
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <mistig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ぼやっと boyatto (1) wazig; vaag; schemerig; mistig; onduidelijk; onscherp; (2) gedachteloos; uitdrukkingsloos; wezenloos; leeg; afwezig; suf
ぼんやり bonyari (1) afwezigheid; absentie; afgetrokkenheid; verstrooidheid; sufheid; dommel; dommeling; dommeligheid; (2) sufferd; sufkop; slaapkop; dommelaar; dromer; warhoofd; stommerd; stomkop; domoor; uilskuiken; ezel; oen; (3) wazig; schemerig; vaag; dof; onduidelijk; onklaar; gevoileerd; onhelder; troebel; doezelig; mistig; fuzzy; wollig; flou; nevelig; nebuleus; zweverig; (4) flets; suf; suffig; lusteloos; futloos; slaperig; lodderig; dommelig; (5) afwezig; afgetrokken; verstrooid; met zijn gedachten er niet bij; warrig; wezenloos; geesteloos; ongeconcentreerd; gedachteloos; onoplettend; achteloos; [i.h.b.] werkeloos; nietsdoend; passief; [Lat.] praesens absens; (6) stom; dof (van geest); bot; dom; stompzinnig; afgestompt; onbevattelijk; (7) [van markt;beurs enz.] gedrukt; flauw; slap; zwak
ぼんやりした bonyarishita (1) verstrooid; afwezig; afgetrokken; dromerig; wezenloos; leeg; absent; uitdrukkingsloos; in gedachten verzonken; (2) vaag; onduidelijk; onbepaald; dof; wazig; schimmig; mistig; nevelig; obscuur; onomlijnd; troebel
朧ろ oboro (1) nevelig; wazig; heiig; dampig; mistig; (2) vaag; onduidelijk; (3) [Jap.cul.] vispasta van gekookte; gezoete en gekleurde kabeljauw
蒙昧 moumai (1) duister; donker; (2) wazig; mistig; onduidelijk; vaag; schimmig; onhelder; onscherp; (3) onwetend; onverlicht; onontwikkeld
霞む kasumu (1) misten; nevelen; mistig; nevelig zijn; [gew.] smoren; [gew.] smorig zijn; (2) wazen; wazig; onscherp zijn; zich als een waas vertonen; (3) [目が] onscherp zien; vertroebeld zicht hebben; flets uit z'n ogen kijken; (4) [fig.] bleek afsteken; verbleken
Tijd: 1.43 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'mistig').
2005-2026
