
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <smerig>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
いかがわしい ikagawashii (1) verdacht; bedenkelijk; twijfelachtig; dubieus; onbetrouwbaar; niet te betrouwen; suspect; louche; fishy; [~英語] gebrekkig; zwak; (2) onwelvoeglijk; onfatsoenlijk; onzedelijk; onzedig; zedeloos; indecent; ontuchtig; schunnig; smerig; vuil; obsceen; onkuis; onoorbaar; goor; veil
けち kechi (1) tegenspoed; ongeluk; pech; ongelukkig toeval; ongelukkige gebeurtenis; slecht voorteken; domper; koude douche; (2) vitterij; muggenzifterij; haarkloverij; kleingeestige kritiek; (3) gierigheid; vrekkigheid; schraperigheid; inhaligheid; karigheid; krenterigheid; overdreven zuinigheid; (4) kleinzieligheid; bekrompenheid; benepenheid; kleingeestigheid; pietluttigheid; krenterigheid; (5) gemeenheid; laagheid; vunzigheid; vuilheid; smerigheid; valsheid; (6) gierig; vrekkig; schraperig; knieperig; inhalig; karig; krenterig; overdreven zuinig; (7) kleinzielig; bekrompen; benepen; kleingeestig; pietluttig; krenterig; (8) gemeen; laag; vuns; vuil; smerig; vals
けちな kechina (1) gierig; vrekkig; schraperig; inhalig; karig; krenterig; overdreven zuinig; (2) kleinzielig; bekrompen; benepen; kleingeestig; pietluttig; krenterig; (3) gemeen; laag; vuns; vuil; smerig; vals
エッチ etchi (1) seks; (2) obsceen; schunnig; schuin; vuil; smerig; goor; onzedelijk; liederlijk
不浄な fujouna onrein; onzindelijk; onzuiver; smerig; vies; vuil
不浄の fujouno onrein; onzindelijk; onzuiver; smerig; vies; vuil
不潔 fuketsu (1) onreinheid; onzuiverheid; vuilheid; smerigheid; viesheid; goorheid; onzindelijkheid; morsigheid; viezigheid; smotsigheid; (2) onrein; onzuiver; vuil; smerig; vies; goor; onzindelijk; morsig; smotsig; viezig; impuur
不潔な fuketsuna onrein; onzuiver; vuil; smerig; vies; goor; onzindelijk; morsig; smotsig; viezig; impuur
卑劣 hiretsu gemeen; laag; verachtelijk; min; vuil; smerig; abject; minderwaardig; onedel; ignobel; laaghartig; veil
卑猥 hiwai vulgair; obsceen; schunnig; onfatsoenlijk; onbehoorlijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; oneerbaar; indecent; onzedelijk; onzedig; onkuis; ontuchtig; smerig; vuil; vies; vunzig; goor; gorig; ranzig; liederlijk; godsliederlijk; grof; scabreus; schuin; platvloers; laag-bij-de-gronds; plat
垢だらけ akadarake vies; vuil; smerig; goor
垢だらけの akadarakeno vies; vuil; smerig; goor
嫌らしい;厭らしい iyarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; akelig; vervelend; walgelijk; weerzinwekkend; (2) onfatsoenlijk; onbehoorlijk; ongepast; onbetamelijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; ondeugend; aanstootgevend; obsceen; indecent; liederlijk; schuin; vuil; schunnig; smerig; scabreus; [gew.] schouw
嫌らしい yarashii (1) onaangenaam; onplezierig; naar; (2) hatelijk; verfoeilijk; verwerpelijk; (3) vreselijk; verschrikkelijk; (4) wreed; gruwelijk; (5) vies; smerig; (6) gemeen; ordinair; ongepast; (7) gênant; beschamend; (8) ondeugend; ruw
