日蘭辭典+

7 resultaten voor 「手」
日蘭辭典 (trefwoord)
abureruあぶれる
i.w. niet slagen; geen suces hebben. ¶ を空うして歸る onverrichter zake terugkomen.
akuあく
(開く・空く) i.w. (1) [開く] opengaan; geopend worden. (2) [始まる] beginnen; aanvangen. (3) [空く] vrij komen; open komen; vacant worden; leeg komen. ¶ を開いて met open mond. ¶ があいて居る niets te doen hebben. ¶ 場所が空いて居る de plaats is vrij. ¶ 罎が空いて居る de flesch is leeg. ¶ 此の机は空いて居ない deze tafel is bezet.
seikatsu生活
zn. leven o.; bestaan o. ¶ 現實生活 het werkelijke leven. ¶ 私的生活 privé leven.¶ 悲慘な生活 ellendig bestaan. ¶ からへの生活 een leven van de hand in den tand. ¶ 生活する leven; bestaan; in zijn onderhoud voorzien. ¶ 生活費 kosten van levensonderhoud. ¶ 生活狀態 levensomstandigheden. ¶ 生活力 levenskracht; vitaliteit.¶ 生活體 levend wezen; organisme. ¶ 生活程度 levensstandaard. ¶ 扶助を受けて生活する bestaan van liefdadigheid. ¶ 生活を一新する een nieuw leven beginnen; zijn leven beteren.
wataru渡る
t.w. (1) [越えて行く] overtrekken; oversteken. i.w. (2) [渡來する] ingevoerd worden. t.w. (3) [及ぶ] bereiken; i.w. zich uitstrekken. i.w. (4) [繼續] duren. (5) [通ずる] goed op de hoogte zijn van; zich thuisvoelen in. (6) [暮す] leven; t.w. doorbrengen. t.w. (7) [を] oversteken; doorwaden. ¶ 他人渡る in andere handen overgaan. ¶ 二時間に亙る twee uur duren. ¶ 河を渡る rivier oversteken. ¶ 支那から渡った品 een artikel, dat uit China komt.
fusagaru塞がる
i.w. (1) [閉塞] omkneld zijn; ingesloten zijn; versperd zijn. (2) [が] bewoond zijn. (3) [が] bezet zijn; genomen zijn. (4) [が] bezet zijn; geen tijd hebben. (5) [息が] stikken v. ¶ 胸が塞がる overweldigd door smart. ¶ あののあとは塞がりました zijn plaats is weer vervuld. ¶ 下水はも泥土で塞がってゐる de goot is verstopt door modder. ¶ 傷口が塞がって居る de wond is gesloten.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <手>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
shu iem. die ~ bedient; bestuurt; -er
te (1) hand; [volkst.] jat; [inform.] klauw; krauwel; [Barg.] fietsen; (2) arm; (3) poot; [i.h.b.] voorpoot; (4) handvat; oor; (5) [meton.] hand; arbeidskracht; kracht; hulpkracht; hulp; helper; (6) [meton.] iems. handen; iems. bezit; (7) handschrift; schrift; (8) middel; truc; foefje; manoeuvre; techniek; (9) verwonding; wond; (10) [将棋の] zet; (11) [とらんぷの] hand; kaarten; (12) richting; kant; zijde; (13) soort; slag; merk; (14) vaardigheid; bekwaamheid; (15) betrekking; band; (16) hand-; handgemaakt; handgemaakte …; (17) hand-; meeneem-; (18) [~keiyōshi;keiyōdōshi] [beklemtonend voorvoegsel]; (19) in de richting van …; -waarts; (20) [noemt een zekere kwaliteit]; (21) [RYK~] -er [achtervoegsel waarmee nomina agentis gevormd worden]; (22) [maatwoord voor shogi-;schaakzetten]
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.64 sec. jiten.nl: 5 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: '手'). 
2005-2026