日蘭辭典+

10 resultaten voor ‘vereenvoudigen’
日蘭辭典 (trefwoord)
kamikudaku噛碎く
(噛み砕く) t.w. fijnkauwen.
kuzusu崩す
t.w. (1) [破壞する] vernielen; verwoesten; verpletteren. (2) [簡略] vereenvoudigen. (3) [兩替] klein maken; wisselen. ¶ を崩す een huis omverhalen. ¶ 百圓札を崩す honderd yen wisselen. ¶ を崩す karakter in eenvoudiger vorm schrijven. ¶ 行を崩す zich losbandig gedragen.
hiratai平たい
bn. vlak; plat; horizontaal. ¶ 平たく言へば ronduit gezegd. ¶ 平たくする plat maken; vlak maken; gelijk maken; effenen; vereenvoudigen (簡單にする).
yōi容易

zn. gemak o.; eenvoud m. ¶ 容易な gemakkelijk; eenvoudig. ¶ 容易ならぬ lastig; bezwaarlijk; ernstig; moeilijk. ¶ 容易ならしむ vereenvoudigen; vergemakkelijken.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <vereenvoudigen>
削ぐ sogu (1) afpunten; punten; toppen; aftoppen; tippen; trimmen; aftippen; afknippen; bijknippen; afkappen; afsnijden; besnoeien; inkorten; [耳;鼻を] couperen; (2) [ゴボウを] schuins raspen; (3) [竹を] puntig maken; aanpunten; scherpen; spitsen; (4) [興を] temperen; drukken; bederven; vergallen; doen bekoelen; afzwakken; afstompen; smoren; [意欲を] benemen; [期待を] een domper zetten op; [気勢を] ontmoedigen; neerdrukken; (5) afkorten; bekorten; vereenvoudigen; (6) scherpen; scherp van lijn worden; (7) afwijken; afdwalen; ontaarden
崩す kuzusu (1) vernielen; volledig stuk maken; vernietigen; verwoesten; verpletteren; destrueren; (2) fijnmalen; verpulveren; verbrokkelen; in kleine stukjes breken; (3) (een bankbiljet) wisselen in kleingeld; (4) (een letterteken; een karakter; etc.) vereenvoudigen; (5) verstoren; in de war brengen; de rust verbreken; (6) de prijs verlagen
略す ryakusu (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
略する ryakusuru (1) afkorten; inkorten; verkorten; bekorten; abbreviëren; vereenvoudigen; (2) achterwege laten; weglaten; laten; laten vallen; overslaan; afzien van; omitteren
簡単にする kantannisuru vereenvoudigen; het simpel maken; vergemakkelijken; beknopt maken; bekorten; verkorten
約す yakusu (1) samenbinden; bundelen; aanhalen; (2) weglaten; achterwege laten; uitlaten; overslaan; laten vallen; (3) afspreken; overeenkomen; een afspraak; contract aangaan; een overeenkomst sluiten; zich verbinden; (4) besparen; bezuinigen; beperken; reduceren; bekorten; afkorten; vereenvoudigen; verkorten; (5) [wisk.] herleiden; reduceren
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.57 sec. jiten.nl: 4 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'vereenvoudigen'). 
2005-2026