optreden; pantomimiek; (3) [kabuki] dansbeweging; dans; (4) [boeddh.] karma; (5) werk; beroep
挙動 kyodou gedrag; houding; optreden; gedraging; handelwijze; manier van doen; doen en laten; handelingen; daden
挙措 kyoso gedrag; gedraging; houding; attitude; optreden; manieren; gedraging
kyo (1) gedrag; stap; maatregel; move; daad; poging; onderneming; (2) aanbeveling; (a) opsteken; (b) voorleggen; aanbrengen; (c) opsommen; oplijsten; (d) bevorderen; in rang verhogen; (e) arresteren; (f) houden; verrichten; (g) bewegingen; houding; (h) allen; gezamenlijk
振り furi (1) zwaai; slingerbeweging; slag; (2) voorkomen; schijn; allure; uiterlijkheid; show; (3) pose; air; lichaamshouding; houding; postuur; (4) hangend gedeelte van een wijd uitlopende kimonomouw
振る舞い furumai (1) gedrag; gedraging; houding; optreden; handelswijze; manier van doen; manieren; (2) traktatie
okite (1) regel; voorschrift; wet; gebod; bepaling; verordening; statuut; (2) maatregel; beschikking; instructie; (3) regeling; behandeling; omgang; procedure; regelgeving; reglement; code; (4) overeenkomst; afspraak; (5) verwachting; plan; voornemen; (6) houding; stemming; instelling; gemoedsgesteldheid; (7) lot; bestemming
shi (a) halt houden; roerloos blijven; (b) activiteit staken; stoppen; ophouden; (c) gedrag; houding
気配 kehai (1) teken (dat een persoon gewaarwordt in zijn omgeving); indicatie; symptoom; (2) blijk; schijn; uiterlijk; (3) voorteken; omen; (4) gedrag; optreden; houding
真似 mane (1) imitatie; nabootsing; na-aperij; na-aping; namaking; simulatie; navolging; mimesis; [kunst] mimicry; (2) gedrag; gedraging; optreden; handeling; houding; manieren; (3) simulatie; voorwending; veinzerij
立ち居振る舞い tachiifurumai lichaamshouding; houding; pose; postuur; attitude; manier van bewegen; manier van doen
立場 tachiba (1) positie; situatie; plaats; stelling; hoedanigheid; [fig.] iems. schoenen; [対等の] voet; [苦しい~] parket; (2) standpunt; stellingname; houding; opstelling; opvatting; [oneig.] gezichtspunt; [oneig.] oogpunt; [fig.] hoek
素振り soburi gedrag; houding; manier van doen; optreden; air
素行 sokou gedrag; optreden; handelwijze; gedraging; gangen; houding; [veroud.] conduite
iro (1) kleur; (2) verf; kleur; kleurstof; pigment; (3) gelaatskleur; gelaatsuitdrukking; voorkomen; uiterlijk; look; houding; (4) liefde; liefdesaffaire; romance; liefdesavontuur; idylle; (5) wellust; lust; vleselijk verlangen; seksuele begeerte; sexuele passie; zinnelijk plezier; sensueel genot; (6) liefje; vrijer; meisje; jongen; liefste; geliefde; minnaar; minnares; maîtresse; (7) schoonheid; beminnelijkheid; schattigheid; vrouwelijke charmes; aantrekkelijkheid; (8) verfraaiing; versiering; decoratie; ornament; opschik; tooi; (9) soort; aard; type; klasse; (10) [maatwoord voor kleuren]
行い okonai (1) daad; handeling; optreden; gangen; bedrijf; (2) gedrag; houding; gedraging
行動 koudou (1) handeling; daad; (2) actie; beweging; het handelen; (3) gedrag; handelwijze; houding; manieren; manier van doen; wandel; handel en wandel; (4) militaire operaties; krijgsverrichtingen
見得 mie [m.b.t. kabuki] gewrongen dramatische pose; lichaamshouding; houding; gesticulatie
触り sawari (1) gevoel bij aanraking; het aanvoelen; (2) houding; omgang (met mensen); (3) [歌の] ontroerendste; aandoenlijkste passage; (4) hoogtepunt; climax; beste stuk; glanspunt; clou
fuu (1) gewoonte; gebruik; neiging; (2) manier; wijze; voege; trant; stijl; type; soort; (3) air; allure; voorkomen; uiterlijk; houding; aanzicht; (4) zoals ~; op de manier van ~; in de stijl van ~; à la ~; naar ~
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 15 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'houding'). 
2005-2026