
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
au・逢ふ
(逢う、会う、遇う、遭う) i.w. (1) [出合] ontmoeten. (2) [邂逅] tegenkomen. (3) [面會] zich onderhouden met. (4) [經驗に] ondergaan; ondervinden; ervaren; lijden. ¶ 酷い目に遭う slecht behandeld worden; leed ondervinden. ¶ 難船に遭う schipbreuk lijden. ¶ 逢ひに行く tegemoet gaan; bezoeken. ¶ 二つの川が此處で會う twee rivieren komen hier samen. ¶ 彼に遭ったことがない ik heb hem nog nooit ontmoet.
ajiwau・味ふ
(味わう) t.w. (1) [味を見る] proeven. (2) [詩文等を] waardeeren; genieten. (3) [經驗] ervaren; ondervinden; ondergaan.
ukeru・受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 罰を受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <ondergaan>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
下降する kakousuru achteruitgaan; zinken; vallen; ondergaan; afdalen
傾く katamuku (1) neigen; buigen; hellen; schuin staan; overhellen; leunen; (2) geneigd zijn tot; zijn voorkeur hebben voor; (3) ondergaan; zinken; (4) bergafwaarts gaan; slecht gaan; wegebben; achteruitgaan
受 ju (1) [boeddh.] vedanā [= waarneming]; (a) ontvangen; krijgen; (b) gehoor geven; toegeven; (c) ondergaan; incasseren
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek;ander referentiepunt]; (10) erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
味わう ajiwau (1) proeven; (2) smaken; savoureren; de smaak genieten van; genoegen scheppen in; waarderen; appreciëren; (3) aan den lijve ondervinden; ervaren; meemaken; beleven; ondergaan; doorstaan; doormaken
味を知る ajiwoshiru proeven; leren kennen; ervaren; de ervaring hebben; ondervinden; ondergaan; beleven
喫する kissuru (1) eten; nuttigen; (2) [茶を] drinken; (3) [たばこを] roken; (4) [惨敗を] lijden; oplopen; ondergaan; zich op de hals halen; incasseren; (5) [honkb.] [三振を] uitgeslagen worden
沈没する chinbotsusuru (1) zinken; vergaan; ondergaan; ten onder gaan; kelderen; wegzinken; verzinken; (2) zich bewusteloos drinken; [vulg.] zich verzuipen
没する bossuru (1) [日が] ondergaan; (2) verdwijnen; opgaan; [船が] verzinken; (3) sterven; heengaan; overlijden; (4) doen verdwijnen; doen opgaan in; verzwelgen; (5) aanslaan; in beslag nemen; confisqueren; (6) negeren; miskennen; verloochenen
没落する botsurakusuru ineenstorten; vallen; ten onder gaan; ondergaan; instorten; te gronde gaan; in verval raken; naar de bliksem gaan; [uitdr.] naar Kapitein Jas gaan; [fig.] schipbreuk lijden
浴びる abiru (1) over zich krijgen; [しゃわーを] douchen; een stortbad nemen; zich overgieten; [Mal.] mandiën; [ー風呂] baden; een bad nemen; [日光を] zich in 't zonnetje koesteren; [砲火を] onder vuur liggen; onder vuur genomen worden; aan geschutvuur blootstaan; blootgesteld worden; (2) [ー発を] incasseren; moeten verduren; ondergaan; te maken krijgen met; (3) [非難を] kritiek krijgen; aan kritiek blootstaan; onder vuur komen te liggen; [罵声を] uitgefloten; uitgejouwd worden; [喝采を] toegejuicht worden; applaus nemen; [視線を] de aandacht op zich vestigen; de aandacht trekken; zich in de kijker plaatsen; bekijks hebben
滅ぶ horobu (1) vallen; ten onder gaan; te gronde gaan; ondergaan; ten val komen; tenietgaan; verwoest; vernietigd worden; vergaan; vervallen; het afleggen; verloren gaan; teloorgaan; (2) uitsterven; uitgeroeid worden; het erbij inschieten; ophouden te bestaan; verdwijnen
滅亡する metsubousuru (1) uitsterven; (2) ten onder gaan; te gronde gaan; ophouden te bestaan; vallen; vergaan; ondergaan
潜行する senkousuru (1) duiken; onder water gaan; ondergaan; (2) onderduiken; zich verbergen; (3) ondergronds gaan werken; incognito opereren
経る heru (1) voorbijgaan; verstrijken; (2) passeren; gaan via; door; lopen door; rijden door; (3) beleven; meemaken; ervaren; ondergaan; ondervinden; doormaken; doorstaan; verbrengen
被る koumuru [叱責を] krijgen; [恩恵を] genieten; [損を] lijden; [損害を] oplopen; ondergaan; incasseren; [不興を] zich op de hals halen
被 hi (1) [drukt passiviteit uit;of het ondergaan van een actie]; (a) bedekken; afdekken; (b) aantrekken; opzetten; hoofdbedekking; (c) incasseren; verduren; ondergaan; (d) ge… worden
食らう kurau (1) verorberen; verschalken; naar binnen slaan; werken; binnenslaan; achter de kiezen; knopen steken; (2) ondergaan; incasseren; ondervinden; lijden; te verduren hebben; (3) aan de kost komen; z'n brood verdienen; de kost verdienen; leven van; (4) verbannen worden; tot ballingschap veroordeeld worden
Tijd: 1.56 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 18 treffers (zoekopdracht: 'ondergaan').
2005-2026
