日蘭辭典+

40 resultaten voor ‘pakken’
日蘭辭典 (trefwoord)
yarareruやられる
(遣られる) i.w. ondergaan; te pakken genomen worden; bestolen worden (盜まれる). ¶ 旨くやられた ze hebben me leelijk beet genomen; ik ben er netjes ingevlogen.
ni
zn. (1) [負擔,荷物] last m.; vracht v. (2) [積荷] lading v. [荷物] bagage v. ¶ を積む laden. ¶ を拵へる pakken. ¶ を引取る goederen in ontvangst nemen. ¶ なる tot last zijn.
ukeru受ける
t.w. (1) [受納] ontvangen; nemen. (2) [受止める] pakken; tegenhouden. (3) [檢査] ondergaan; ervaren. (4) [蒙る] krijgen; lijden. (5) [許可等] krijgen; verkrijgen. ¶ 命を受ける bevel krijgen. ¶ 檢査を受ける onderzocht worden. ¶ 受ける gestraft worden. ¶ 俸給を受ける tractement ontvangen. ¶ 治療を受けてゐる onder geneeskundige behandeling.
taiho逮捕

zn. arrestatie v.; gevangenneming v. ¶ 逮捕する arresteeren; gevangen nemen; (俗) pakken. ¶ 逮捕狀 bevel tot inhechtenisneming.

uchitoru打取る

t.w. (1) [捕へる] pakken; arresteeren. (2) [殺す] dooden.

tsutsumu包む

t.w. (1) [くるむ] inpakken; wikkelen in. (2) [覆ふ] bedekken. (3) [圍む] omringen; omgeven. (4) [隱す] verbergen; verheimelijken; bemantelen. ¶ 紙で包む in papier pakken; met papier omwikkelen. ¶ 喉を包む een doek om den hals doen. ¶ 包まず zonder iets te verbergen; openhartig. ¶ 包まず白狀する volledige bekentenis afleggen.

tsukamu摑む

(掴む) t.w. grijpen; pakken; vasthouden. ¶ 人の咽喉を摑む bij de keel grijpen.

tsukamaedokoro捉へ所

(掴まえ所) zn. houvast o. ¶ 捉へ所なき vaag; zonder houvast; in de lucht hangend. ¶ 捉へる grijpen; pakken; vasthouden.

