日蘭辭典+

66 resultaten voor ‘volgen’
日蘭辭典 (trefwoord)
shitagau從ふ
(従う) i.w. (1) [降服] gehoorzamen. t.w. (2) [追隨] volgen; i.w. meegaan met. t.w.(3) [隨行] vergezellen. (4) [從事] uitoefenen. ¶ 規則に從ふ voorschriften opvolgen; zich houden aan de regels. ¶ 大勢に從ふ met zijn tijd meegaan. ¶ 硏究從ふ onderzoek houden. ¶ の説に從へば volgens uwe meening. ¶ 決定に從ひます ik onderwerp me aan uwe beslissing.
arikitari在來
(在り来たり) zn. gebruik o.; gewoonte v.; graditie; traditioneel. ¶ 在來の例を倣う de traditie volgen.
ato
(痕) zn. spoor o.; voetstap m.; afdruk m.; overblijfsel o. ¶ 指の跡 vingerafdruk. ¶ 血の痕 bloedvlek. ¶ 傷の痕 litteeken. ¶ 跡をつける spoor volgen. ¶ 後をつけられる gevolgd worden. ¶ 古代文明の跡 overblijfselen eener oude beschaving. ¶ 跡を暗まして逃げる vluchten zonder een spoor achter te laten. ¶ 跡を失ふ het spoor bijster worden. ato (後) も見よ.
tsuite就いて
(ついて) vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿って] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十 vijftig sen per kin. ¶ について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.
michi道、路
zn. (1) [道路] weg m. (2) [方法] middel o.; uitweg m.; methode v. (3) [道程] afstand m. (4) [道德] zedelijk beginsel o.; de rechte weg. ¶ 道で onderweg. ¶ に途がない geen andere keuze hebben; er niets anders op weten. ¶ 道に從ふ het rechte pad volgen; de deugd betrachten. ¶ 道を教へる den weg wijzen. ¶ 途を拓く een weg banen. ¶ 其の道の者 een man van het vak; een deskundige; een specialiteit. ¶ 道ならぬ onzedelijk. ¶ 道案内 gids. ¶ 路傍に langs den weg.
tsuizui suru追隨する
i.w. op de hielen volgen; vlak achter lopen.
kimama氣儘
(気まま, 気儘) zn. eigenzinnigheid v.; zelfzucht v. ¶ 氣儘な eigenzinnig; zelfzuchtig. ¶ 氣儘にする precies doen, wat men zelf wil; alleen met eigen inzicht rekening houden; zijn eigen zin volgen.
chōryū潮流
zn. getijstroom m.; stroom m.; (風潮) geest des tijds; mode v. ¶ の潮流に從ふ den geest des tijds volgen; met de mode meedoen.
fūchō風潮
zn. geest des tijds; mode v.; neiging (傾向) v. ¶ 風潮に隨ふ met den geest des tijds meegaan; de mode volgen.
zuijū隨從

(随従) zn. gevolg o. ¶ 隨從する tot het gevolg behooren; volgen.

zuihan隨伴

(随伴) zn. begeleiding v. ¶ 隨伴する vergezellen; begeleiden; in het gevolg zijn; volgen. ¶ 隨伴者 volgeling; gevolg. ¶ 隨伴音 zweving.

zokushutsu suru續出する

(続出する) i.w. na elkaar verschijnen; op elkaar volgen.

zokuhatsu續發

(続発) zn. opeenvolging v. ¶ 續發する op elkaar volgen; na elkaar gebeuren. ¶ 續發性の secundair.

zokkō續航

(続航) zn. voortgezette koers m. ¶ 續航する koers blijven volgen.

