日蘭辭典+

75 resultaten voor ‘duidelijk’
日蘭辭典 (trefwoord)
ari-ari toありありと
bw. duidelijk.
akarasama ni明樣に
(あからさまに) bw. duidelijk; uitdrukkelijk; zonder omwegen; openhartig.
akaruku明るく
bw. licht; helder; duidelijk. ¶ 明るくなる dagen (夜が明ける); (通曉する) op de hoogte komen van; bekwaam worden in. ¶ 明るくする licht maken. ¶ ランプを明るくする de lamp opdraaien.
akiraka na明かな
(明らかな) bn. (1) [明白] duidelijk; helder; klaar. (2) [輝く] helder; glanzend; schitterend. ¶ 明かな區別 duidelijk verschil; scherp onderscheid.
akiraka ni明かに
(明らかに) bw. (1) [明白] duidelijk; blijkbaar; klaarblijkelijk. (2) [輝く] helder. ¶ 明かになる duidelijk worden; blijken. ¶ 明かにする duidelijk maken; ophelderen; te verstaan geven.
wakaru解る
(解る、分かる、判る、分る) t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn. (2) [露見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解かって來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解かりましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確かな處は解かりません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解った o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解かってゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解かって居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解ってる hij heeft gezond verstand.
miru見る
(視る、觀る、觀る) t.w. (1) [見る] zien; aankijken. (2) [視る] kijken; aanschouwen. (3) [視察する] inspecteeren. (4) [遭遇する] ondervinden. (5) [試みる] probereeren; beproeven. (6) [觀察する] opnemen; waarnemen. (7) [判斷] beoordelen. (8) [凝視] staren. (9) [診察] onderzoeken. ¶ 見易い zichtbaar; duidelijk. ¶ 見るに足る bezienswaardig. ¶ 上に見よ zie boven. ¶ やって見る trachten om; probeeren. ¶ 上衣を着て見る jas aanpassen. ¶ 私の見る所では naar mijne meening; zooals ik het inzie. ¶ 大體より見て over ’t geheel beschouwd. ¶ どう見ても hoe men het ook beschouwt. ¶ 見ずに買ふ een kat in den zak koopen. ¶ 脈を見る pols voelen. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren. ¶ 辭書で見る in een woordenboek opzoeken. ¶ あてて見給へ raad eens. ¶ 痛い目を見る bittere ervaring hebben.
tōtetsu透徹
zn. doorzichtigheid v.; helderheid v. ¶ 透徹せる helder; doorzichtig; transparant; duidelijk; klaar.
mazamazaまざまざ
bw. duidelijk voor de oogen.
azayaka na鮮な

(鮮やかな) bn. helder; duidelijk; klaar; schitterend; versch; frisch. ¶ 鮮な記憶 versche herinnering. ¶ 鮮な手蹟 schitterend schrift. ¶ 鮮な frissche (kleurige) bloemen. ¶ 鮮な勝利 schitterende overwinnering.

kukkiriくつきり

bw. (1) [瞭然] duidelijk; helder; scherp. (2) [目立つて] opmerkelijk.

kukumeru衘める

t.w. met den mond voeden; duidelijk vertellen (言含める). ¶ 衘む in den mond houden.

yōryō要領

zn. hoofdzaak v.; hoofdinhoud m.; punt, waar het op aan komt. ¶ 要領を得る ter zake dienend zijn. ¶ 要領を得た事を云ふ dingen zeggen, die van belang zijn. ¶ 要領を得ない vaag; niet ter zake dienende; niet duidelijk.

wakariyasui解り易い
wakarikitta解り切った

bn. welbekend; ontwijfelbaar; onloochenbaar; klaarblijkelijk; duidelijk.

wakaru解る

t.w. (1) [了解] begrijpen; weten; verstaan; onderscheiden; i.w. duidelijk zijn; i.w. (2) [曉見する] aan den dag komen; blijken; aan het licht komen; ontdekt worden. (3) [理解がある] voor rede vatbaar zijn; intelligent zijn; royaal zijn (吝嗇でない). ¶ 意味が分る de beteekenis begrijpen. ¶ 解つて來る duidelijk worden; blijken. ¶ 解りましたか begrijp je?; (俗) snap je? ¶ 君の言ふ事は解らない ik versta je niet; ik begrijp niet, wat je zegt. ¶ 確な處は解りません ik kan het niet met zekerheid zeggen. ¶ それで解つた o, nu begrijp ik het. ¶ 言はんでも解つてゐる het spreekt vanzelf. ¶ 道が解つて居るか weet je den weg? ¶ あの人は譯が解つてる hij heeft gezond verstand.