SUPPLEMENT (trefwoord)
sumimasen済みません
(すみません) (frase; afgeleid van 済まない sumanai door toevoeging van het beleefde hulpwerkwoord -ます -masu) neem me niet kwalijk; pardon; sorry; bedankt (in de zin van: ‘sorry voor de overlast’ of ‘dat had u niet hoeven doen’ etc.) ¶ すみませんが砂糖を取っていただけませんか。 Sumimasen ga satō wo totte itadakemasen ka? Neem me niet kwalijk maar kunt u voor mij de suiker pakken?; Neemt u me niet kwalijk, kunt u me de suiker aangeven? (TTC) ¶ すみませんが、駅へ行く道を教えていただけませんか。 Sumimasen ga, eki e iku michi wo oshiete itadakemasen ka? Neem u me niet kwalijk maar, kunt u mij de weg naar het station vertellen?; Pardon. Kunt u me zeggen hoe ik bij het station kan komen? (TTC) ¶ ミスタイプです。すみません。 Misutaipu desu. Sumimasen. Het is een tikfout. Sorry. (TTC) ¶ すみませんが駄目なんですよ。 Sumimasen ga dame nan desu yo. Sorry maar dat is echt onmogelijk. (TTC) ¶ 本当にすみません。hontō ni sumimasen. Het spijt mij heel erg. ¶ いろいろとお世話になって本当にすみませんでした。 Iroiro to o-sewa ni natte hontō ni sumimasen deshita. Hartelijk dank voor al uw inspanningen; Enorm bedankt voor uw moeite. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <pakken>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
ふんだくる fundakuru (1) wegrukken; weggrijpen; wegpakken; ontrukken; afpakken; grissen; grijpen; pakken; gappen; vlug nemen; graaien; wegkapen; wegpikken; snaaien; ontnemen; ervandoor gaan met; (2) afzetten; iem. te veel berekenen; rekenen; iem. overdreven veel laten betalen; [gew.] het vel afstropen; scheren; plukken; pluimen; snijden; aderlaten; uitpersen; uitknijpen; uitschudden; het vel over de oren halen; trekken
キャッチする kyatchisuru (1) vangen; pakken; (2) te pakken krijgen; onderscheppen; weten te vangen
パッキングする pakkingusuru (1) pakken; inpakken; verpakken; (2) inblikken; inmaken
一刀両断にする ittouryoudannisuru (1) met één zwaardhouw in twee klieven; met één slag in tweeën verdelen; (2) de knoop doorhakken; een kordate beslissing nemen; doortastend optreden; flink; ferm aanpakken; uitvoeren zonder er omheen te draaien; de koe bij de hoorns vatten; pakken
上げる ageru (1) heffen; opheffen; omhoogheffen; verheffen; oprichten; tillen; optillen; omhoogtillen; omhoogbrengen; liften; verhogen; eleveren; [凧を] oplaten; opsteken; [棚に] leggen op; opleggen; [帆を] hijsen; ophijsen; omhooghijsen; opbrengen; opvissen; [碇を] lichten; hieuwen; [陸に] landen; aan land zetten; [顔を] opkijken; (2) loven; prijzen; roemen; huldigen; ophemelen; hoog opgeven van; (3) opvoeren; doen toenemen; optrekken; opjagen; opdrijven; [温度を] hoger zetten; [すぴーどを] vergroten; (4) bevorderen; promoveren; (5) overgeven; braken; opgeven; kotsen; vomeren; over z'n nek gaan; [gew.] opbrengen; (6) [客を] binnenlaten; inlaten; brengen; leiden naar; geleiden; (7) [学校へ] op school doen; (8) geven; aanbieden; toedienen; offreren; schenken; voorzetten; [娘を] wegschenken; (9) offeren; ten offer brengen; (10) overhandigen; ter hand stellen; reiken; overreiken; (11) ten einde brengen; afdoen; afwerken; volbrengen; voltooien; (12) klaarspelen; gedaan weten te krijgen; (13) [式を] houden; vieren; celebreren; fêteren; (14) [例を] geven; vermelden; noemen; aanhalen; citeren; aanvoeren; leveren; opnoemen; opsommen; opgeven; opvissen; (15) [子を] krijgen; [母が] het leven schenken; baren; [父が] verwekken; (16) verbeteren; ontwikkelen; ontplooien; (17) [髪を] doen; opmaken; opsteken; kappen; (18) aanhouden; pakken; oppakken; vatten; inrekenen; snappen; in hechtenis nemen; in de kraag grijpen; arresteren; (19) [芸者を] bestellen; laten komen; erbij halen; uitnodigen; ontbieden; engageren; (20) frituren; in kokend vet bakken; braden; [gew.] fritten; (21) [結果を] behalen; bereiken; verkrijgen; verwerven; realiseren
乗る noru (1) stappen op; klimmen op; bestijgen; betreden; (2) instappen; instijgen; [de bus;tram enz.] nemen; [i.h.b.] aan boord gaan; [i.h.b.] embarkeren; [een paard enz.] berijden; [i.h.b.] rijden; [op de wind enz.] varen; drijven op; gedragen worden door; [van een stem enz.] dragen; (3) harmoniëren (met); overeenstemmen (met); (4) ergens op ingaan; aangaan; ergens in trappen; vallen voor; bezwijken voor; [fig.] aanbijten; (5) goed blijven zitten; pakken; houden; hechten