yuku行く

i.w. (1) [赴く] gaan; zich begeven naar. (2) [逝く] sterven. (3) [步く] wandelen; loopen. ¶ 外國に行く naar het buitenland gaan. ¶ 行け ga weg! ¶ と一緒に行く vergezellen; meegaan met. ¶ 本通を行く de hoofdstraat volgen. ¶ 同じ道を行く denzelfden weg gaan.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

tsuzuku續く

(続く) i.w. voortduren; voortgezet worden; (後に續く) volgen; erna komen; bn. voortdurend; voortgezet. ¶ 本日より續いて van nu af aan; in ’t vervolg. ¶ 續いて voortdurend; achtereenvolgens.

tsunagari繫がり

zn. relatie v. ¶ 繫がる op de voeten volgen (續く); (結ばる) verbonden zijn; vastzitten aan; hangen aan; (關聯する) in relatie staan met; in betrekking staan tot.

tsukigime no月極の
tsukemawasu附廻す

(付け回す) t.w. op de hielen volgen; naloopen.

tsukenerau附狙ふ

(付け狙う) t.w. loerend volgen; gangen nagaan; beloeren.

tsukeru附ける

(付ける) t.w. (1) [接合] bevestigen; hechten; vastmaken. i.w. (2) [裝ふ] uitrusten. t.w. (3) [尾行] volgen. (4) [値を] bieden. (5) [點火] aansteken. ¶ 身に附ける bij zich hebben. ¶ 鈕を附ける knoop aanzetten. ¶ ペン軸にペンを附ける pen in den penhouder steken. ¶ 帳面に附ける inboeken. ¶ 船を棧橋に著ける een schip langszij van de kade brengen. ¶ 煙草を附ける sigaar aansteken. ¶ 電燈を附ける licht aandraaien. ¶ 名を附ける naam geven, noemen. ¶ 人の後を附ける iemands spoor volgen. ¶ 氣を附ける aandacht vestigen; oppassen. ¶ 子供に財產を附ける kapitaal vastzetten op een kind. ¶ 道を附ける weg maken. ¶ 色を附ける kleuren. ¶ 値を附ける bieden voor.

tsuite就いて

vz. (1) [關して] met betrekking tot; aangaande; wat betreft; omtrent; van; over; voor. (2) [每に] per. (3) [沿うて] langs. (4) [共に] met. ¶ 是に就いて wat dit betreft; hieromtrent. ¶ 一斤について五十錢 vijftig sen per kin. ¶ 川について行く langs de rivier loopen; de rivier volgen. ¶ 兄について行く met zijn broer meegaan.

tsuiseki追跡

zn. vervolging v. ¶ 追跡する vervolgen; nazetteu; het spoor volgen; opsporen.

tsugu次ぐ

i.w. volgen op; de volgende in rang zijn.

tsugi

zn. volgende m., v. & o. ¶ 次の volgend. ¶ 次に vervolgens; ten vervolge; daarna; voorts; in de tweede plaats. ¶ 此次に den volgenden keer. ¶ 次の月曜 aanstaanden maandag. ¶ 次に位する in de tweede plaats komen; volgen op. ¶ 其の次は wat volgt dan?; wat komt hierna? ¶ 次の如し als volgt.

