日蘭辭典+

31 resultaten voor ‘brand’
日蘭辭典 (trefwoord)
karaから
vz. (1) [分離] van; uit. (2) [より] van. (3) [出所] van; uit. (4) [起源] met; van. (5) [通過の意] langs (bw.); door; via. (6) [原料, 材料] van; uit; met. (7) [時] sinds; sedert; van; om. (8) [方角] in. (9) [原據] van uit. (10) [から] door; van. vw. (11) [原因] omdat; vz. door; ten gevolge van. (12) [距離] van. ¶ 上から van boven. ¶ から van den morgen tot den avond; den geheelen dag. ¶ 此の見地からすれば van dit standpunt bezien. ¶ 病氣だから wegens ziekte. ¶ 子供の時から sinds zijn jeugd. ¶ 九時から始まります het begint om negen uur. ¶ それはから出來てゐる dit is van ijzer gemaakt. ¶ 火事はどこから出たのか waar is de brand begonnen?
hi
zn. (1) [] vuur o. (2) [災] brand m. (3) [焔] vlam v. ¶ を附ける een huis in brand steken. ¶ 煙草を附ける een sigaar aansteken. ¶ 附く in brand vliegen; beginnen te branden. ¶ 呼ぶ licht ontvlambaar zijn.
tsunoru募る
t.w. (1) [兵士を] oproepen; recruteeren; onder de wapens roepen. (2) [税を] heffen. i.w. (3) [公債等] inschrijving openen. (4) [烈しくなる] hevig worden; erger worden. ¶ 職工を募る werkvolk aannemen. ¶ 寄附を募る bijdragen verzamelen. ¶ 外債を募る buitenlandsche leening uitschrijven. ¶ 病氣が募った de ziekte is erger geworden. ¶ 火勢は募る de brand neemt in hevigheid toe.
hayai早い
(速い、疾い、捷い) bn. snel; vlug; spoedig; prompt; vroeg. ¶ 早いが in ’t kort gezegd. ¶ 仕事が早い vlug zijn werk doen. ¶ が早い hard kunnen loopen. ¶ 進步が早い snelle vorderingen maken; vlug vooruitkomen. ¶ 一刻も早いがよい hoe eerder hoe beter. ¶ 東京火事早い in Tokyo komt dikwijls brand voor. ¶ 君は朝は早いか sta je gewoonlijk vroeg op? ¶ 林檎もいでは早過ぎる het is nog te vroeg om appels te plukken.
kakeruかける
(掛ける, 懸ける) (1) [吊す] ophangen; hangen. (2) [計量する] wegen. (3) [かけ渡す] bouwen; leggen; slaan. (4) [果す] opleggen; heffen. (5) [心配を] veroorzaken; bezorgen. (6) [, 時間を] besteden. (7) [錠を] sluiten. (8) [乘ずる] vermenigvuldigen. (9) [注ぎかける] besprenkelen. i.w. (10) [腰を] gaan zitten. t.w. (11) [を放す] in brand steken. (12) [掛を] afbetalen. (13) [交尾さす] laten paren. (14) [著せる] aankleeden; bekleeden met. (15) [上へ廣げる] overdekken met; overspreiden. (16) [鑑定に] onderwerpen aan. ¶ 電話線をかける telefoon aanleggen. ¶ 刷毛をかける afborstelen. ¶ かける vier met drie vermenigvuldigen. ¶ 電報をかける telegram zenden; telegrafeeren. ¶ 電話を掛ける telefoneeren; opbellen. ¶ 醫者かける dokter consulteeren. ¶ 氣に掛ける ter harte nemen. ¶ 問を掛ける vraag richten tot. ¶ 思を掛ける verliefd worden op. ¶ 讀み掛ける beginnen te lezen. ¶ に掛ける op het vuur zetten.
ichiya一夜
zn. (1) [一晚] een nacht m. bw. (2) [終夜] den geheelen nacht. ¶ 一夜の宿を乞ふ voor een nacht logies vragen. ¶ 一天大盡 parvenu. ¶ 一夜乞食 iemand, die bij een nachtelijken brand zijn huis verloren heeft. ¶ 一夜 hoer.
zenshō全燒

(全焼) zn. totale verwoesting door brand. ¶ 全燒する totaal verbranden; geheel afbranden.

yaku燒く

(焼く) t.w. (1) [燃やす] verbranden. (2) [放火] in brand steken; aansteken. (3) [焦がす] schroeien; zengen. (4) [焙る] bakken; poffen; roosteren. (5) [陶器を] bakken. (6) [炭を] branden. (7) [寫眞を] afdrukken. (8) [死骸を] cremeren. i.w. (9) [妬む] jaloersch zijn.

yakitsuke燒付

(焼付) zn. (1) [陶器の] verglazing v. (2) [鍍金] vergulden o. (3) [寫眞の] afdrukken o. ¶ 燒附硝子 gebrand glas. ¶ 燒附ける verglazen; inbakken; vergulden; branden; afdrukken.

yakedasareru燒出される

(焼出される) i.w. dakloos worden door brand.

yakedo火傷

zn. brandwond v. ¶ 火傷する zich branden; brandwonden oploopen.

yakebutori燒太り
yakenokoru燒殘る

(焼残る) i.w. (1) [殘留] overblijven na den brand. (2) [免れる] gespaard blijven door het vuur.

yakeru燒ける

(焼ける) i.w. (1) [燃燒] branden; verbranden. (2) [パンが] gebakken worden; geroosterd worden. (3) [焦げる] schroeien; verschroeien; verschroeid worden. (4) [變色] verschieten. (5) [日に焦げる] verbrand zijn. (6) [胸が] branderig gevoel hebben; maagvlam hebben. (7) [妬む] jaloersch zijn. (8) [空が] gloeien; in vlam staan. ¶ 眞赤に燒けた roodgloeiend.

