日蘭辭典+

54 resultaten voor ‘zin’
日蘭辭典 (trefwoord)
imi意味
zn. (1) [意味] beteekenis v.; zin m. (2) [旨味] bedoeling v.; belang o. ¶ 意味する beteekenen. ¶ 意味ある belangrijk; beteekenis hebben. ¶ 意味深長の met diepe beteekenis; diepzinnig; zeer belangrijk. ¶ 或る意味に於いては in zekeren zin. ¶ 意味なき zonder beteekenis; zonder zin. ¶ 意味ありげな顏つきをして見せた hij wierp mij een veelbeteekenenden blik toe.
hōdai放題
bw. naar genoegen; zooveel als men wil; naar hartelust. ¶ したい放題なことをする zijn zin volgen; doen wat men wil.
ue
zn. (1) [頂] top m. (2) [] bovenste gedeelte v.; bovenkant m. ¶ このない喜び grootste vreugde. ¶ いやがにも tot overmaat. ¶ 下からまで van onder tot boven. ¶ の bovenst; hoogst. ¶ の文 bovenstaande zin. ¶ 五つからの子供 kinderen van vijf jaaren ouder. ¶ 丘の huis op den heuvel. ¶ 其の bovendien; daarenboven. ¶ naar boven. ¶ op; bovenop; na (後に). ¶ onder invloed van drank. ¶ 歸京の toen ik in Tokyo terug kwam. ¶ 再考ので bij nadere overweging. ¶ かくなるは nu het zoover gekomen is. ¶ ……のに出る overtreffen; meer zijn dan. ¶ 一番は八つです het oudste kind is acht. ¶ にはある niets is volmaakt; alles is voor verbetering vatbaar.
monku文句
zn. (1) [] zin v.; uitdrukking v. (2) [不平] klacht v. ¶ 定り文句 vaste uitdrukking; conventioneele phrase. ¶ 文句なしに zonder mopperen. ¶ 文句あるなら言って見ろ als het je niet bevalt, dan heb je het maar te zeggen.
kimama氣儘
(気まま, 気儘) zn. eigenzinnigheid v.; zelfzucht v. ¶ 氣儘な eigenzinnig; zelfzuchtig. ¶ 氣儘にする precies doen, wat men zelf wil; alleen met eigen inzicht rekening houden; zijn eigen zin volgen.
mama
(まま) bw. (1) [其の儘] zooals het is; in den tegenwoordigen toestand. (2) [意の] naar verkiezen; zoals men wil. ¶ で met zijn schoenen aan. ¶ 聞いた話す vertellen zooals men het gehoord heeft. ¶ もとのである hetzelfde gebleven zijn; onveranderd zijn. ¶ 何卒其 derangeer u niet; blijft toch zitten. ¶ 思ふする doen wat men wil; zijn eigen zin doen. ¶ なるなら als ik mijn zin kreeg. ¶ そのにして置く het erbij laten; geen moeite doen het te veranderen.
shūshin執心
zn. toewijding v.; gehechtheid v. ¶ 執心する toegewijd zijn; gehecht zijn aan; gesteld zijn op; zijn zinnen zetten op.
naka

zn. verhouding v.; betrekking v. ¶ 深い intieme relatie; innige verhouding. ¶ 惡い oneenigheid hebben; kwestie hebben. ¶ よい bevriend zijn.

kōtei肯定

zn. bevestiging v. ¶ 肯定的 bevestigend; in bevestigenden zin. ¶ 肯定する bevestigen; „jaantwoorden.

ku

zn. vers o.; regel m.; zin m.; zinsnede v. ¶ 句を切る in zinnen verdeelen; interpunctioneeren.

kyōgi狹義

(狭義) zn. beperkte beteekenis v. ¶ 狹義に in engeren zin.

zokushin俗心

zn. wereldsche zin m.

zokki俗氣

(俗気) zn. wereldsche gezindheid v.; vulgaire zin m. ¶ 俗氣ある wereldsch; laag bij den grond; alledaagsch.

zokku俗句

zn. gewone uitdrukking v.; afgezaagde phrase v.; alledaagsche zin m.

zentai全體

(全体) zn. (1) [全部] geheel o.; al o.; totaal o. bw. (2) [元來] van nature; uit den aard der zaak; uiteraard. (3) [概して] over het algemeen; in algemeenen zin. ¶ 全體の volledig; totaal; al; geheel. ¶ 歐洲全體に in geheel Europa; overal in Europa. ¶ これで全體です dat is alles. ¶ 全體何が欲しいのだらう wat wil hij toch? ¶ 全體誰の許を受けてそんなことをした wie heeft je in godsnaam vergunning gegeven zoo iets te doen?

zenbun前文

zn. voorafgaande zin m.; voorafgaande toelichting (條約の) v.

zeibun贅文

zn. overtollige zin .

yūgen幽玄

zn. mysterie v.; diepe zin m.

yoi好い

bn. (1) [善良] goed. (2) [より良い] beter. (3) [美なる] mooi; fraai. (4) [好ましい] lief; aangenaam; prettig. (5) [十分] voldoende. (6) [正しい] juist; oprecht. (7) [許可] geoorloofd. i.w. (8) [構はぬ] komt er niet op aan; doet er niet toe; laat maar. ¶ 好い天氣 mooi weer. ¶ 胃によい goed voor de maag. ¶ しなくてもよい niet noodig om te doen; onnoodig. ¶ よい樣にする doen als men wil; eigen zin volgen. ¶ 外出してもよいか mag ik uitgaan? ¶ 今日來ればよいが ik hoop maar, dat hij vandaag komt. ¶ 君と一緒に行つてもよい ik heb er geen bezwaar tegen met je mee te gaan.

