
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
osoroshii・恐しい
(恐ろしい) bn. (1) [怖い] vreeselijk; verschrikkelijk; ontzettend; angstwekkend; afgrijselijk. (2) [猛烈に] hevig; woest. bw. (3) [非常な] erg; ontzaggelijk. ¶ 恐しく寒いvreeselijk koud.
kyūkutsu・窮屈
zn. (1) [嚴重] strengheid v.; striktheid v. (2) [気詰り] gedwongenheid v.; onvrijheid v. (3) [狭隘] beperktheid v.; engheid v. ¶ 窮屈な streng; strikt; onvrij; beperkt; nauw; eng. ¶ 窮屈な規則 strenge regelen. ¶ 窮屈に思ふ zich onvrij gevoelen. ¶ 窮屈な服 nauwe kleeren. ¶ 窮屈な家 een bekrompen woning. ¶ 窮屈に云へば strikt gesproken; eigenlijk gezegd.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <eng>
おっかない okkanai schrikwekkend; vreeswekkend; vreesaanjagend; angstaanjagend; schrikaanjagend; beangstigend; benauwend; griezelig; eng; onguur; akelig; geducht; [veroud.] schrikbaar; [w.g.] schrikverwekkend
不気味 bukimi griezelig; eng; akelig; angstaanjagend; huiveringwekkend; spookachtig; creepy; spooky
偏狭 henkyō (1) bekrompen; kleingeestig; kortzichtig; enghartig; vooringenomen; kleinsteeds; provinciaal; intolerant; (2) nauw; eng; begrensd; krap; beperkt; gelimiteerd
僅か;纔か wazuka (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; ietwat; enigermate; enigszins; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; amper; nauwelijks; maar net; ternauwernood; (3) krap; nauw; eng; (4) slechts; maar; enkel
僅かな;纔かな wazukana (1) weinig; wat; beetje; schijntje; ietsje; luttel; greintje; (2) gering; klein; licht; schaars; karig; (3) krap; nauw; eng
凄惨 seisan verschrikkelijk; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; akelig; eng; griezelig; ijselijk; ijzingwekkend; huiveringwekkend; afschuwwekkend; ontstellend
凄惨な seisanna verschrikkelijk; afschuwelijk; afgrijselijk; gruwelijk; akelig; eng; griezelig; ijselijk; ijzingwekkend; huiveringwekkend; afschuwwekkend; ontstellend
嫌い kirai (1) afkeer; tegenzin; antipathie; (2) hatelijk; gehaat; onaangenaam; misselijk; misselijkmakend; ergerlijk; akelig; naar; eng
怖い;恐い kowai (1) angstig makend; beangstigend; angstwekkend; angstaanjagend; vreesaanjagend; vreeswekkend; vreselijk; verschrikkelijk; ontzettend [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp.]; (2) angst voelend; bang; angstig; bevreesd [In deze betekenis van het adjectief is de persoon die bang is het onderwerp.]; (3) griezelig; eng; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; macaber; sinister; luguber [In deze betekenis van het adjectief is de persoon;het object of het verschijnsel dat angst inboezemt het onderwerp;zoals in bet. 1.]
怪しい ayashii (1) vreemd; mysterieus; wonderlijk; fascinerend; (2) raar; eigenaardig; bizar; zonderling; eng; griezelig; (3) verdacht; suspect; dubieus; twijfelachtig; kwestieus; (4) intiem; amoureus; (5) dreigend; onzeker; bedenkelijk; onheilspellend; (6) onbetrouwbaar; niet te vertrouwen; ongeloofwaardig; [彼の英語は] niet zo goed; gebrekkig; (7) ongewoon; zeldzaam; (8) schamel; pover; (9) onbehoorlijk; onfatsoenlijk; ongepast; (10) onaanzienlijk; ordinair; gering
怪奇 kaiki (1) merkwaardigheid; eigenaardigheid; zonderlingheid; wonderlijkheid; bijzonderheid; curiositeit; mysterie; singulariteit; curiosum; rariteit; vreemdheid; raarheid; bizarrerie; bizarriteit; griezeligheid; engheid; (2) merkwaardig; eigenaardig; zonderling; wonderlijk; grotesk; bijzonder; curieus; raar; vreemd; bizar; omineus; griezelig; eng; onheilspellend; unheimlich; unheimisch; mysterieus
気味悪い kimiwarui griezelig; eng; akelig; luguber; creepy
物凄い monosugoi (1) vreselijk; verschrikkelijk; eng; afschuwelijk; afgrijselijk; afgrijslijk; gruwelijk; akelig; beangstigend; angstaanjagend; affreus; schrikwekkend; vreeswekkend; afschuwwekkend; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; griezelig; luguber; naar; macaber; (2) onthutsend; ontstellend; ontzaglijk; ontzagwekkend; ontzettend; erg; verpletterend; enorm; overweldigend; ellendig; geducht; formidabel; reusachtig; hels; razend; [fig.] moorddadig; (3) geweldig; fantastisch; prachtig; knap; buitengewoon [goed]
狭い semai (1) smal; eng; nauw; krap; benauwd; beperkt; gelimiteerd; [m.b.t. schaal;afmeting] klein; (2) bekrompen; benepen; onliberaal; kleingeestig; enggeestig; enghartig; kleindenkend
狭苦しい semakurushii te krap; te nauw; bekrompen; benauwd; eng; poky
狭隘 kyōai (1) nauwte; engte; smalte; (2) nauw; eng; smal; ruimtelijk beperkt; krap; besloten; benauwd
狭隘な kyōaina nauw; eng; smal; ruimtelijk beperkt; krap; besloten; benauwd
疎ましい utomashii (1) onaangenaam; degoutant; walgelijk; weerzinwekkend; afschuwelijk; afstotelijk; (2) creepy; eng; griezelig; akelig
窮屈な kyūkutsuna (1) strak; krap; nauw; smal; eng; benauwd; beperkt; gelimiteerd; spannend; knellend; kleinbehuisd; [~衣類] nauwsluitend; strakgespannen; (2) stijf; stijfdeftig; vormelijk; gereserveerd; stroef; star; stug; precies; rigide; gestreng; strikt; punctueel; rigoureus; onbuigzaam; bekrompen; kleingeestig; (3) ongemakkelijk; oncomfortabel; opgelaten
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 19 treffers (zoekopdracht: 'eng').
2005-2026
