
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
miru・見る
(視る、觀る、觀る) t.w. (1) [見る] zien; aankijken. (2) [視る] kijken; aanschouwen. (3) [視察する] inspecteeren. (4) [遭遇する] ondervinden. (5) [試みる] probereeren; beproeven. (6) [觀察する] opnemen; waarnemen. (7) [判斷] beoordelen. (8) [凝視] staren. (9) [診察] onderzoeken. ¶ 見易い zichtbaar; duidelijk. ¶ 見るに足る bezienswaardig. ¶ 上に見よ zie boven. ¶ やって見る trachten om; probeeren. ¶ 上衣を着て見る jas aanpassen. ¶ 私の見る所では naar mijne meening; zooals ik het inzie. ¶ 大體より見て over ’t geheel beschouwd. ¶ どう見ても hoe men het ook beschouwt. ¶ 見ずに買ふ een kat in den zak koopen. ¶ 脈を見る pols voelen. ¶ 醫者に見て貰ふ dokter consulteeren. ¶ 辭書で見る in een woordenboek opzoeken. ¶ あてて見給へ raad eens. ¶ 痛い目を見る bittere ervaring hebben.
kansatsu・觀察
(観察) zn. observatie v.; waarneming v.; opneming v. ¶ 觀察する observeeren; opnemen; waarnemen. ¶ 觀察力 opmerkinggave. ¶ 觀察點 gezichtspunt. ¶ 斯く觀察すれば in dat licht beschouwd.
zokusaisuru・續載する
(続載する) t.w. bij gedeelten achtereenvolgens opnemen; geleidelijk plaatsen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <opnemen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
メモする memosuru noteren; memoreren; een notitie maken; aantekenen; opschrijven; opnemen; neerschrijven
レコーディングする rekoodingusuru (1) opnemen; vastleggen; (2) optekenen; registreren
上げをする agewosuru [着物に~] inkorten; innemen; opnemen; plooien; plooien maken; plisseren
乗せる;のせる noseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk;complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per)
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [ばたー;くりーむ;じゃむを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;こめんと;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
任じる ninjiru (1) aanstellen; benoemen; installeren; (2) opnemen; zich belasten met; (3) […をもって~] pretenderen; claimen; beweren te zijn; zich voordoen als; zich uitgeven voor; zich doen doorgaan als; zich opwerpen als; zich wanen; zich verbeelden
任ずる ninzuru (1) aanstellen; benoemen; installeren; (2) opnemen; zich belasten met; (3) […をもって~] pretenderen; claimen; beweren te zijn; zich voordoen als; zich uitgeven voor; zich doen doorgaan als; zich opwerpen als; zich wanen; zich verbeelden
入会させる nyuukaisaseru als lid aanvaarden; toelaten; aanwerven; werven; rekruteren; inlijven; opnemen; aantrekken
収録する shuurokusuru opnemen; vermelden; optekenen; vastleggen; registreren
取り上げる;取りあげる;採りあげる toriageru (1) opnemen; oppakken; (2) [een woord in een taal enz.] opnemen; honoreren; ingaan op; [een mening;ontslag;bezwaar enz.] aanvaarden; aannemen; [een mening enz.] opvatten; [een voorstel enz.] overnemen; [een idee enz.] adopteren; [een zaak enz.] entameren; in behandeling nemen; [een interessant punt enz.] opbrengen; aan de orde stellen; aanhangig maken; aandragen; ter tafel brengen; [fig.] aansnijden; (3) afnemen; afpakken; ontnemen; afhandig maken; [iem. iets] uit de hand slaan; [iem. van zijn bevoegdheden enz.] beroven; [een vergunning enz.] intrekken; [iem. uit de ouderlijke macht enz.] ontzetten; aanslaan; confisqueren; verbeurdverklaren; in beslag nemen; beslag leggen op; [smokkelwaar e.d.] aanhalen; [i.h.b.] onteigenen; [i.h.b.] expropriëren; [goederen] arresteren; (4) [m.b.t. kinderen] halen; geboren doen worden; ter wereld helpen
受け入れる;受け容れる ukeireru (1) ontvangen; toelaten; opnemen; aannemen; aanvaarden; accepteren; (2) inwilligen; toestaan; instemmen met; ingaan op; tegemoetkomen; verhoren; (3) opvangen; onthalen; binnenlaten; toegang geven
受容する juyousuru aanvaarden; aannemen; accepteren; opnemen; onthalen; ontvangen
同化する doukasuru (1) zich assimileren; gelijk worden; (2) zich integreren; (3) assimileren; gelijk maken; gelijk stellen; (4) integreren; opnemen; opslorpen; verwerken
吸う suu (1) ademen; inademen; inhaleren; opsnuiven; snuiven; een teug nemen; [pregn.] roken; trekken; paffen; smoken; (2) zuigen; opzuigen; inzuigen; aanzuigen; absorberen; opslorpen; (in zich) opnemen; (3) kussen; zoenen; [slang] likken
吸収する kyuushuusuru opnemen; opzuigen; absorberen
吸引する kyuuinsuru (1) opzuigen; absorberen; opnemen; opslorpen; zuigen; (2) aantrekken