wake

(訳) zn. (1) [理由] reden v.; grond m. (2) [原因] oorzaak v. (3) [意味] beteekenis v.; bedoeling v.; zin m. (4) [仔細] bijzonderheden v.mv.; omstandigheden v.mv. ¶ から云ふ譯で daarom; in verband hiermede. ¶ どう云ふ譯で waarom. ¶ 譯の分つた redelijk; voor rede vatbaar. ¶ 譯の分らぬ話 onzinpraat; wartaal. ¶ 譯もなく ongemotiveerd; zonder reden. ¶ 譯なく zoo maar; gemakkelijk.

wagamama我儘

zn. eigenwijsheid v.; eigenzinnigheid v. ¶ 我儘の eigenwijs; eigenzinnig; ongehoorzaam. ¶ 我儘をする zijn eigen zin doordrijven; eigenwijs zijn.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zin>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
お好み okonomi [hon.] keuze; voorkeur; zin; smaak; believen
ウィル wiru (1) [American football] weakside linebacker; (2) wil; zin; [twitterjargon] plan; voornemen; (3) Will
センス sensu gevoel; zin; besef
傾斜 keisha (1) helling; glooiing; [w.g.] afloop; schuinte; hellend oppervlak; het schuin aflopen; inclinatie; [scheepv.] slagzij; (2) geneigdheid; inclinatie; neiging; hang; zin
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
張り合い hariai (1) wedijver; competitie; concurrentie; rivaliteit; mededinging; emulatie; ijverzucht; (2) zin; nut; waarde
張り hari (1) spanning; gespannenheid; tensie; (2) veerkracht; rek; (3) gevoel van gedrevenheid; motivatie; zin; animo; lust; (4) kramp; krampscheut; spierkramp; (5) [maatwoord voor tenten e.a. zaken die opgezet;opgeslagen worden]
kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
kokorozashi (1) wil; wens; (2) intentie; opzet; voornemen; zin; streven; ambitie; aspiratie; (3) vriendelijkheid; welwillendheid; goedheid; attentheid; (4) kleinigheid; aardigheid; presentje; klein geschenk; kleine attentie
意味 imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
意図 ito bedoeling; oogmerk; voornemen; intentie; opzet; plan; zin; [veroud.] raad; [Belg.N.;niet alg.] inzicht
意志に反して ishinihanshite tegen z'n wil; zin
意欲 iyoku wil; lust; zin; tuk; het willen; begeerte; ambitie; gedrevenheid
意気 iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
意義 igi (1) betekenis; (2) zin; nut
i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
感覚 kankaku (1) gevoel; gevoelen; gewaarwording; zin; sensatie; (2) gevoeligheid; sensitiviteit
文章 bunshou (1) zin; passage; locus; plaats; tekst; (2) opstel; artikel; schriftstuk; geschrift; [i.h.b.] stijl
bun (1) geschrift; opstel; tekst; stijl; (2) literatuur; letteren; [i.h.b.] de pen; (3) zin; (4) [maatwoord voor zinnen]
気乗り kinori (1) [~がする] belangstelling hebben voor; belang stellen in; genegen zijn; lust hebben tot; de lust bekruipt iem. om; zin; goesting; trek hebben in; om; veel voelen voor; warmlopen voor; (2) [~がしない] geen belangstelling hebben voor; geen belang stellen in; onwillig; ongeïnteresseerd zijn; zich ongenegen betonen; er niet veel voor voelen om; geen zin; goesting; trek hebben in; om; niet warmlopen voor; niet in de stemming zijn voor; om; zich niet geroepen voelen tot
為る気 suruki wil; zin; lust; bereidheid; bereidwilligheid
甲斐 kai (1) zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes; (2) [Jap.gesch.] de provincie Kai; (3) de stad Kai
知覚 chikaku waarneming; gewaarwording; perceptie; beleving; gevoel; zin
積極 sekkyoku ondernemingszin; positivisme; optimisme; activisme; streven; animo; zin
gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
色気 iroke (1) kleurgeving; coloriet; kleurschakering; (2) erotische aantrekkingskracht; sexappeal; verleidelijkheid; bekoring; (3) charme; bekoorlijkheid; aantrekkelijkheid; (4) seksuele belangstelling; seksueel bewustzijn; seksualiteit; (5) vrouwelijke touch; elegantie; (6) belangstelling; interesse; ambitie; zin; [Belg.N.] goesting
gyou (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes;regels]
観念 kannen (1) idee; begrip; concept; notie; denkbeeld; gedachte; besef; gevoel; zin; [inform.] benul; (2) [fil.] intentie; (3) berusting; gelatenheid; resignatie; overgave; het voorbereid zijn; (4) [boeddh.] meditatie; mindfulness; anusmṛti
訳合い wakeai (1) betekenis; zin; (2) reden; zin; motief; (3) omstandigheid; omstandigheden; circumstantie; gesteldheid
訳;わけ wake (1) betekenis; zin; (2) rede; redelijkheid; (3) omstandigheden; reden; (4) [gebruikt als een loos naamwoord]
kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
shu (1) [boeddh.] gati; ± bestaanswereld; (a) zich begeven; (b) gedachte; zin; (c) smaak; gevoel; voorkomen; (d) [boeddh.] gati
遣る気 yaruki wil; zin; lust; bereidheid; bereidwilligheid
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.42 sec. jiten.nl: 21 treffers, warandict: 33 treffers (zoekopdracht: 'zin'). 
2005-2026