SUPPLEMENT (trefwoord)
shidōsha指導者
zn. (een, de) leider; (een, de) aanvoerder; (een, de) gids; (een, de) mentor; (een, de) coach; ¶ 彼女よりも優れた指導者だ。 Kanojo wa kare yori mo sugureta shidōsha da. Zij is een betere leider dan hij is. (TTC) ¶ 彼らは盲目的に指導者に従った。Karera wa mōmokuteki ni shidōsha ni shitagatta. Ze volgden blindelings hun leider. (TTC)
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <volgen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
フォローする fuxoroosuru (1) volgen; nagaan; bijhouden; [Belg.N.] opvolgen; (2) meegaan; meelopen; (3) bijspringen; bijstaan; aanvullen; achteraf verbeteren; vergoeilijken
付いて行く tsuiteiku (1) volgen; achternalopen; achternagaan; (2) meegaan; meekomen; begeleiden; vergezellen; (3) bijhouden; bijblijven; gelijke tred houden; (4) [fig.] meegaan met; bijvallen; het eens zijn met; akkoord gaan met; zich aansluiten bij; [Belg.N.] bijtreden
付く;附く tsuku (1) plakken; (eraan) (vast)zitten; (eraan) (vast)hangen; steken (op); kleven (aan); aansluiten op; zich vastzetten (in; aan); [湯垢が] aanslaan; blijven; [m.b.t. sporen;litteken] achterblijven; erbij inbegrepen zijn; uitgerust zijn met; (2) volgen; vergezellen; achterna zitten; gaan; aan zijn zijde staan hebben; escorteren; [i.h.b.] partij kiezen; trekken voor; aan de zijde gaan staan van; (3) [m.b.t. vermogen;gewoonte;naam;idee enz.] krijgen; [energie;kennis;ervaring enz.] opdoen; verwerven; eigen worden; te beurt vallen; [癖が] een gewoonte aannemen; aankweken; ontwikkelen; zich een gewoonte aanwennen; [喫煙の癖が] zich het roken aanwennen; (4) geluk hebben; fortuinlijk zijn; het treffen; [het iem.] meezitten; goed gaan; boffen; mazzelen; [inform.] zwijnen; [inform.] sloffen; (5) zijn beslag vinden; uitgemaakt raken; in orde raken; geregeld raken; [m.b.t. contact;connectie] tot stand komen; [m.b.t. wegen;infrastructuur] aangelegd worden; (6) [m.b.t. prijskaartje] hangen aan; [goedkoper;duurder enz.] uitvallen; neerkomen op [x euro enz.]
付ける;附ける tsukeru (1) bevestigen aan; aanbrengen; aanleggen; vasthechten; vastmaken; [役馬を] spannen voor; aanhechten; hechten; [翻訳を] toevoegen; [×印を] aankruisen; [印を] afdrukken; [器具を] installeren; monteren aan; aanleggen; [接着剤で] plakken; [ばたー;くりーむ;じゃむを] smeren; [しみを] maken; aanmaken op; (2) [傷;跡を] achterlaten; nalaten; (3) zich eigen maken; aanleren; zich verwerven; [習慣を] zich aanwennen; [力を] opdoen; (4) [乳母を] engageren; aannemen; in de arm nemen; (5) [注意;目を] vestigen op; [犯人;車を] schaduwen; volgen; (6) [条件を] opleggen; [疑問符;こめんと;注文を] plaatsen; zetten; [名;味を] geven; [実;利子を] dragen; [点を] toekennen; (7) [料理を] opdienen; serveren; [仕事に片を] regelen; afdoen; afhandelen; zijn beslag geven; voor elkaar brengen; (8) [正札を] hechten; [値を] voorzien van; stellen op; (9) opschrijven; opnemen; noteren; aantekenen; boeken; [日記を] bijhouden; houden; (10) [手を] beginnen met; aanvangen; [連絡を] opnemen; [火を] aanleggen; in brand steken
伴する tomosuru begeleiden; vergezellen; volgen
修める osameru (1) studeren; oefenen; aanleren; zich eigen maken; zich bezighouden met; volgen; (2) bijwerken; bijschaven; schaven aan; beschaven; vervolmaken; ontwikkelen; vormen; cultiveren; (3) repareren; herstellen; corrigeren; verbeteren; beteren
kou (a) zich wenden; een kant opgaan; (b) intentie; streven; (c) volgen; (d) richting
尾ける tsukeru schaduwen; (op korte afstand) volgen; achtervolgen; achternazitten; nazitten; najagen
