
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
shukuhaku・宿泊
zn. nachtverblijf o.; logies o. ¶ 宿泊さす logeeren; onderdak geven. ¶ 宿泊する logeeren; den nacht verblijven. ¶ 宿泊人 logé; logeergast; (下宿屋の) kostganger; commensaal. ¶ 宿泊料 logeerkosten. ¶ 賄附宿泊料 vergoeding voor kost en inwoning.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inwoning>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
同居 doukyo samenwoning; inwoning; samenleving; het samenwonen; samenleven; samenhokken; coëxistentie
同棲 dousei het samenwonen; samenleven; samenhokken; samenwoning; samenleving; inwoning
宿;屋戸;屋外 yado (1) herberg; hotel; logement; hostel; (2) onderkomen; onderdak; verblijf; verblijfplaats; logies; herberging; huisvesting; inwoning; (3) huisdeur; buitendeur; voordeur; portaal; ingang van een huis; deuropening; deurgat; (4) omgeving van de voordeur; [op de] drempel; [op de] stoep; voortuin; (5) huis; woning; domicilie; woonplaats; woonst; behuizing; (6) thuis; eigen huis; eigen haard; home; (7) heer des huizes; huisheer; mijnheer; mijn man [woord waarmee de vrouw des huizes aan haar man refereert]; (8) ouderlijk huis van een dienstbode; ouders van een huisbediende; patroon van een dienstbode; (9) verzamelpunt; trefpunt; ontmoetingspunt; verzamelplaats; ontmoetingsplaats; hol [van ontucht;gok-]; rendez-voushuis; (10) huis van bewaring te Edo; geishahuis
寄宿 kishuku (1) logies; inwoning; huisvesting; (2) [verk.] kosthuis; pension; tehuis; hospitium; internaat; [i.h.b.] studentenhuis; slaaphuis; [Belg.N.;studentent.] peda; studentenhome
棲息 seisoku bewoning; inwoning; [Belg.N.] inwoon; inhabitatie
生息 seisoku (1) leven; bestaan; (2) voortplanting; vermenigvuldiging; (3) bewoning; inwoning; [Belg.N.] inwoon; inhabitatie
Tijd: 1.39 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'inwoning').
2005-2026