uku浮く

i.w. drijven; blijven drijven; aan de oppervlakte komen (浮上る); (浮彫のやうに) “en relief” zijn; uitsteken; zich afteekenen; duidelijk zichtbaar zijn. ¶ 氣が浮いてゐる blijmoedig gestemd zijn; opgewekt zijn.

ukideru浮出る

i.w. boven komen drijven; aan de oppervlakte komen (水面に); zich duidelijk afteekenen (明瞭に出る).

tsutsunuke ni筒拔に

(筒抜けに) bw. duidelijk; rechtstreeks. ¶ 筒拔けに這入る ik hoor het duidelijk.

SUPPLEMENT (trefwoord)
uitspraak

(znw, de)
(1) (uitspraak van een woord) hatsuon 発音. ¶ Als ik een fout maak in de uitspraak, verbeter mij dan alsjeblieft. Dou ka hatsuon de ayamari ga attara naoshite kudasai. どうか発音で誤りがあったら直してください
(2) (accent) namari なまり [訛り] ¶ Hij is een buitenlander, zoals duidelijk is aan zijn uitspraak. Namari kara akiraki de aru you ni, kare wa gaikokujin da. なまりから明らかであるように、外国人だ。
(3) (een bewering) shuchou 主張. ¶ Het is belangrijk om erop te wijzen dat de uitspraak die hij deed ongefundeerd is. Kare no shuchou ni wa konkyo ga nai koto ni chuui suru koto ga juuyou de aru. 主張には根拠ないこと注意することが重要である。
(4) (in sport) hantei 判定. ¶ De aanvoerder protesteerde bij de scheidsrechter tegen de uitspraak. Kyapten wa sono hantei ni taishite refurii ni kougi shita. キャプテンはその判定に対してレフリーに抗議した。
(5) (juridisch) senkoku 宣告; shinpan 審判; hanketsu 判決. ¶ De uitspraak was in het voordeel van de gedaagde. Hanketsu wa hikoku ni yuuri datta. 判決は被告に有利だった。(TTP)

