
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
bunrui・分類
(分類) zn. classificatie v.; sorteering v. ¶ 分類する classificeeren; sorteeren; indeelen in soorten; ordenen; groepeeren.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ordenen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
アレンジする arenjisuru (1) ordenen; schikken; opstellen; samenstellen; arrangeren; (2) regelen; voorbereiden; organiseren; klaarmaken; arrangeren; (3) [muz.;theat.] arrangeren; bewerken
分ける wakeru (1) zich baan breken; een weg breken; doorbreken; (2) scheiden; delen; verdelen; opdelen; splitsen; uitsplitsen; uit elkaar halen; afbreken; (3) uitdelen; verdelen; distribueren; ronddelen; omdelen; (4) indelen; afdelen; sorteren; classificeren; ordenen; (5) uitmaken; onderscheiden; onderkennen; het verschil zien; (6) [sportt.] gelijkspelen; remiseren
分別する bunbetsusuru verdelen; afdelen; in delen splitsen; in stukken; porties delen; scheiden; sorteren; ordenen; groeperen; indelen; klasseren; onderscheiden; classificeren; assorteren; [chem.] fractioneren
区分する kubunsuru (1) verdelen; splitsen; in delen scheiden; indelen; (2) afzonderen; isoleren; (3) classificeren; ordenen; sorteren; rangschikken in klassen
区別する kubetsusuru (1) onderscheiden; (2) discrimineren; (3) verschillen van; zich van elkaar onderscheiden; (4) uit elkaar houden; zich niet vergissen in; (5) afgrenzen; afbakenen; (6) classificeren; sorteren; ordenen
排 hai (a) openduwen; (b) wegduwen; uitsluiten; (c) uitlaten; naar buiten laten; (d) ordenen
揃える soroeru (1) (tot een geheel) samenbrengen; (een complete verzameling ~) bijeenbrengen; (al de ~) bijeenzoeken; volledig verzamelen; assorteren; bij elkaar krijgen; bijeenhalen; een volledige collectie ~ aanleggen; (2) in orde schikken; op volgorde leggen; ordenen; rangschikken; [i.h.b.] klaarzetten; [i.h.b.] netjes achterlaten; (3) uniformeren (qua ~); gelijk(vormig) maken; harmoniseren; juist stellen; [i.h.b.;drukk.] uitvullen; [i.h.b.] uitlijnen; [fig.] stroomlijnen; (4) completeren; volledig; voltallig maken; vervolledigen; aanvullen
整 sei ordenen; geordend zijn
整える totonoeru (1) in orde brengen; fatsoeneren; ordenen; fiksen; arrangeren; opmaken; gereedmaken; een goede vorm geven aan; opknappen; opkalefateren; [gew.] berechten; (2) voorbereiden; klaarmaken; bereiden; gereedmaken; [食卓を] dekken; voorzien; regelen; [資金を] werven
整理する seirisuru (1) ordenen; regelen; (rang)schikken; in orde brengen; maken; orde scheppen; brengen in; inrichten; reguleren; redderen; beredderen; arrangeren; klaren; [fig.] op een rijtje zetten; organiseren; [i.h.b.] classificeren; [journal.] persklaar maken; [journal.] redigeren; (2) stroomlijnen; efficiënter maken; orde op zaken stellen (binnen); in het reine brengen; opruimen; opknappen; aan kant maken; opredderen; schoon schip maken (met); grote schoonmaak houden; saneren; [i.h.b.] herstructureren; [i.h.b.] reorganiseren; (3) wegwerken; wegdoen; afhandelen; disponeren; beschikken; van de hand doen; zich ontdoen van; [m.b.t. boedel] liquideren; [m.b.t. schulden] afdoen; [m.b.t. schulden] vereffenen; [m.b.t. schulden] consolideren; [euf.;m.b.t. personeel] afslanken; [euf.;m.b.t. personeel] laten afvloeien; [fig.] besnoeien; [fig.] inkrimpen
斉える totonoeru ordenen; op orde stellen; zorgen dat het ordelijk verloopt; in orde brengen; regelen; opmaken; organiseren
組み換えする kumikaesuru (1) herschikken; herordenen; reorganiseren; hergroeperen; anders schikken; inrichten; ordenen; opstellen; (2) [geneesk.] recombineren; (3) [drukw.] opnieuw zetten
纏める matomeru (1) samenvatten; bundelen; samenbrengen; vergaren; verzamelen; samenbundelen; bijeenzamelen; verenen; tot één maken; bijeenbrengen; samenvoegen; [i.h.b.] compileren; (2) rangschikken; ordenen; vormgeven; (3) afdoen; afhandelen; settelen; regelen; beslechten; bewerken; afconcluderen; voleindigen; ten einde brengen; uitmaken; [i.h.b.] bijleggen; bemiddelen; tot een vergelijk brengen; tot stand brengen; beklinken; afsluiten; afronden; afwerken
脩 shuu (a) gedroogd vlees; (b) naar behoren inrichten; ordenen; fatsoeneren; (c) lang
規制する kiseisuru (1) regelen; reglementeren; reguleren; (2) beperken; ordenen
認める shitatameru (1) neerschrijven; opschrijven; optekenen; schrijven; noteren; op papier zetten; brengen; opstellen; maken; (2) eten; nuttigen; (3) ordenen; schikken; (4) voorbereiden; (5) [hofdamesjargon] koken
配列する;排列する hairetsusuru rangschikken; ordenen; schikken
類別する ruibetsusuru sorteren; classificeren; ordenen; klasseren
Tijd: 1.58 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'ordenen').
2005-2026
