日蘭辭典+

27 resultaten voor ‘verscheiden’
日蘭辭典 (trefwoord)
chōsei長逝
zn. overlijden o.; verscheiden o. ¶ 長逝する overlijden; verscheiden.
zatta no雜多の

(雑多の) bn. divers; verscheiden; allerlei.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verscheiden>
七種 nanakusa (1) zeven soorten; variëteiten; types; (2) allerlei; velerlei; verscheiden; verschillend; veelsoortig; (3) zeven voorjaarskruiden; (4) zeven najaarsbloemen; (5) zevenkruiden-festival (op de 7e dag van de 1e maand)
亡くなる nakunaru overlijden; sterven; blijven; [veroud.] aflijvig worden; doodgaan; heengaan; eraan gaan; [euf.] overgaan; ontvallen; ontslapen; het leven laten; [i.h.b.] sneuvelen; [fig.;euf.] insluimeren; [fig.;euf.] inslapen; [arch.] verscheiden; [uitdr.] ad patres gaan; [uitdr.] tol aan de natuur betalen; [volkst.] peigeren; [scherts.] het laten afweten; [Barg.;uitdr.] poep zeggen
区々の machimachino allerlei; allerhande; verscheiden; uiteenlopend; verschillend; divers
区々 kuku (1) gering; klein; weinig; (2) pietluttig; pietepeuterig; teuterig; moeilijk; precies; (3) divers; verschillend; bont; uiteenlopend; verscheiden; ongelijksoortig; gevarieerd; (4) wijs; verstandig
区々 machimachi divers; verschillend; uiteenlopend; verscheiden; divergent; gevarieerd
多種多様 tashutayō gevarieerd; veelsoortig; uiteenlopend; verschillend; allerlei; divers; veelzijdig; verscheiden
崩御 hōgyo [天皇;皇后;皇太后;太皇太后;上皇;法皇;帝王の] overlijden; dood; verscheiden
様々;様様 samazama verschillend; uiteenlopend; divers; verscheiden; onderscheiden; bont; variatie vertonend; afwisseling vertonend; geschakeerd; veelsoortig; afwisselend; gevarieerd; velerlei; velerhande; menigerlei; menigvuldig; allerlei; allerhande; van alles; van allerlei aard; van allerlei slag
様々な samazamana verschillend; uiteenlopend; divers; verscheiden; onderscheiden; bont; geschakeerd; veelsoortig; afwisselend; gevarieerd; velerlei; velerhande; menigerlei; menigvuldig; allerlei; allerhande
死ぬ shinu (1) sterven; doodgaan; overlijden; [euf.] heengaan; [fig.;euf.] inslapen; [euf.] ontslapen; [form.] expireren; [arch.] verscheiden; [i.h.b.] omkomen; vergaan; [euf.] het leven laten; [uitdr.] de wereld verlaten; [i.h.b.] de dood vinden; [i.h.b.] om het leven komen; [inform.] kapotgaan; [inform.] opkrassen; [vulg.] verrekken; [m.b.t. dieren;volkst.] creperen; [m.b.t. dieren;volkst.] peigeren; [uitdr.;euf.] uit dit leven scheiden; [uitdr.;euf.] de geest geven; [uitdr.;euf.] de laatste adem(tocht) uitblazen; [uitdr.;euf.] de doodssnik geven; [uitdr.;euf.] de laatste snik geven; [uitdr.;euf.] tot een beter leven overgaan; [uitdr.] de grote reis aanvaarden; [uitdr.] ad patres gaan; [uitdr.] de weg van alle vlees gaan; [uitdr.] de eeuwigheid in gaan; [uitdr.] voor Gods rechterstoel verschijnen; [uitdr.;euf.] het (moede) hoofd neerleggen; [uitdr.] het tijdelijke met het eeuwige verwisselen; [uitdr.;euf.] naar betere oorden verhuizen; [uitdr.] het hoekje omgaan; [uitdr.] de pijp uitgaan; [uitdr.] er geweest zijn; [uitdr.] het loodje leggen; [uitdr.] de ogen sluiten; [uitdr.] de pijp aan Maarten geven; [uitdr.] om zeep gaan; [uitdr.] naar de barbiesjes gaan; [uitdr.] de kraaienmars blazen; [uitdr.] zijn poeperd dichtknijpen; [uitdr.] het afleggen; [uitdr.] het leven afleggen; [uitdr.] de doodschuld afleggen; [uitdr.] 'm piepen; [uitdr.] zijn hachje erbij inschieten; [Barg.] kassiewijle gaan; [Barg.] het afpikken; (2) levendigheid; glans verliezen; futloos; lusteloos; doods worden; onbezield raken; zielloos worden; [fig.] wegsterven; (3) verspild worden; nutteloos besteed worden; verdaan worden; onbenut blijven; ongebruikt blijven; (4) [go-jargon] geslagen worden; (5) [honkbaljargon] van het veld af gespeeld worden; "uit" geslagen worden; uitgetikt worden