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <duidelijk>
あからさま akarasama (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまな akarasamana (1) plots; plotseling; onverwacht; abrupt; (2) voorlopig; tijdelijk; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
あからさまに akarasamani (1) plots; plotseling; onverwacht; onverwachts; opeens; ineens; (2) voorlopig; tijdelijk; even; vluchtig; kortstondig; (3) openlijk; openbaar; onverholen; onomwonden; duidelijk; eerlijk; onverbloemd; direct; expliciet; ongegeneerd
きっかり kikkari (1) duidelijk; goed waarneembaar; (2) precies; exact; stipt; klokslag; op de minuut af
くっきり kukkiri duidelijk; goed waarneembaar
すっきり sukkiri (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
すっきりする sukkirisuru (1) zich opgelucht; verfrist; fris voelen; zich opgekikkerd; opgeknapt voelen; verkwikt zijn; zich onbezwaard; ontlast voelen; zich van een last bevrijd voelen; zich beter voelen; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris
すっきりと sukkirito (1) opgelucht; verfrist; fris; opgekikkerd; opgeknapt; verkwikt; onbezwaard; ontlast; (2) [m.b.t. schrijfstijl enz.] helder; ongekunsteld; duidelijk; doorzichtig; klaar; [m.b.t. kledij] keurig; netjes; fris; (3) uitgesproken; ondubbelzinnig; duidelijk; klaar
ずばり zubari (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
ずばりと zubarito (1) besluitvaardig; resoluut; doortastend; flink; vastberaden; zelfverzekerd; kordaat; beslist; gedecideerd; [veroud.] geresolveerd; stellig; eens en voorgoed; voor eens en altijd; voorgoed; definitief; (2) duidelijk; eerlijk; openhartig; oprecht; rechtuit; frank; recht voor z'n raap; zonder er doekjes om te winden; direct; op de man af; à bout portant; (3) bij het rechte eind; juist [geraden]
はきはき hakihaki (1) helder; duidelijk; doorzichtig; klaar; limpide; (2) helder; kort en bondig; gevat; fijnzinnig; pittig; (3) levendig; monter; fris; kwiek; vlot
はっきり hakkiri (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opgewekt [van gemoed;geestesgesteldheid]; helder [van weersgesteldheid]; bestendig; (3) ronduit; oprecht; eerlijk; openhartig; open; rechtuit; rechtdoorzee; onomwonden; onverbloemd; ruiterlijk
はっきりした hakkirishita (1) klaar; duidelijk; helder; goed waarneembaar; scherp; expliciet; afgetekend; welomlijnd; welomschreven; (2) zeker; exact; uitgesproken; ondubbelzinnig
はっきりする hakkirisuru (1) duidelijk; klaar; goed (waarneembaar); helder; scherp (begrensd); geprononceerd; uitgesproken; niet mis te verstaan; ondubbelzinnig; vastomlijnd; scherpomlijnd; welomschreven; welomlijnd; levendig [bv. zich ~ herinneren]; exact; zeker; (2) opklaren; helderder worden; verbeteren [ook m.b.t. ziekte]
クリア kuria (1) helder; klaar; duidelijk; (2) [gesch.] curia; (3) Clear
分かり易い wakariyasui begrijpelijk; verstaanbaar; bevattelijk; duidelijk; dat laat zich begrijpen
分暁 bungyō (1) dageraad; het aanbreken van de dag; (2) helder begrip; klaar inzicht; (3) klaar; helder; duidelijk; niet mis te verstaan
判明 hanmei (1) duidelijk; klaar; evident; apert; (2) [cartesische fil.] onderscheiden; distinct
如何にも ikanimo (1) in elk opzicht; enorm; extreem; uiterst; verschrikkelijk; zeer; erg; hoogst; absoluut; totaal; (2) werkelijk; waarlijk; voorwaar; voorzeker; echt; helemaal; door en door; precies; inderdaad; exact; zegt u dat wel; zoals u zegt; dat ben ik helemaal met u eens; volkomen gelijk; nou en of; reken maar; klopt; heel juist; (3) hoe dan ook; op welke wijze ook; hoe het ook zij; vast en zeker; welzeker; ongetwijfeld; beslist; stellig; (4) net alsof; als het ware; onmiskenbaar; duidelijk; niet mis te verstaan; (5) liefst; bij voorkeur
定か sadaka (1) duidelijk; precies; (2) zeker; bepaald
平たい hiratai (1) plat; vlak; (2) eenvoudig; gewoon; verstaanbaar; duidelijk
平明 heimei (1) dageraad; ochtendstond; (2) duidelijk; klaar; verstaanbaar; helder
明らか akiraka (1) klaar; helder; (2) duidelijk; klaarblijkelijk; kennelijk; evident; onmiskenbaar; manifest; apparent; (3) wijs; zindelijk; (4) opgewekt; opgeruimd
明らかな akirakana duidelijk; klaar; kennelijk; onmiskenbaar; uitgesproken; aanwijsbaar; apert; evident; onomstotelijk
明らかに akirakani (1) duidelijk; goed waarneembaar; zichtbaar; kennelijk; manifest; expliciet; uitgesproken; (2) ongetwijfeld; zeer zeker; onmiskenbaar; ontegenzeglijk; ontwijfelbaar; klaarblijkelijk; evident; zonder twijfel; zonder meer; stellig
明晰 meiseki (1) klaarheid; duidelijkheid; ondubbelzinnigheid; (2) klaar; duidelijk; ondubbelzinnig
