
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
assatsusuru・壓殺する
(圧殺する) t.w. verpletteren.
asshisuru・壓死する
(圧死する) i.w. verpletterd worden; doodgedrukt worden.
kuzusu・崩す
t.w. (1) [破壞する] vernielen; verwoesten; verpletteren. (2) [簡略] vereenvoudigen. (3) [兩替] klein maken; wisselen. ¶ 家を崩す een huis omverhalen. ¶ 百圓札を崩す honderd yen wisselen. ¶ 字を崩す karakter in eenvoudiger vorm schrijven. ¶ 行を崩す zich losbandig gedragen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verpletteren>
圧倒する attōsuru overstelpen; overweldigen; overdonderen; overmannen; overmeesteren; overstemmen; overbluffen; overtreffen; [fig.] verpletteren; [sportt.] overrulen
崩す kuzusu (1) vernielen; volledig stuk maken; vernietigen; verwoesten; verpletteren; destrueren; (2) fijnmalen; verpulveren; verbrokkelen; in kleine stukjes breken; (3) (een bankbiljet) wisselen in kleingeld; (4) (een letterteken; een karakter; etc.) vereenvoudigen; (5) verstoren; in de war brengen; de rust verbreken; (6) de prijs verlagen
押し潰す oshitsubusu (1) in elkaar drukken; indrukken; pletten; fijnstampen; vermorzelen; verpletteren; platdrukken; platduwen; platpersen; (2) onderdrukken; de kop indrukken
捻り潰す hineritsubusu (1) tussen z'n vingers pletten; platdrukken; (2) [fig.] verpletteren; vermorzelen; vernietigen
撃破する gekihasuru [敵を] verslaan; overwinnen; kloppen; een nederlaag toebrengen; verpletteren; vernietigen; in de pan hakken; kapotmaken; breken
潰す tsubusu (1) pletten; platdrukken; verpletteren; vermorzelen; te pletter drukken; in elkaar drukken; stampen; fijnstampen; fijnmaken; prakken; [m.b.t. puistje] uitknijpen; (2) verspillen; vergooien; verkwanselen; versjacheren; verkwisten; dissiperen; [i.h.b.] verbrassen; [i.h.b.] opsouperen; doorjagen; [inform.] doordraaien; (3) ruïneren; [inform.] reneweren; te gronde richten; [fig.] knakken; [inform.] opdoeken; [i.h.b.] failliet doen gaan; [fig.] de deuren sluiten; (4) [時間を] doden; korten; verdrijven; passeren; (nutteloos) besteden; verdoen; verbeuzelen; (5) [m.b.t. (pluim)vee] slachten; (6) [m.b.t. plannen] doen mislukken; verijdelen; afschieten; (7) [声;喉を] hees doen worden; kapotmaken; verliezen; (8) omsmelten; afbreken; weer tot grondstof maken; (9) in verlegenheid brengen; compromitteren; [顔を] gezichtsverlies doen lijden; met rode kaken doen staan; (10) van streek brengen; (11) [m.b.t. gaatjes] opvullen; vullen; dichten; dichtmaken; (12) tot verslijtens toe …
粉砕する funsaisuru (1) fijnstampen; tot poeder stampen; fijnmalen; verbrijzelen; vergruizen; verpulveren; verpoederen; pulveriseren; versplinteren; aan diggelen gooien; aan gruzelementen slaan; tot gruis slaan; (2) [fig.] vernietigen; in de pan hakken; aan mootjes hakken; niets heel laten van; vermorzelen; verpletteren; een verpletterende nederlaag toebrengen; drastisch verslaan
言い込める īkomeru onder de tafel praten; overdonderen; tot zwijgen brengen; verpletteren
踏み潰す fumitsubusu (1) plattrappen; plattreden; platlopen; onder de voet treden; stuktrappen; vertrappen; vertrappelen; vertreden; neertrappen; aftrappen; (2) [敵を] onder de voet lopen; verpletteren; vernietigen; (3) [面目を] vertreden; met voeten treden; door het slijk halen; krenken; aantasten; aanranden
Tijd: 1.07 sec. jiten.nl: 3 treffers, warandict: 9 treffers (zoekopdracht: 'verpletteren').
2005-2026
