
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
miru・見る
(視る、觀る、觀る) t.w. (1) [見る] zien; aankijken. (2) [視る] kijken; aanschouwen. (3) [視察する] inspecteeren. (4) [遭遇する] ondervinden. (5) [試みる] probereeren; beproeven. (6) [觀察する] opnemen; waarnemen. (7) [判斷] beoordelen. (8) [凝視] staren. (9) [診察] onderzoeken. ¶ 見易い zichtbaar; duidelijk. ¶ 見るに足る bezienswaardig. ¶ 上に見よ zie boven. ¶ やって見る trachten om; probeeren. ¶ 上衣を着て見る jas aanpassen. ¶ 私の見る所では naar mijne meening; zooals ik het inzie. ¶ 大體より見て over ’t geheel beschouwd. ¶ どう見ても hoe men het ook beschouwt. ¶ 見ずに買ふ een kat in den zak koopen. ¶ 脈を見る pols voelen. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren. ¶ 辭書で見る in een woordenboek opzoeken. ¶ あてて見給へ raad eens. ¶ 痛い目を見る bittere ervaring hebben.
SUPPLEMENT (trefwoord)
kanojo・彼女
(1) zij; ze. ¶ 彼女の kanojo no haar. ¶ 「あの音で考え事ができないわ」と、彼女はタイプライターを見つめながら言った。 ‘Ano oto de kangaegoto ga dekinai wa’ to, kanojo wa taipuraitā wo mitsumenagara itta. [het Japans is gebruikt als in een roman] ‘Ik kan niet nadenken met dat geluid’♀ zei ze terwijl ze naar de schrijfmachine staarde. (TTC)
(2) vriendin (persoon waarmee een man gaat of verkering heeft). ¶ 元カノ moto kano (spreektaal, afko.) ex-vriendin; z’n ex; m’n ex. ¶ 前カノ mae kano idem 元カノ. ¶ 今カノ ima kano (spreektaal, afko.) huidige vriendin; m’n huidige vriendin; z’n huidige vriendin. ¶ 僕の彼女はカナダへいってしまった。 Boku no kanojo wa Kanada e itte shimatta. Mijn vriendin is naar Canada gegaan. ♂ (TTC) ¶
NB Gebruik van woord 彼女 kanojo begon in de Meiji periode (1868-1912) als equivalent voor het Engels ‘she’ (‘zij’). Het was een nieuw gevormde samenstelling van かの kano ‘die’ en 女 jo (vgl. 女子 joshi ‘vrouw; meisje’). Lange tijd bleef het gebruik ervan beperkt tot de schrijftaal. Hoewel het 彼女 kanojo tegenwoordig (1980-2009) ook voorkomt in de spreektaal is het nog steeds gebruikelijker om te verwijzen naar anderen met hun naam of titel (Miura:100). Het wordt niet gebruikt wanneer beleefdheid vereist is en heeft vaak een speciale (bijvoorbeeld seksuele) connotatie. Het navolgende is een voorbeeld van het herhalen van een naam of een titel op de plaats waar het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord zou gebruiken: 母は教師です。母は毎朝8時に家を出て、5時に帰宅します。 Haha wa kyōshi desu. Haha wa maiasa hachiji ni ie wo dete, goji ni kitakushimasu. Mijn moeder is lerares. Ze vertrekt iedere ochtend om acht uur, en komt om vijf uur weer thuis. (lang-8) Zie ook彼 kare.
(2) vriendin (persoon waarmee een man gaat of verkering heeft). ¶ 元カノ moto kano (spreektaal, afko.) ex-vriendin; z’n ex; m’n ex. ¶ 前カノ mae kano idem 元カノ. ¶ 今カノ ima kano (spreektaal, afko.) huidige vriendin; m’n huidige vriendin; z’n huidige vriendin. ¶ 僕の彼女はカナダへいってしまった。 Boku no kanojo wa Kanada e itte shimatta. Mijn vriendin is naar Canada gegaan. ♂ (TTC) ¶
NB Gebruik van woord 彼女 kanojo begon in de Meiji periode (1868-1912) als equivalent voor het Engels ‘she’ (‘zij’). Het was een nieuw gevormde samenstelling van かの kano ‘die’ en 女 jo (vgl. 女子 joshi ‘vrouw; meisje’). Lange tijd bleef het gebruik ervan beperkt tot de schrijftaal. Hoewel het 彼女 kanojo tegenwoordig (1980-2009) ook voorkomt in de spreektaal is het nog steeds gebruikelijker om te verwijzen naar anderen met hun naam of titel (Miura:100). Het wordt niet gebruikt wanneer beleefdheid vereist is en heeft vaak een speciale (bijvoorbeeld seksuele) connotatie. Het navolgende is een voorbeeld van het herhalen van een naam of een titel op de plaats waar het Nederlands een persoonlijk voornaamwoord zou gebruiken: 母は教師です。母は毎朝8時に家を出て、5時に帰宅します。 Haha wa kyōshi desu. Haha wa maiasa hachiji ni ie wo dete, goji ni kitakushimasu. Mijn moeder is lerares. Ze vertrekt iedere ochtend om acht uur, en komt om vijf uur weer thuis. (lang-8) Zie ook彼 kare.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <staren>
じっと見る jittomiru staren; turen; spieden; strak aankijken; aanzien; aandachtig bekijken; bezien; aanstaren; gadeslaan
凝視する gyōshisuru staren; turen; aanstaren; fixeren; aangapen; aanturen; zijn blikken laten rusten op; strak aanblikken; kritisch opnemen; strak in het oog houden; ogen; starogen
打ち守る uchimamoru (1) staren; strak aankijken; aanzien; aanstaren; in de gaten houden; (2) goed bewaren; goed vrijwaren
晒す sarasu (1) [日に] drogen; te drogen hangen; [風に] luchten; ventileren; (2) [風雨に] blootstellen; (3) [布巾を] bleken; bleek maken; (4) [牛蒡を] weken; (5) [恥を] zich publiekelijk voor schut zetten; zich publiekelijk te schande maken; [酔態を] tentoonspreiden; (6) [危険に身を] zich in gevaar begeven; zich aan gevaar blootstellen; (7) [目を] staren; turen; (8) [首を] aan de kaak stellen; aan de schandpaal nagelen; hekelen
眺める nagameru (1) kijken naar; bezien; aankijken; bekijken; toekijken; [iem.] opnemen; [iem.] bestuderen; aanschouwen; staren; aanstaren; turen; (2) overzien; uitkijken (op); uitzien (op); uitzicht hebben
見据える misueru (1) staren; turen; spieden; starogen; strak aankijken; aanzien; aanstaren; aanblikken; aangapen; aandachtig kijken; bekijken; bezien; de ogen fixeren op; de blik vestigen; concentreren op; gadeslaan; (2) goed bekijken; onderzoeken; nagaan; zich vergewissen van; vaststellen; bepalen
見詰める mitsumeru staren; turen; spieden; starogen; strak aankijken; aanzien; aanstaren; aanblikken; aangapen; aandachtig kijken; bekijken; bezien; er z'n ogen op fixeren; gadeslaan
Tijd: 1.26 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 7 treffers (zoekopdracht: 'staren').
2005-2026