包む tsutsumu (1) inpakken; pakken; inwikkelen; omwikkelen; wikkelen; inwinden; winden; hullen; [een papiertje enz.] omdoen; (2) hullen; omgeven; omhullen; verhullen; omsluieren; versluieren; voileren; omfloersen; (3) verhelen; verbergen; bedekken; verstoppen; (innig) verborgen houden; geheimhouden; wegstoppen; aan het zicht onttrekken; (4) (een geldsom; fooi; condoleantiegift enz.) onder couvert aanbieden; overhandigen
包装する housousuru (1) verpakken; emballeren; omwikkelen; (2) inpakken; pakken
取り組む torikumu (1) een worsteling aangaan met; ertegenaan gaan; tackelen; aanpakken; bij de hoorns vatten; pakken; [fig.] worstelen; (2) [sportt.] worstelen; kampen; een gevecht beginnen met; in de ring staan tegenover; (3) [hand.] [手形を] trasseren
取る toru (1) nemen; vatten; pakken; grijpen; hanteren; (2) krijgen; ontvangen; winnen; halen; aannemen; aanvaarden; (3) kiezen; uitkiezen; pikken; (4) vragen; aanrekenen; innen; (5) begrijpen; interpreteren; opvatten; (6) wegnemen; verwijderen; weghalen; (7) vangen; oogsten; binnenhalen; (8) afnemen; afpakken; stelen; pikken; (9) vergen; vereisen; (10) boeken; reserveren; vastleggen; (11) innemen; bezetten
受ける ukeru (1) ontvangen; krijgen; verkrijgen; verwerven; (2) aanvaarden; aannemen; accepteren; nemen; (3) pakken; tegenhouden; [een bal] vangen; [een slag] pareren; afwenden; (4) [de telefoon] opnemen; beantwoorden; gehoor geven bij het telefoneren; (5) ondergaan; meemaken; ervaren; [誘惑を] op de proef gesteld worden; [試験を] afleggen; [洗礼を] gedoopt worden; (6) [een verlies] lijden; [een verwonding] oplopen; [een belediging] incasseren; moeten verduren; blootgesteld worden aan; onderworpen worden aan; (7) [lessen] nemen; [een opleiding] volgen; genieten; (8) geloven; geloof hechten aan; aannemen; als waar beschouwen; voor zoete koek slikken; als juist aanvaarden; als zo zijnd aanvaarden; (9) staan; gelegen zijn tegenover; uitzicht geven op; gericht zijn naar [een windstreek;ander referentiepunt]; (10) erven; overerven; [eigenschappen] van zijn (voor)ouders meekrijgen; (11) populair worden; aan populariteit winnen; in de smaak vallen; tot de verbeelding spreken; in trek raken; geliefd worden; in zwang raken; aanslaan
当たる ataru (1) raken; treffen; slaan; botsen tegen; stoten op; [gew.] hitten; itten; (2) [的に〜] raak zijn; doel treffen; aankomen; (3) [光;雨;風が〜] reiken; inwerken; vallen in; invallen; (4) pijn doen aan; deren; schrijnen; [果物は] gekneusd raken; bruine plekken krijgen; (5) [宝くじで〜] prijs hebben; in de prijzen vallen; [ー等に〜] winnen; (6) [予測が〜] uitkomen; kloppen; (7) [批判が〜] terecht zijn; opgaan; (8) [芝居は〜] een succes zijn; (9) [果物が〜] goed vrucht dragen; (10) [ふぐに〜] vergiftigd raken; (11) [敵に〜] het opnemen tegen; ertegenaan gaan; bevechten; (12) [日曜日に〜] vallen op; overeenkomen met; [百円に〜] overeenstemmen met; corresponderen met; [東に〜] liggen; (13) [難局に〜] aanpakken; bij de hoorns vatten; pakken; (14) uithalen naar; tegen; zich afreageren op; (15) [辞書;出典に〜] raadplegen; naslaan; [本人に〜] aftoetsen; (16) [課題が〜] toegewezen; toebedeeld krijgen; belast worden met; op z'n bord krijgen; opdraaien voor; aan bod komen; aan de beurt komen; (17) [任に〜] zich bezighouden met; waarnemen; op zich nemen; (18) [honkb.] vaak hits of homeruns scoren; (19) [mahjong] promoveren; (20) [胡麻を〜] fijnmalen; fijnstampen; vijzelen; (21) [ひげを〜] scheren; (22) [魚が〜] in het aas bijten; aanbijten
手繰る taguru (1) hand over hand halen; hijsen; inhalen; binnenhalen; ophalen; opwinden; haspelen; (2) [sumo] vastgrijpen; vastpakken; grijpen; pakken; (3) [fig.] het spoor volgen van; traceren; nasporen; weer nagaan; ontrafelen
打ち取る uchitoru (1) [sportt.] verslaan; het winnen van; [honkb.] [三振に] (met 3 maal slag) uitgooien; (2) met geweld overvallen; overrompelen; met geweld nemen; zich meester maken van; innemen; veroveren; bemachtigen; (3) gokkend verwerven; (4) vangen; vatten; grijpen; pakken; snappen; verschalken
抱き締める dakishimeru tegen zich aandrukken; aan de borst; aan het hart drukken; omhelzen; omarmen; pakken; omstrengelen; in de armen sluiten; nemen; tegen zich klemmen; omklemmen