安い;廉い yasui (1) goedkoop; voordelig; schappelijk; laaggeprijsd; redelijk (geprijsd); billijk; profijtig; zacht [prijsje]; laag [b.v. interest]; bon-marché; [inform.] gepikt; (2) onbekommerd; onbezorgd; zonder zorgen; op zijn gemak; zorgeloos; [m.b.t. gemoed] luchtig; (3) kalm; rustig; [m.b.t. verloop] onbewogen; bedaard; (4) nederig; eenvoudig; onaanzienlijk; gering; ondergeschikt; minder(waardig); laag(geboren); inferieur; min [denken over iemand]; (5) grof; gemeen; plat; laag; laag-bij-de-gronds; vulgair; goedkoop; ordinair; onbehoorlijk; obsceen; onbeschaafd; [m.b.t. taal] ongekuist; beneden alle peil; laaghartig; smerig; vuig; platvloers; schunnig; vunzig
小汚い kogitanai (1) vuilig; viezig; groezelig; smoezelig; [~身なり] slonzig; slordig; onverzorgd; (2) [~やり方] gemeen; vunzig; ordinair; smerig; vals
悪天 akuten slecht weer; bar; belabberd; gemeen; lelijk; smerig; verraderlijk; vies; vuil; zwaar weer; dievenweer; hondenweer; pokkenweer; [gew.] wanweer
悪天候 akutenkou slecht weer; bar; belabberd; gemeen; lelijk; smerig; verraderlijk; vies; vuil; zwaar weer; dievenweer; hondenweer; pokkenweer; [gew.] wanweer
悪辣 akuratsu gemeen; smerig; lelijk; geniepig; min; laag; ploertig; ploerterig
汚い kitanai (1) vuil; vies; besmeurd; smerig; onrein; (2) onfatsoenlijk; obsceen; goor; (3) gemeen; laag-bij-de-gronds; slecht; (4) vrekkig; zuinig; krenterig
汚らわしい;穢らわしい kegarawashii (1) vies; vuil; smerig; goor; (2) obsceen; smerig; vuil; schuin; schunnig; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; walgelijk; weerzinwekkend; afschuwelijk
汚れた kegareta vies; vuil; smerig; bevuild; bevlekt; vlekkig; gevlekt; onrein; geplekt; beklad; goor; smoezelig; groezelig; bezoedeld; besmeurd; [i.h.b.] beduimeld; [~空気] verontreinigd; vervuild; bedorven; corrupt
汚れた yogoreta vies; vuil; smerig; bevuild; bevlekt; onrein; vlekkig; gevlekt; geplekt; beklad; goor; smoezelig; groezelig; bezoedeld; besmeurd; [i.h.b.] beduimeld; [~空気] verontreinigd; vervuild; bedorven; corrupt
淫ら midara onbehoorlijk; onbetamelijk; onfatsoenlijk; onwelvoeglijk; onoorbaar; onzedelijk; obsceen; indecent; schunnig; schuin; vuil; smerig; vies; scabreus; plat; liederlijk; ontuchtig; onkuis; onzedig; bandeloos; losbandig
狡い zurui (1) sluw; geslepen; listig; leep; loos; glad; gewiekst; doortrapt; uitgekookt; uitgerekend; geraffineerd; gehaaid; goochem; uitgeslapen; link; tricky; (2) achterbaks; slinks; getruukt; geniepig; gluiperig; gemeen; vals; unfair; smerig
猥褻な waisetsuna obsceen; schuin; vuil; schunnig; smerig; onfatsoenlijk; onoorbaar; onbetamelijk; onbehoorlijk; onwelvoeglijk; onzedelijk; indecent
薄汚い usugitanai (1) smerig; vuil; vies; groezelig; (2) gemeen; smerig; achterbaks; geniepig
黒い kuroi (1) zwart; (2) (van huid of kleur van ogen) donker; (van huid of kleur van ogen) bruin; gebruind; [Belg.N.;niet alg.] gebronzeerd; (3) vuil; vies; smerig; morsig; bevlekt; besmeurd; bevuild; (4) slecht; onrechtvaardig; onbillijk; onwettig; onrechtmatig; clandestien
Tijd: 1.69 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 28 treffers (zoekopdracht: 'smerig').
2005-2026
