日蘭辭典+

13 resultaten voor ‘team’
日蘭辭典 (trefwoord)
senshu選手
zn. kampioen (一人); uitgezochte ploeg (チーム) v.
SUPPLEMENT (trefwoord)
chiimuチーム
(チーム、ティーム) zn. team o.; ploeg v.; een groep mensen die samenwerken of samenspelen.
haisha敗者
zn. verliezer (de). ¶ 敗者たちも「賞」を受けたのです。つまり、勝ったチームにたたきのめされたのでした。 Haishatachi mo ‘shō’ wo uketa no desu. Tsumari, katta chīmu ni tatakinomesareta no deshita. De verliezers ontvingen ook een ‘prijs’. Ze werden namelijk verslagen door het winnende team. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <team>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
サイド saido (1) kant; zijde; zij; (2) [sportt.] ploeg; team; (3) bij-; neven-
チーム chiimu (1) team; ploeg; equipe; [野球の] negental; [さっかーの] elftal; [らぐびーの] vijftiental; (2) [maatwoord voor teams;ploegen]
一手 hitote (1) [~に] alleen; solo; in z'n eentje; zonder hulp; (2) [go;shōgi] één partij; spelletje; (3) [muz.] één dans; nummer; stuk; (4) één hand; (5) [mil.] één compagnie; team; colonne; (6) [kyūdō] haya- en otoya-pijlen
共同 kyoudou (1) coöperatie; samenwerking; unie; combinatie; team; associatie; (2) Kyodo News [Japans persbureau]
団員 danin lid van een groep; team; ploeg; groepslid; teamlid; ploeglid; ploegmaat; equipier
han (1) groep; ploeg; team; (2) [mil.] korps; sectie; afdeling; brigade; (3) [maatwoord voor groepen]; (a) verdelen; (b) groep; (c) rang; positie
番い tsugai (1) paar; stel; koppel; span; (2) groep; ploeg; troep; ensemble; team; toom; (3) partner; wederhelft; (4) ploegendienst; shift; (5) verbinding; verbindingsstuk; voeg; (6) gewricht; geleding; scharnier; (7) moment; gelegenheid; (8) [maatwoord voor groepen;ploegen]
kumi (1) klas (in een school); (2) gezelschap; groep; ploeg; team; bende; (3) set; paar; pak; assortiment; (4) (in de boekdrukkunst) het letterzetten; (5) [maatwoord voor klassen;groepen]
gun (1) leger; legermacht; gewapende macht; landmacht; troepen; troepenmacht; (2) oorlog; krijg; veldslag; strijd; (3) militaire autoriteiten; militaire overheid; militaire apparaat; landsverdediging; defensie; (4) (sport)ploeg; team; equipe; groep sportlieden; groep spelers
jin (1) [mil.] gelid; gelederen; rijen; formatie; legerformatie; gevechtsformatie; slagorde; opstelling; gevechtsopstelling; (2) [mil.] stelling; positie; terrein; kamp; kampement; (3) [mil.] slag; veldslag; oorlog; [arch.] krijg; (4) keizerlijk wachthuis; (5) tribune voor hofedelen; (6) toegang voor de clerus; (7) -korps; -groep; (a) [mil.] opstelling; formatie; (b) [mil.] legerplaats; legerkamp; kamp; (c) [mil.] slag; veldslag; veldtocht; campagne; (d) vlaag; aanval; (e) groep; korps; staf; equipe; ploeg; team; leden
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.4 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'team'). 
2005-2026