yakeato燒跡

(焼跡) zn. plaats waar brand geweest is; uitgebrand huis o.

yake

(焼) zn. branden o.; gloed m.; (自暴) wanhoop v.; vertwijfeling v. ¶ 自暴で uit wanhoop. ¶ 自暴を起す wanhopig zijn; vertwijfelen. ¶ やけに熱い wanhopig warm; vreeselijk warm.

tsuku附く

i.w. (1) [附着] kleven; plakken; blijven vastzitten. (2) [味方する] de zijde kiezen van; meegaan met. (3) [價する] waard zijn. t.w. (4) [習癖が] aannemen; i.w. zich aanwennen. i.w. (5) [火が] vlam vatten. t.w. (6) [痕が] achterlaten. (7) [利息が] opbrengen; opleveren. ¶ 惡錢身に附かず gestolen goed gedijt niet. ¶ 肉が附く dik worden. ¶ 敵方に附く overloopen naar den vijand. ¶ 一つが十錢につく ze kosten 10 sen per stuk. ¶ 惡い癖はつき易い slechte gewoonten worden gemakkelijk aangeleerd. ¶ 著物に火がついた zijn kleeren vlogen in brand. ¶ 電氣がついて居る het electrisch licht is aan. ¶ 年七分の利が附く 7% per jaar interest geven. ¶ 床に足跡がつく voetstappen op den vloer achterlaten.

SUPPLEMENT (trefwoord)
kanshiki鑑識、鑒識
zn. & suru ww (1) het evalueren van het waarheidsgehalte of de juistheid van iets; oordeel; waardering; taxatie; evaluatie; inschatting. ¶ 芸術の研究には立派鑑識力が必要だ。 geijutsu no kenkyū ni wa rippa na kanshikiryoku ga hitsuyō da. Voor de studie van Kunst is een uitstekend beoordelingsvermogen vereist. ¶ とりわけ、は名画の鑑識眼がある。 Toriwake, kare wa meiga no kanshikigan ga aru. In het bijzonder heeft hij een goed oog voor meesterwerken. (2) in het kader van politieonderzoek, de analyse van sporen; onderzoek; opsporingswerk; analyse; nasporing; vaststelling. 鑑識今日火事原因を特定しようとしている。 Kanshikiban wa kyō no kaji no gen'in wo tokuteishiyō to shite iru. De afdeling Forensische Opsporing probeert de oorzaak van de brand van vandaag vast te stellen. (TTC)
TEKST EN UITLEG (trefwoord)
bron:Aozora Bunko╱Mori Ōgai╱De wilde gans 〈1:1-5〉〈青空文庫〉森鴎外『雁』
古いである。偶然それが明治十三年の出来事だと云うことを記憶している。どうして年をはっきり覚えているかと云うと、その頃は東京大学の鉄門の真向いにあった、上条と云う下宿屋に、このの主人公と一つ隔てた同士になって住んでいたからである。その上条が明治十四年に自火で焼けた時、も焼け出された一人(いちにん)であった。その火事のあった前年の出来事だと云うことを、は覚えているからである。

Het is een oud verhaal. Toevallig herinner ik me dat die affaire in Meiji 13 was. Dat ik me het jaar zo goed herinner komt doordat ik destijds woonde in het pension Kamijou, recht tegenover de IJzeren Poort van de Universiteit van Tokyo, en de hoofdpersoon van dit verhaal de huisgenoot direct naast mij was. Toen Kamijou in Meiji 14 in vlammen opging, was ik een van de mensen die dakloos werden gemaakt. Het is dat ik me herinner dat die affaire plaatsvond het jaar voorafgaand aan die brand.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <brand>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ファイア faia vuur; brand
ブランド burando (1) merk; (2) Brand; Christianna [Brits schrijfster van detectiveromans;1907-88]; (3) Brando; Marlon [Amerikaans filmacteur;1924-2004]; (4) Brand; Dollar [alias Abdullah Ibrahim;Zuid-Afrikaans jazzpianist;geb. 1934]; (5) [maatwoord voor merken]
出火 shukka het uitbreken van vuur; brand
天火 tenka (1) brand; vuur door blikseminslag; (2) [Kanpō-geneesk.] hemelse vuren [omvat de zon;meteoren;Mars en de bliksem als vuurlichamen]
消防 shoubou brandbestrijding; [attr.] brandbestrijdings-; [attr.] blussings-; [attr.] brandweer-; [attr.] brand-
火事 kaji brand
火災 kasai brand
hi (1) vuur; [volkst.] fik; vuurtje; [volkst.] fikkie; [i.h.b.] vlam; (2) brand; hens; (3) licht; lichtje; gloed
honoo (1) vlam; (2) [fig.] gloed; vuur; brand
netsu (1) hitte; warmte; [w.g.] heetheid; (2) temperatuur; (hoge) lichaamstemperatuur; [pregn.] verhoging; [i.h.b.] koorts; temp; koortsgloed; koortshitte; de pip; brand; het gloeien (van een lichaamsdeel); (3) passie; gloed; vuur; ijver; vurigheid; enthousiasme; rage; manie; -koorts; -woede; [fig.;lit.t.] brand; [veroud.] drift; (4) warmte-energie; (a) heet; (b) hitte; hittekracht; (c) lichaamstemperatuur; (d) hartstocht; (e) koorts
窮地 kyuuchi benarde positie; moeilijke; hachelijke; lastige; problematische situatie; moeilijke omstandigheden; lastig parket; dwangpositie; brand; klem
胴枯病 dougarebyou [plantk.] plantenziekte; roest; brand
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.61 sec. jiten.nl: 19 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'brand'). 
2005-2026