日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘han’
日蘭辭典 (titelwoord)
han
zn. groep v.; afdeeling v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanshiki鑑識、鑒識
zn. & suru ww (1) het evalueren van het waarheidsgehalte of de juistheid van iets; oordeel; waardering; taxatie; evaluatie; inschatting. ¶ 芸術の研究には立派鑑識力が必要だ。 geijutsu no kenkyū ni wa rippa na kanshikiryoku ga hitsuyō da. Voor de studie van Kunst is een uitstekend beoordelingsvermogen vereist. ¶ とりわけ、は名画の鑑識眼がある。 Toriwake, kare wa meiga no kanshikigan ga aru. In het bijzonder heeft hij een goed oog voor meesterwerken. (2) in het kader van politieonderzoek, de analyse van sporen; onderzoek; opsporingswerk; analyse; nasporing; vaststelling. 鑑識今日火事原因を特定しようとしている。 Kanshikiban wa kyō no kaji no gen'in wo tokuteishiyō to shite iru. De afdeling Forensische Opsporing probeert de oorzaak van de brand van vandaag vast te stellen. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <han>
han (a) gezel; kameraad; (b) vergezellen; begeleiden; partner zijn
han (1) zegel; stempel; stempeltje met je naam erin gegraveerd; (2) stempelafdruk; zegelafdruk; zegelmerk; (3) formaat
han (1) half; (2) oneven getal; (3) half-; hemi-
han (1) [afkorting van hansetsu 反切 (syncope)]; (2) [fil.] antithese; (3) anti-
han (a) plank; plaat; (b) drukplaat
han (1) [drukk.] blok; cliché; plaat; (2) druk; gedrukte vorm; editie; uitgave; uitgaaf; (3) [ook comp.] versie
han (1) -misdaad; -misdrijf; -criminaliteit; (2) -misdadiger; -crimineel; -delinquent; -pleger; (3) [maatwoord voor het aantal misdrijven of opgelopen veroordelingen]; (a) schending; inbreuk; overtreding; misdaad; misdrijf; misdadiger; (b) aanvallen; binnenvallen
han (1) groep; ploeg; team; (2) [mil.] korps; sectie; afdeling; brigade; (3) [maatwoord voor groepen]; (a) verdelen; (b) groep; (c) rang; positie
han (1) model; voorbeeld; (a) model; norm; (b) afbakening; indeling
han (a) gedijen; voorspoedig groeien; (b) welvaren; voorspoed hebben; (c) frequent; onophoudelijk; (d) ingewikkeld; complex; (e) druk
han (1) [Jap.gesch.] domein; heerlijkheid; heerlijk bezit; leengoed; leen; feodale bezitting; feudum; (2) [Jap.gesch.] provincie (1868-1871); (a) hek; omheining; (b) domein; heerlijkheid
han (a) rijstmaal; kost; (b) maaltijd
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'han'). 
2005-2026