死亡 shibō dood; overlijden; [arch.] verscheiden; [euf.] heengaan; [attr.] thanato-
死亡する shibōsuru sterven; doodgaan; overlijden; afsterven; [arch.] verscheiden; [euf.] heengaan; [i.h.b.] omkomen
死去する shikyosuru sterven; overlijden; [euf.] heengaan; doodgaan; [arch.] verscheiden
異なった kotonatta verschillend; ander; afwijkend; apart; uiteenlopend; verscheiden; divers; divergent
種々の shujuno gevarieerd; divers; uiteenlopend; verschillend; verscheiden; allerlei; velerlei; allerhande; velerhande; van allerlei slag; soorten; veelsoortig; onderscheiden
罷る makaru (1) uit de hoofdstad naar de provincie vertrekken; (2) zich verwijderen; zich weg begeven; (3) [hum.] heengaan; weggaan; uit het leven scheiden; [arch.] verscheiden; (4) [hum.] gaan; komen; (5) [voorvoegsel dat nederigheid;beleefdheidsvorm uitdrukt]; (6) [intensiverend voorvoegsel]
色々;色色 iroiro (1) allerlei; velerlei; verscheiden; verschillend; veelsoortig; (2) op allerlei wijzen; op verschillende manieren
色々な iroirona allerlei; velerlei; verscheiden; verschillend; veelsoortig
行く;往く;逝く yuku (1) gaan; zich bewegen naar; zich begeven; stevenen; koersen; koers zetten; aangaan op; tijgen; varen; treden; trekken; [m.b.t. wegen] leiden; voeren; (2) komen; aankomen; arriveren; bereiken; bezoeken; aandoen; langskomen; (3) langsgaan; passeren; voorbijgaan; vlieden; vervlieden; verstrijken; verlopen; langskomen; langstrekken; voorbijlopen; wegstromen; vlieten; overwaaien; verdwijnen; (4) heengaan; sterven; verscheiden; verlaten; vertrekken; weggaan; afreizen; afvaren; (5) [als bruid;schoonzoon;adoptiekind enz.] toetreden tot haar; zijn nieuwe familie; (6) genoegen vinden; tevreden zijn; vergenoegd zijn; (7) vooruitgaan; vorderen; voortgaan; opschieten; gedaan worden; uitgevoerd worden; toegepast worden; vallen; uitvallen; uitpakken; aflopen; (8) ontstaan; opleveren; resulteren in; brengen; (9) komen; klaarkomen; [volkst.] aan zijn gerief komen; een orgasme krijgen; afgaan; [volkst.;m.b.t. mannen] schieten; (10) blijven ~ [drukt voortduring;voortgang van een handeling of toestand uit]
逝去 seikyo dood; overlijden; verscheiden
過ぎ去る sugisaru (1) voorbijgaan; voorbijlopen; passeren; (2) verstrijken; omgaan; omlopen; aflopen; (3) heengaan; sterven; overlijden; omkomen; [arch.] verscheiden
違った chigatta (1) ander; verschillend; afwijkend; (2) divers; onderscheiden; uiteenlopend; verscheiden
zatsu (1) gevarieerd; divers; allerlei; verscheiden; gemengd; uiteenlopend; verschillend; (2) slordig; slonzig; onzorgvuldig gedaan; slecht uitgevoerd; gemaakt; nonchalant; (3) wanordelijk; ordeloos; rommelig; onordelijk; chaotisch
雑な zatsuna (1) gevarieerd; divers; allerlei; verscheiden; gemengd; uiteenlopend; verschillend; (2) slordig; slonzig; onzorgvuldig gedaan; slecht uitgevoerd; gemaakt; nonchalant; (3) wanordelijk; ordeloos; rommelig; onordelijk; chaotisch
雑多な zattana gemengd; verscheiden; gevarieerd; divers; allerlei; verschillend; veelsoortig; uiteenlopend; geschakeerd; bont
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.46 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 25 treffers (zoekopdracht: 'verscheiden'). 
2005-2026