明白 meihaku duidelijk; klaar; zonneklaar; niet mis te verstaan; aanwijsbaar; ondubbelzinnig; onmiskenbaar; kennelijk; apert; evident; klaarblijkelijk
明瞭 meiryō (1) klaarheid; duidelijkheid; helderheid; luciditeit; begrijpelijkheid; verstaanbaarheid; (2) klaar; duidelijk; helder; lucide; doorzichtig; limpide; evident; begrijpelijk; verstaanbaar
明確 meikaku (1) duidelijkheid; klaarheid; ondubbelzinnigheid; helderheid; (2) duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
明確な meikakuna duidelijk; klaar; ondubbelzinnig; helder
saya (1) [~に] klaar; duidelijk; (2) [~に] netjes; zuiver; (3) [~に] ruisend; ritselend
mei (1) licht; helderheid; klaarte; (2) inzicht; scherpzinnigheid; (3) zicht; (a) helder; licht; klaar; (b) gaaf; schitterend; (c) dagen; dag worden; (d) duidelijk; klaar; (e) inzicht; scherpzinnigheid; (f) deze wereld; hiernumaals; (g) godheid
易しい yasashii (1) gemakkelijk; eenvoudig; makkelijk; [m.b.t. sommetje] simpel; [m.b.t. taal] duidelijk; (2) onverzorgd; onzorgvuldig; nonchalant; slordig; onachtzaam; lichtvaardig; achteloos; onattent; onoplettend; onopmerkzaam; (3) begrijpelijk; te begrijpen; verstaanbaar; bevattelijk; helder; klaar
shō duidelijk; helder verlichten
有り有り ariari (1) [~と] duidelijk; goed waarneembaar; (2) [~と] levendig; scherp; helder
格段 kakudan [~の] opmerkelijk; opvallend; uitgesproken; merkwaardig; bijzonder; duidelijk; frappant; treffend; buitengewoon
歴然 rekizen duidelijk; klaar; evident; uitgesproken; kennelijk; klaarblijkelijk; merkbaar; zichtbaar; waarneembaar; manifest; ondubbelzinnig; onmiskenbaar; ontwijfelbaar; onloochenbaar; niet mis te verstaan
爽やか sawayaka (1) fris; verfrissend; verkwikkend; hartsterkend; hartversterkend; opwekkend; tintelend; pittig; (2) duidelijk; klaar; helderklinkend; sonoor; [m.b.t. iems. woorden] vlot; vloeiend; levendig; (3) aangenaam; hartverwarmend; joviaal; gul
爽やかな sawayakana (1) fris; verfrissend; verkwikkend; hartsterkend; hartversterkend; opwekkend; tintelend; pittig; (2) duidelijk; klaar; helderklinkend; sonoor; [~言葉] vlot; vloeiend; levendig; (3) aangenaam; hartverwarmend; joviaal; gul
目立った medatta opvallend; treffend; duidelijk; uitgesproken; geprononceerd; frappant; markant; saillant; in het oog springend; lopend; opmerkelijk; merkwaardig
kaku (1) zeker; vast; gewis; stellig; (2) duidelijk; precies; (a) zeker; vast; (b) vaststaand; onbetwistbaar; onwrikbaar; (c) [afk.] zeker; betrouwbaar
簡明 kanmei (1) eenvoud; duidelijkheid; klaarheid; helderheid; zakelijkheid; beknoptheid; concisie; bondigheid; puntigheid; (2) eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
簡明に kanmeini eenvoudig; duidelijk; klaar; helder; zakelijk; beknopt; concies; bondig; puntig; laconiek; kort en krachtig
紛れもない magiremonai onmiskenbaar; duidelijk; overduidelijk; flagrant; zonneklaar; evident; apert; onomstotelijk; vaststaand
躍如 yakujo levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; getrouw naar het leven
躍如たる yakujotaru levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; naar het leven getrouw
躍如として yakujotoshite levendig; levensecht; duidelijk; levensgetrouw; treffend; aanschouwelijk; getrouw naar het leven
arawa (1) bloot; naakt; duidelijk zichtbaar; (2) openbaar; publiek; publiekelijk; (3) open; openlijk; onverholen; onverbloemd; onverheeld; onbewimpeld; onbedekt; onomwonden; vrijuit; openhartig; eerlijk; ronduit; (4) duidelijk; onmiskenbaar; apert; klaar; merkbaar; manifest; evident; uitgesproken; uitdrukkelijk; expliciet
顕著 kencho opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken; in het oog lopend; springend
顕著な kenchona opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken; in het oog lopend; springend
顕著に kenchoni opvallend; opmerkelijk; frappant; markant; saillant; treffend; duidelijk; onmiskenbaar; apert; uitgesproken
鮮やか azayaka (1) klaar; scherp; helder; hel; duidelijk; intens; geprononceerd; fel; levendig; sprekend; sterk uitkomend; schel; knal-; hard-; (2) bedreven; handig; kundig; deskundig; vakkundig; capabel; bekwaam; vaardig; behendig; slim; kunstig; prima; (3) prachtig; fraai; mooi; knap; schitterend; stralend; briljant; (4) vers; fris; fleurig
鮮明 senmei helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明な senmeina helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
鮮明に senmeini helder; klaar; duidelijk; scherp; hel; fel; levendig
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 2.11 sec. jiten.nl: 20 treffers, warandict: 55 treffers (zoekopdracht: 'duidelijk'). 
2005-2026