尾行する bikousuru schaduwen; (op korte afstand) volgen; in het oog houden
zoku (1) gezel; lid; verwant; medestander; (2) ondergeschiktheid; subordinatie; onderhorigheid; afhankelijkheid; (3) volgeling; onderdaan; ondergeschikte; onderhorige; (4) [Jap.gesch.] sakan 主典 [ambtenaar der 4e klasse in het ritsuryō-systeem]; (5) [Jap.gesch.] ambtenaar der hannin 判任-klasse in Meiji-Japan; klerk; (6) [biol.] geslacht; genus; (a) behoren; volgen; begeleiden; (b) overlaten; opdragen; (c) gezel; verwant; (d) [biol.] geslacht; genus
引き続く hikitsuzuku (1) blijven duren; voortduren; aanhouden; niet ophouden; continueren; altijd maar doorgaan; (2) volgen; aansluitend gebeuren; naderhand komen; erna plaatsvinden
後ろから付いて行く ushirokaratsuiteiku volgen; achternagaan; achternalopen
従う shitagau (1) volgen; begeleiden; vergezellen; aan de zijde gaan van; [時勢に] meegaan met; afdrijven met; (2) gehoorzamen; gehoorzaam zijn; opvolgen; zich houden aan; volgen; luisteren naar; zich schikken naar; zich regelen naar; zich voegen naar; naleven; handelen overeenkomstig; [規則に] in acht nemen; [判決に] zich neerleggen bij; eerbiedigen; (3) gehoorzamen (aan); toegeven aan; buigen; zich laten leiden; meeslepen door; zwichten; zich onderwerpen; zich plooien; zich neerleggen bij; (4) [職業に] uitoefenen; beoefenen; dienen (als); werkzaam zijn als; (5) afhangen van
shou (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; navolgen; (c) kalm; beheerst; (d) verticaal; noord-zuid
juu (1) nevenbelang; bijbelang; bijzaak; bijkomstigheid; zaak van bijkomend; ondergeschikt; secundair belang; (a) begeleiden; vergezellen; volgen; (b) gehoorzamen; opvolgen; (c) werkzaam zijn bij; meewerken aan; (d) [markeert een beginpunt;passagepunt]; (e) bloedverwant in de derde of verdere graad
慕う shitau (1) verlangen naar; hunkeren naar; uitzien naar; missen; (2) innig houden van; liefhebben; beminnen; graag mogen; (3) aanbidden; bewonderen; adoreren; vereren; op handen dragen; (4) volgen
捕らえる toraeru (1) vatten; pakken; grijpen; vangen; snappen; klissen; (2) te pakken krijgen; weten te vangen; [de kans] krijgen; [een idee] aangrijpen; bemachtigen; de hand leggen op; beetpakken; beetkrijgen; beetnemen; weten vast te leggen; [fig.] captiveren; (3) gevangennemen; arresteren; aanhouden; oppakken; inrekenen; [uitdr.] in de kraag vatten; [m.b.t. een bende] oprollen; [Barg.] schutten; (4) snappen; verstaan; komen achter [de waarheid enz.]; (kunnen) volgen; beethebben; begrijpen; bevatten; inzien; omvatten; (5) opvangen; zien; bemerken; gewaarworden; (6) aangrijpen; aanpakken; aandoen; roeren; ontroeren; treffen; raken; een diepe indruk maken op
服す fukusu (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
服する fukusuru (1) volgen; [命令に] opvolgen; gevolg geven aan; luisteren naar; zich voegen naar; zich schikken naar; gehoorzamen; nakomen; naleven; zich onderwerpen aan; buigen voor; zich neerleggen bij; toegeven aan; (2) [兵役に] dienen bij; in dienst zijn van; vervullen; [喪に] aannemen; [刑に] ondergaan; uitzitten; boeten; (3) doen volgen; (4) aantrekken; aandoen; zich kleden; (5) drinken; innemen; slikken
ji (1) [veroud.] volgorde; rangorde; (2) volgend; eerstvolgend; eerstkomend; aanstaand; naast; (3) [chem.] [= duidt aan dat het oxidatiegetal substandaard is]; (4) [maatwoord voor frequentie;aantal keren;volgorde;rangorde;graad]; (a) volgen; volgend; tweede; (b) volgorde; rangorde; (c) onderweg; halverwege; (d) aantal keren; frequentie; (e) verblijven; verblijfplaats; (f) sterrenbeeld; constellatie
