日蘭辭典+

4 resultaten voor ‘jibun’
日蘭辭典 (titelwoord)
jibun自分
unw. zelf自分eigen. ¶ 自分で zelf; persoonlijk; in eigen persoon. ¶ 自分勝手 egoïsme; zelfzucht; eigenzinnigheid. ¶ 自分勝手に naar zijn eigen inzicht; (俗) op zijn eigen houtje. ¶ 自分きめの zelfbewust. ¶ 自分免許の met zichzelf ingenomen; zichzelf den titel gevend van; zich noemend. ¶ 自分の量見 eigen inzicht; discretie. ¶ 自分eigen gebruik. jiga も見よ.
SUPPLEMENT (titelwoord)
jibun de自分で
(frase) zelf; persoonlijk; in eigen persoon; eigenhandig. ¶ 夕飯は自分で作りました。 Yūhan wa jibun de tsukurimashita. Ik heb zelf avondeten gemaakt. ¶ 女が自分で書いたはずはない。 Kanojo wa jibun de kaita hazu wa nai. Ze kan het niet zelf geschreven hebben. ¶ それは、自分で作ったの? Sore wa, jibun de tsukutta no? Heb je het zelf gemaakt? NB De constructie met 自分で is een van de weinige in het Japans die een meervoudsvorm vraagt. ¶ なぜ、彼らが自分たち家庭から離れていくのか。 Naze, karera ga jibuntachi no katei kara hanarete iku no ka. Waarom is het dat ze hun eigen familie verlaten? (blog) (TTC) (yamasv)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <jibun>
時分 jibun (1) periode; tijd; (2) juist moment; geschikt ogenblik; opportuniteit; gelegenheid; kans
自分 jibun (1) zelf; zichzelf; zijn eigen persoon(lijkheid); [attr.] eigen; [attr.] persoonlijk; (2) [form.] ik; ikzelf; [attr.] mijn [(♂) persoonlijk voornaamwoord van de eerste persoon mannelijk enkelvoud]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.54 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'jibun'). 
2005-2026