
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
SUPPLEMENT (trefwoord)
watakushi‚ watashi‚ atashi・私
vnw. (1) ik; mijzelf. ¶ 私の mijn. ¶ 私のもの van mij. ¶ 私に [voor, aan, bij, etc.] mij. (2) privé; persoonlijk; partijdig; zelfzuchtig.
※ N.B. De omschrijving die van de Stadt geeft voor 私 watakushi is opvallend onvolledig, ook de context van de jaren 1920 in aanmerking genomen. 私 is een van de woorden die in het Japans gebruikt worden op een manier die aardig overeenkomt met ons persoonlijk voornaamwoord ‘ik’. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld 僕 boku, 俺 ore, こちら kochira. Keuze van een van deze woorden hangt af van de situatie en vooral het beleefdheidsniveau.
※ N.B. De omschrijving die van de Stadt geeft voor 私 watakushi is opvallend onvolledig, ook de context van de jaren 1920 in aanmerking genomen. 私 is een van de woorden die in het Japans gebruikt worden op een manier die aardig overeenkomt met ons persoonlijk voornaamwoord ‘ik’. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld 僕 boku, 俺 ore, こちら kochira. Keuze van een van deze woorden hangt af van de situatie en vooral het beleefdheidsniveau.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zelfzuchtig>
がりがり garigari (1) [~かみくだく] knappend; knapperend; knabbelend; [~削り取る] raspig; rasperig; schrapend; schurend; [~掻く] schartend; (2) [~勉強する] in zichzelf verzonken; ingespannen; (3) knapperig; crunchy; hard; (4) zeer mager; broodmager; mager tot op het bot; zo mager als een hout; sprinkhaan; lat; vel over been; uitgemergeld; schriel; spichtig; spillig; dun als een spriet; (5) zelfzuchtig; baatzuchtig; eigenbatig
利己的 rikoteki zelfzuchtig; egoïstisch; baatzuchtig
勝手 katte (1) keuken; (2) toestand waarin iem. verkeert; iems. omstandigheden; (3) gemak; gelegenheid; comfort; gerief; gerieflijkheid; voordeel; [i.h.b.] eigenbelang; (4) plaatselijke gesteldheid; lokale omstandigheden; inrichting; (5) zelfzuchtig; egoïstisch; eigengerechtig; solistisch; eigengereid
得手勝手な etekattena zelfzuchtig; egoïstisch
我儘;我が儘 wagamama z'n eigen zin; zelfzucht; eigenzinnigheid; eigenzinnig; eigenwillig; zelfzuchtig; eigengereid; eigendunkelijk; nukkig; verwend; egoïstisch
我利我利 garigari (1) [~勉強する] in zichzelf verzonken; ingespannen; (2) zelfzuchtig; baatzuchtig; eigenbatig
我田引水の gaden'insuino zelfzuchtig; egoïstisch; baatzuchtig; baatzoekend; egocentrisch
気儘 kimama (1) zwarte kap die het gehele gezicht bedekt behalve de ogen; (2) eigenzinnig; eigenwillig; eigengereid; solistisch; eigendunkelijk; eigenmachtig; eigenwijs; zelfzuchtig; egoïstisch
現金 genkin (1) contant geld; baar geld; contanten; cash; klinkende munt; gerede betaling; specie; (2) baatzuchtig; zelfzuchtig; berekenend; uit berekening handelend
自己中心的 jikochūshinteki egocentrisch; ik-gericht; zelfzuchtig; ik-zuchtig; egoïstisch; op zichzelf geconcentreerd; altijd met zichzelf bezig
Tijd: 1. sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 10 treffers (zoekopdracht: 'zelfzuchtig').
2005-2026