拾う hirou (1) rapen; oppakken; oprapen; opnemen; oppikken; [een verloren voorwerp] vinden; [i.h.b.] verzamelen; [i.h.b.] bijeenzamelen; [i.h.b.] samenlezen; [i.h.b.] vergaren; [lit.t.] lezen; [informatie] sprokkelen; [i.h.b.;sportt.] opvangen; (2) uitpikken; uitkiezen; selecteren; (3) ternauwernood behouden; iets uit de brand redden; iem. uit de brand helpen; zich ontfermen
持ち上げる mochiageru (1) opheffen; (omhoog) heffen; optillen; omhoog tillen; opbeuren; omhoog trekken; (op)hijsen; opnemen; omhoog brengen; oplichten; oppakken; oprapen; omhoog steken; [m.b.t. hoed] afnemen; (2) vleien; ophemelen; flemen; door vleierij brengen tot; overhalen
採寸する saisunsuru de maat nemen; bepalen; opmeten; aanmeten; opnemen
掲載する keisaisuru in de krant enz. zetten; plaatsen; publiceren; een artikel brengen; opnemen
摂取する sesshusuru opnemen; tot; in zich nemen; absorberen; assimileren
撮影する satsueisuru (1) een foto nemen; maken; fotograferen; op de foto zetten; plaatjes schieten; [Belg.N.] trekken; (2) filmen; een filmopname maken; opnemen
書き取る kakitoru opschrijven; neerschrijven; (een dictaat) opnemen
消化する shoukasuru (1) verteren; digereren; (2) assimileren; (in zich) opnemen; (geestelijk) verwerken; verstouwen; [fig.] verteren
測定する sokuteisuru meten; opmeten; afmeten; opnemen; [i.h.b.] landmeten; [i.c.m. 水深を] sonderen
測量する sokuryousuru meten; opmeten; afmeten; opnemen; [i.h.b.] landmeten; [i.c.m. 水深を] sonderen
窺う ukagau (1) gluren; loeren; turen; [Belg.N.] piepen; (2) afwachten; uitzien naar; loeren op; (3) bestuderen; opnemen; aandachtig bekijken; (4) opmaken; concluderen; uitmaken; afleiden; deduceren; infereren
筆記する hikkisuru (1) neerschrijven; opschrijven; noteren; opnemen; memoreren; aantekenen; boekstaven; te boek stellen; (2) aantekeningen maken; notities maken
組み込む kumikomu opnemen; vervatten; inlassen; tussenvoegen; inzetten; inpassen; insluiten; inlijven; includeren; begrijpen in; verwerken; verweven; een plaatsje vinden voor; integreren; incorporeren; interpoleren; [comp.] installeren
織り込む orikomu (1) weven in; inweven; dooreenweven; (2) verweven; verwerken in; opnemen; invoegen; inlassen; inlijven; incorporeren; vervatten; integreren; incalculeren; rekening houden met
見渡す miwatasu (1) uitzien over; uitkijken over; afkijken; uitzicht bieden op; over; (2) z'n blik laten gaan over; overzien; overkijken; overschouwen; opnemen
計る hakaru (1) meten; opmeten; uitmeten; afmeten; [de temperatuur;de tijd enz.] opnemen; [de maat e.d.] nemen; [de grootheid enz.] bepalen; berekenen; uitrekenen; (2) peilen; schatten; polsen; [fig.] sonderen; gronden; raden; inschatten; [ook fig.] taxeren; hoogte nemen; opnemen; opmaken; ramen; begroten; calculeren; (3) plannen; beramen; beproeven; (4) bedriegen; bedotten; beetnemen
計測する keisokusuru meten; opmeten; opnemen
負えない oenai (1) niet kunnen dragen; opnemen; op zich nemen; (2) onhandelbaar; oncontroleerbaar; weerspannig
負荷する fukasuru [責任を] op zich nemen; dragen; opnemen; zich belasten met; [父祖の業を] overnemen
載せる noseru (1) [op een vervoermiddel (de bus enz.)] zetten; plaatsen; [van bagage] laden; bevrachten; beladen; opladen; [een lifter enz.] oppikken; [iem. op de bus enz.] helpen; [i.h.b.] meevoeren; [passagiers enz.] meenemen; [i.h.b.] een lift geven; aan boord nemen; opnemen; (2) [op tafel enz.] zetten; plaatsen; stellen; leggen; [op de planken enz.] brengen; (3) iem. [door vleierij enz.] voor zich winnen; iem. aan zijn kant krijgen; iem. op zijn hand krijgen; iem. impalmen; iem. inpakken; iem. erin laten lopen; iem. erin laten trappen; iem. overhalen; iem. zover krijgen; (4) iem. [in het werk;complot enz.] betrekken; iem. laten deelnemen aan; iem. laten meedoen; (5) in de maat (laten) zijn met; in harmonie (laten) zijn met; (laten) harmoniëren; (6) [een boodschap enz.] overbrengen [langs telegrafische weg enz.]; transmitteren (via); transporteren (via); overvoeren (per); (7) [een advertentie in de krant enz.] zetten; plaatsen; opnemen; publiceren; optekenen; vermelden; te boek stellen
録 roku (a) noteren; opschrijven; aantekening; geschrift; (b) vastleggen; opnemen
録音する rokuonsuru opnemen; registreren; vastleggen
音入れする otoiresuru (1) het geluid vastleggen; opnemen; (2) geluid bijmixen; indubben
Tijd: 1.7 sec. jiten.nl: 6 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'opnemen').
2005-2026