汲む kumu (1) (water uit een put; een bron) putten; (water uit een put; een bron) scheppen; opscheppen; ophalen; (met een lepel; een spaan; etc.) uitlepelen; lepelen; oppompen; pompen; leegpompen; [酒;茶を] schenken; (2) (iemands gevoelens; denkwijze; redenering; etc.) begrijpen; snappen; meevoelen; sympathie hebben voor; zich in de gevoelens van een ander inleven; (iemand) volgen; iets in aanmerking nemen
沿う sou (1) parallel lopen met; lopen langs; langs de rand gaan van; (2) volgen; in overeenstemming zijn met; overeenkomen met; in overeenkomst zijn met; sporen met; op één lijn zijn met; doen; zijn volgens ~
準じる;准じる junjiru (1) volgen; zich richten naar; zich conformeren aan; corresponderen met; beantwoorden aan; overeenstemmen met; evenwaardig zijn met; neerkomen op; vrijwel gelijkstaan met; (2) evenredig zijn aan; in evenredigheid zijn met; (3) op een vergelijkbare manier behandeld worden als; [inform.] navenant bejegend worden
準ずる junzuru (1) volgen; naleven; zich conformeren aan; zich voegen naar; zich schikken naar; de hand houden aan; (2) overeenstemmen met; zich verhouden tot
準拠する junkyosuru volgen; gebaseerd zijn op; zich conformeren aan; conform zijn; overeenkomen met; zich richten naar; zich schikken naar; zich voegen naar
目に留める menitomeru in het oog houden; volgen; gadeslaan; een wakend oog houden op
真似る maneru imiteren; nabootsen; nadoen; na-apen; namaken; nabauwen; simuleren; [een voorbeeld e.d.] navolgen; volgen
襲用する shuuyousuru overnemen; volgen
跡を付ける;後を付ける atowotsukeru (1) sporen achterlaten; z'n stappen afdrukken; [jachtt.] spoor maken; (2) volgen; achtervolgen; achternazitten; schaduwen; (3) [Jap.gesch.] als volgende klant een meisje uit Fukagawa 深川; de clandestiene rosse buurt van Edo; engageren
跡を追う atowoou (1) volgen; in de buurt blijven van; achtervolgen; schaduwen; nalopen; nazetten; (2) iemand in de dood volgen; snel na iemand overlijden; (3) iemands voorbeeld navolgen; volgen; in iemands voetsporen; voetstappen treden
踏む fumu (1) trappen (op); treden (in); de voet zetten op; betreden; begaan; bewandelen; (2) doorlopen [van procedure enz.]; volgen; (3) schatten; ramen; taxeren (op); begroten (op); waarderen (op); appreciëren; rekenen; verwachten
踏襲する toushuusuru voortzetten; overnemen; navolgen; volgen
辿る tadoru (1) volgen; (2) nagaan; napluizen; natrekken; traceren; (3) terugvoeren tot
追い掛ける oikakeru achtervolgen; volgen; achternalopen; achternazitten; achternazetten; nalopen; de achtervolging inzetten; nazetten; narennen
追従する tsuijuusuru volgen; navolgen; nadoen; imiteren
追求する tsuikyuusuru zoeken; streven naar; nastreven; najagen; proberen te bereiken; achternazitten; heen zitten achter; achternalopen; volgen; achtervolgen; jacht maken op; proberen te pakken te krijgen; uit zijn op; zijn zinnen gezet hebben op; [fig.] vlassen op
追跡する tsuisekisuru (1) achtervolgen; achternazitten; achternazetten; nazitten; najagen; jacht maken op; op de hielen zitten; (2) volgen; nagaan; nasporen; traceren; opsporen
追随する tsuizuisuru (1) volgen; (2) navolgen; imiteren
音楽を習う ongakuwonarau muziekles nemen; volgen; naar muziekles gaan
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.45 sec. jiten.nl: 27 treffers, warandict: 39 treffers (zoekopdracht: 'volgen'). 
2005-2026