抱く daku (1) omarmen; omhelzen; omstrengelen; omvatten; in zijn armen houden; in de armen sluiten; aan het hart; zijn borst drukken; tegen zich aandrukken; aanhouden; tegen zijn borst klemmen; [m.b.t. vogels] broeden; [i.c.m. 卵を] bebroeden; (2) koesteren; [fig.] omhelzen; [fig.] omarmen; (3) [euf.] omhelzen; omgang; gemeenschap hebben; vrijen; kroelen; nemen; pakken
押さえる osaeru (1) onderdrukken; naar beneden drukken; (2) beheersen; bedwingen; (met overmacht) in bedwang houden; eronder houden; (3) tegenhouden; voorkomen; terughouden; (4) arresteren; gevangennemen; in hechtenis nemen; aanhouden; in zijn kraag grijpen; (5) [de oren] dichtstoppen; [met de handen de ogen] bedekken; verbergen; [met de handen het hoofd] vasthouden; [de hand voor de mond] houden; (6) [waar men recht op heeft;een deel van het loon etc.] achterhouden; terughouden; niet geven; onthouden; (7) beslag leggen op [goederen;eigendom;documenten etc.]; gerechtelijk in beslag nemen; confisqueren; (8) grijpen; pakken; nemen; in zijn klauwen krijgen; (9) een voorzichtige raming doen; een voorzichtige schatting maken; behoedzaam begroten; (10) plafonneren; niet hoger laten oplopen dan; [de prijzen] drukken; binnen een bepaalde limiet houden; onder een bepaalde limiet houden
捕まえる tsukamaeru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; beetnemen; beetkrijgen; [fig.] in de wacht slepen; (2) staande houden; aanklampen; aanschieten; enteren; praaien; bij de lurven grijpen; pakken; vatten; bij de kladden grijpen; bij zijn vodden pakken; (3) vangen; te pakken krijgen; snappen; gevangennemen; in de kraag vatten; grijpen; [i.h.b.] aanhouden; oppakken; opvangen; inrekenen; arresteren
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
捕捉する hosokusuru (1) grijpen; vangen; vatten; pakken; oppakken; gevangennemen; [れーだーで] opvangen; detecteren; (2) begrijpen; bevatten; snappen; vatten; verstaan
bu pakken; vangen; grijpen
ho (a) pakken; vangen; grijpen; (b) [honkb.] vanger; catcher
採る toru (1) [een bep. houding;allure enz.] aannemen; [m.b.t. idee] overnemen; adopteren; invoeren; [fig.] zich aanmeten; (2) [m.b.t. technieken;methoden;personeel] aannemen; gebruiken; toepassen; honoreren; gebruik maken van; [fig.] zijn toevlucht nemen tot; [een bep. beleid;politiek enz.] voeren; [maatregelen e.d.] nemen; in dienst nemen; aanwerven; engageren; inhuren; (3) opteren (voor); verkiezen (boven); prefereren; (eruit) pikken; pakken; kiezen
掴む;攫む;抓む;握む tsukamu (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; aanvatten; vatten; beetpakken; beetgrijpen; graaien; [in uitdr.] zich vastklampen (aan); (2) vatten; [m.b.t. clou;pointe enz.] snappen; begrijpen; [de slag van iets enz.] te pakken krijgen; [機会を] aangrijpen; grijpen; bij de haren grijpen; waarnemen; [m.b.t. bewijs enz.] de hand leggen op; bemachtigen; [de waarheid enz.] achterhalen; [iems. hart enz.] winnen
握る nigiru (1) grijpen; vastgrijpen; pakken; vastpakken; aanpakken; vatten; aanvatten; aangrijpen; beetpakken; beetgrijpen; in de hand klemmen; ter hand nemen; (2) verwerven; de hand leggen op; bemachtigen; in handen nemen; verkrijgen; komen aan; te pakken krijgen; winnen; in het bezit komen van; naar zich toe halen; (3) [握り飯;握鮨を] maken; kneden
染みる;沁みる;浸みる shimiru (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; scherp zijn; bijten; prikken; pieken; snerpen; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に〜] gestijfd worden in; onder invloed komen van; (5) [身に〜] in gedachten verzinken
染む shimu (1) doordringen; doortrekken; doordrenken; (2) [m.b.t. wind;kou] steken; bijten; prikken; pijn doen; (3) indruk maken op; ontroeren; treffen; pakken; aangrijpen; (4) [悪習に] gestijfd worden in; onder invloed komen van
梱包する konpousuru verpakken; pakken; emballeren; inpakken
検挙する kenkyosuru arresteren; aanhouden; inrekenen; snappen; oppakken; pakken; [ー斉に] oprollen
荷造りする nizukurisuru pakken; inpakken; verpakken (in balen; kratten; kisten enz.)
逮捕する taihosuru arresteren; aanhouden; in hechtenis; arrest nemen; gevangennemen; oppakken; inrekenen; in de kraag vatten; pakken; grijpen; [inform.] klissen; [Barg.] pekaan maken; [Barg.] schaken
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 9 treffers, warandict: 31 treffers (zoekopdracht: 'pakken'). 
2005-2026