RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volgen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
フォローする fuxoroosuru (1) volgen; nagaan; bijhouden; [Belg.N.] opvolgen; (2) meegaan; meelopen; (3) bijspringen; bijstaan; aanvullen; achteraf verbeteren; vergoeilijken
付いて行く tsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
付く;附く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen;litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen;gewoonte;naam;idee enz.] krijgen; [energie;kennis;ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact;connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen;infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper;duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [ばたー;くりーむ;じゃむを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;こめんと;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
伴する tomosuru begeleiden; vergezellen; volgen
修める osameru (1) studeren; oefenen; aanleren; zich eigen maken; zich bezighouden met; volgen; (2) bijwerken; bijschaven; schaven aan; beschaven; vervolmaken; ontwikkelen; vormen; cultiveren; (3) repareren; herstellen; corrigeren; verbeteren; beteren
向 kou (a) zich wenden; een kant opgaan; (b) intentie; streven; (c) volgen; (d) richting
尾ける tsukeru schaduwen; (op korte afstand) volgen; achtervolgen; achternazitten; nazitten; najagen
尾行する bikousuru schaduwen; (op korte afstand) volgen; in het oog houden
属 zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
引き続く hikitsuzuku (1) blijven duren; voortduren; aanhouden; niet ophouden; continueren; altijd maar doorgaan; (2) volgen; aansluitend gebeuren; naderhand komen; erna plaatsvinden
後ろから付いて行く ushirokaratsuiteiku volgen; achternagaan; achternalopen
従う shitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
従 shou (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; navolgen; (c) kalm; beheerst; (d) verticaal; noord-zuid
従 juu (1) nevenbelang; bijbelang; bijzaak; bijkomstigheid; zaak van bijkomend; ondergeschikt; secundair belang; (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; opvolgen; (c) werkzaam zijn bij; meewerken aan; (d) [markeert een beginpunt;passagepunt]; (e) bloedverwant in de derde of verdere graad
慕う shitau (1) verlangen naar; hunkeren naar; uitzien naar; missen; (2) innig houden van; liefhebben; beminnen; graag mogen; (3) aanbidden; bewonderen; adoreren; vereren; op handen dragen; (4) volgen
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
服す fukusu (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
服する fukusuru (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
次 ji (1) [veroud.] volgorde; rangorde; (2) volgend; eerstvolgend; eerstkomend; aanstaand; naast; (3) [chem.] [= duidt aan dat het oxidatiegetal substandaard is]; (4) [maatwoord voor frequentie;aantal keren;volgorde;rangorde;graad]; (a) volgen; volgend; tweede; (b) volgorde; rangorde; (c) onderweg; halverwege; (d) aantal keren; frequentie; (e) verblijven; verblijfplaats; (f) sterrenbeeld; constellatie
汲む kumu (1) (water uit een put; een bron) putten; (water uit een put; een bron) scheppen; opscheppen; ophalen; (met een lepel; een spaan; etc.) uitlepelen; lepelen; oppompen; pompen; leegpompen; [酒;茶を] schenken; (2) (iemands gevoelens; denkwijze; redenering; etc.) begrijpen; snappen; meevoelen; sympathie hebben voor; zich in de gevoelens van een ander inleven; (iemand) volgen; iets in aanmerking nemen
沿う sou (1) parallel lopen met; lopen langs; langs de rand gaan van; (2) volgen; in overeenstemming zijn met; overeenkomen met; in overeenkomst zijn met; sporen met; op één lijn zijn met; doen; zijn volgens ~
準じる;准じる junjiru (1) volgen; zich richten naar; zich conformeren aan; corresponderen met; beantwoorden aan; overeenstemmen met; evenwaardig zijn met; neerkomen op; vrijwel gelijkstaan met; (2) evenredig zijn aan; in evenredigheid zijn met; (3) op een vergelijkbare manier behandeld worden als; [inform.] navenant bejegend worden
準ずる junzuru (1) volgen; naleven; zich conformeren aan; zich voegen naar; zich schikken naar; de hand houden aan; (2) overeenstemmen met; zich verhouden tot
準拠する junkyosuru volgen; gebaseerd zijn op; zich conformeren aan; conform zijn; overeenkomen met; zich richten naar; zich schikken naar; zich voegen naar
目に留める menitomeru in het oog houden; volgen; gadeslaan; een wakend oog houden op
真似る maneru imiteren; nabootsen; nadoen; na-apen; namaken; nabauwen; simuleren; [een voorbeeld e.d.] navolgen; volgen
襲用する shuuyousuru overnemen; volgen
跡を付ける;後を付ける atowotsukeru (1) sporen achterlaten; z'n stappen afdrukken; [jachtt.] spoor maken; (2) volgen; achtervolgen; achternazitten; schaduwen; (3) [Jap.gesch.] als volgende klant een meisje uit Fukagawa 深川; de clandestiene rosse buurt van Edo; engageren
跡を追う atowoou (1) volgen; in de buurt blijven van; achtervolgen; schaduwen; nalopen; nazetten; (2) iemand in de dood volgen; snel na iemand overlijden; (3) iemands voorbeeld navolgen; volgen; in iemands voetsporen; voetstappen treden
踏む fumu (1) trappen (op); treden (in); de voet zetten op; betreden; begaan; bewandelen; (2) doorlopen [van procedure enz.]; volgen; (3) schatten; ramen; taxeren (op); begroten (op); waarderen (op); appreciëren; rekenen; verwachten
踏襲する toushuusuru voortzetten; overnemen; navolgen; volgen
辿る tadoru (1) volgen; (2) nagaan; napluizen; natrekken; traceren; (3) terugvoeren tot
追い掛ける oikakeru achtervolgen; volgen; achternalopen; achternazitten; achternazetten; nalopen; de achtervolging inzetten; nazetten; narennen
追従する tsuijuusuru volgen; navolgen; nadoen; imiteren
追求する tsuikyuusuru zoeken; streven naar; nastreven; najagen; proberen te bereiken; achternazitten; heen zitten achter; achternalopen; volgen; achtervolgen; jacht maken op; proberen te pakken te krijgen; uit zijn op; zijn zinnen gezet hebben op; [fig.] vlassen op
追跡する tsuisekisuru (1) achtervolgen; achternazitten; achternazetten; nazitten; najagen; jacht maken op; op de hielen zitten; (2) volgen; nagaan; nasporen; traceren; opsporen
追随する tsuizuisuru (1) volgen; (2) navolgen; imiteren
音楽を習う ongakuwonarau muziekles nemen; volgen; naar muziekles gaan