日蘭辭典+

14 resultaten voor ‘oversteken’
日蘭辭典 (trefwoord)
wataru渡る
t.w. (1) [越えて行く] overtrekken; oversteken. i.w. (2) [渡來する] ingevoerd worden. t.w. (3) [及ぶ] bereiken; i.w. zich uitstrekken. i.w. (4) [繼續] duren. (5) [通ずる] goed op de hoogte zijn van; zich thuisvoelen in. (6) [暮す] leven; t.w. doorbrengen. t.w. (7) [を] oversteken; doorwaden. ¶ 他人渡る in andere handen overgaan. ¶ 二時間に亙る twee uur duren. ¶ 河を渡る rivier oversteken. ¶ 支那から渡った品 een artikel, dat uit China komt.
tsukkiru突切る

(突っ切る) i.w. zich een weg banen; t.w. oversteken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <oversteken>
乗り越える;のり越える norikoeru (1) klimmen; komen over; erover(heen) geraken; klimmen; komen; overtrekken; oversteken; passeren; (2) overwinnen; te boven komen; zich eroverheen zetten; de baas worden; doorkomen; doorstaan; overleven; (3) overtreffen; voorbijstreven
乗り越す norikosu (1) [verkeers.] je bestemming voorbijrijden; te ver reizen; (2) klimmen; komen over; eroverheen geraken; klimmen; komen; overtrekken; oversteken; passeren; (3) met een voertuig inhalen; passeren; (4) voorbijsteken; voorbijstreven; overtreffen; achter zich laten; de loef afsteken
押し渡る oshiwataru oversteken; doorwaden
横切る yokogiru doorkruisen; kruisen; snijden; (dwars) oversteken; overtrekken; overgaan; doortrekken; dwars doorheen gaan; doorsteken; doorsnijden; doorbreken
横断する ōdansuru [de straat] oversteken; overgaan; door iets heen trekken; doortrekken; doorkruisen; (elkaar) kruisen; (elkaar) snijden
to (a) oversteken; overzetten; (b) overgaan; doorbrengen; (c) aanreiken
渡る wataru (1) oversteken; overgaan; overtrekken; [国を] doortrekken; doorwaden; overreizen; overlopen; overkomen; (2) trekken; gaan langs; overtrekken; bewegen langs; (3) verhuizen naar; heentrekken; migreren; (4) zich in het (maatschappelijk) leven bewegen; zijn weg in de wereld gaan; (5) strekken (van … tot …); zich uitstrekken over; beslaan; bestrijken; reiken; lopen (van … tot …); [音が] dragen; duren; omvatten; innemen; in beslag nemen; overspannen; overbruggen; belopen; (6) overgaan; vervallen aan; van eigenaar veranderen; van hand verwisselen; (7) [RYK~] [geeft aan dat de werking van het werkwoord alom;over de hele omgeving geldt]
突出する tosshutsusuru (1) uitsteken; uitpuilen; vooruitspringen; overhangen; oversteken; (2) naar buiten schieten; eruit spuiten; eruit springen; plotseling tevoorschijn komen; (3) duidelijk uitkomen; afsteken
越える koeru (1) oversteken; overtrekken; overgaan; over iets heen passeren; over iets heen gaan; (2) overtreffen; overschrijden; te boven gaan; meer zijn dan; (3) voorbijstreven; overstralen; overvleugelen; de loef afsteken; vliegen afvangen; met kop en schouders uitsteken boven
越す kosu oversteken; overtrekken; passeren; over iets heen gaan; doortrekken
跨ぐ matagu (1) schrijden over; benen over; stappen over; overschrijden; oversteken; (2) schrijlings gaan zitten op; schrijlings gaan staan over; beschrijden
踏み切る fumikiru (1) besluiten tot; beslissen te; aanpakken; wagen; de beslissende stap nemen; de sprong wagen; (2) [sumō-jargon] met de hiel grond buiten de ring raken; (3) zich afzetten (om een verre; hoge sprong te nemen); (4) [鉄道線路を] oversteken; kruisen; (5) [鼻緒を] stuklopen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.02 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 12 treffers (zoekopdracht: 'oversteken'). 
2005-2026