
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <stelen>
くすねる kusuneru (1) pikken; jatten; gappen; stelen; achteroverdrukken; afkapen; afdieven; afstelen; (2) in eigen zak steken; achterhouden; verduisteren; verdonkeremanen
ちょろまかす choromakasu (1) pikken; stelen; in eigen zak steken; gappen; jatten; snaaien; kapen; afkapen; achteroverdrukken; verdonkeremanen; verduisteren; ervandoor gaan met; aftroggelen; (2) smoesjes verkopen; uitvluchten zoeken
スチールする suchīrusuru stelen
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
奪い取る ubaitoru roven; beroven; stelen; bestelen; afnemen; ontnemen; wegnemen; leeghalen
抜き取る nukitoru (1) trekken uit; uittrekken; uitdoen; verwijderen; rooien; (2) selecteren; uitkiezen; kiezen uit; uitzoeken; uitlichten; halen uit; uithalen; uitpikken; (3) stelen; [inform.] pikken; [inform.] gappen; [inform.] jatten
抜く nuku (1) dringen in; doordringen; penetreren; (2) inhalen; voorbijstevenen; achter zich laten; het verder brengen dan; overtreffen; voorbijstreven; te boven gaan; de loef afsteken; uitsteken boven; overvleugelen; [i.h.b. sportt.] verslaan; (3) uittrekken; trekken; [een fles enz.] opentrekken; (4) eruit halen; te voorschijn halen; uitlichten; uitpikken; uitkiezen; selecteren; uitzoeken; [i.h.b.] pikken; [i.h.b.] stelen; (5) verwijderen; wegnemen; lichten; uithalen; [i.h.b. van bad;ballon enz.] laten leeglopen; lozen; (6) besparen; daarlaten; overslaan; weglaten; achterwege laten; (7) [een blanco plek enz.] uitsparen; openlaten; (8) innemen; veroveren; (9) ten einde toe ~; uit-; af-; ~ tot de lust daartoe voorbij is [gebruikt als werkwoordelijk suffix]; (10) overslaan; (11) masturberen
掏る suru stelen; pikken; jatten; gappen; ontfutselen; ontvreemden; wegkapen; zakkenrollen; rollen; kaaien; [inform.] graaien; [inform.] kapen; [inform.] pietheinen; [inform.] ratsen; [inform.] snaaien; [inform.;volkst.] struinen; [gew.] gabben; [gew.] gabberen; [gew.] ratten; [gew.] sluimen; [Barg.] gannefen; [Barg.] snezen; [Barg.] handelen
掠う;攫う sarau (1) wegrukken; grissen; gappen; ontrukken; ervandoor gaan met; wegnemen; stelen; jatten; roven; [子供を] kidnappen; [波が] meesleuren; wegspoelen; (2) voor zich opeisen; monopoliseren; naar zich toe trekken
掠める kasumeru (1) stelen; grissen; gappen; jatten; (2) [目を] bedriegen; misleiden; om de tuin leiden; [fig.] verblinden; (3) rakelings gaan langs; rakelings scheren langs; schampen; even aanraken; eventjes schuren; (4) [心を] te binnen schieten; voor de geest schieten
掠め取る kasumetoru (1) roven; beroven; stelen; bestelen; afnemen; ontnemen; (2) verschalken; afhandig maken; afluizen; ontkapen
泥棒する;泥坊する dorobōsuru stelen; ontstelen; bestelen; diefstal begaan; dieven; het dievenpad op gaan; roven; beroven; ontroven; ontvreemden; rollen; kapen; [inform.] snaaien; [inform.] gappen; [inform.] pikken; [inform.] jatten; [inform.] jatmouzen; [inform.] ratsen; [inform.] raven; [inform.] schoepen; [vulg.] klauwen; [Barg.] gannefen; [Barg.] rausjen; [Barg.] ranzen
物する monosuru (1) zijn; zich bevinden; (2) gaan; komen; (3) [euf.] het doen; seks hebben; (4) zeggen; (5) schrijven; (6) eten; (7) geven; (8) [傑作を] maken; [ー句;歌を] plegen; (9) verduisteren; stelen; achteroverdrukken
盗 tō (a) diefstal; stelen; dief; (b) [honkb.] gestolen honk
盗む;偸む nusumu (1) stelen; ontstelen; bestelen; ontvreemden; wegnemen; roven; beroven; ontroven; dieven; wegstelen; ontfutselen; [財布を] lichten; rollen; graaien; [inform.] pikken; [inform.] afpikken; [inform.] afpakken; [inform.] afkapen; [inform.] wegkapen; [inform.] jatten; [inform.] jatmouzen; [inform.] gappen; [inform.] ratsen; [inform.] raven; [inform.] schoepen; [volkst.] snaaien; [volkst.] wegdieven; [inform.] kapen; [Barg.;volkst.] piepen; [Barg.] gannefen; [Barg.] rausjen; [Barg.] werken; [Barg.] poteren; [Barg.] bedissen; [Barg.] haaien; [Barg.] handelen; [Barg.] fazelen; [Barg.] ransen; [Barg.] ranzen; [Barg.] meppen; [Barg.;volkst.] roeien; [考案;思想を] plagiëren; verdonkeremanen; [w.g.] verdonkeren; [vulg.] klauwen; (2) [暇を] vrijmaken; te baat nemen; bemachtigen
窃取する sesshusuru stelen; ontvreemden; pikken; ontstelen; wegnemen
Tijd: 1.25 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 16 treffers (zoekopdracht: 'stelen').
2005-2026
