RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zin>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
De weergave van het Japans van de resultaten hieronder is gespeld in een vorm van
waapuro-spelling. De spelling komt overeen met de originele spelling in
hiragana in het Japans. De verschillen met de
Hepburn-spelling van de overige resultaten zijn eenvoudig:
| spelling |
uitspraak |
| uu |
lang aangehouden /oe/ (Hepburn spelling: ū) |
| ou |
lang aangehouden /o/ (Hepburn spelling: ō) |
| (soms, als in 酔う you "dronken zijn") uitspraak: /o/ + /oe/ |
| ei |
lang aangehouden /ee/ (dit is identiek in Hepburn spelling) |
| ha |
/ha/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling) |
| alleen voor het partikel は: uitspraak /wa/ |
| he |
/he/ (identiek aan Nederlands en Hepburn spelling |
| alleen voor het partikel へ: uitspraak /e/ |
[verberg]
お好み okonomi [hon.] keuze; voorkeur; zin; smaak; believen
ウィル wiru (1) [American football] weakside linebacker; (2) wil; zin; [twitterjargon] plan; voornemen; (3) Will
センス sensu gevoel; zin; besef
傾斜 keisha (1) helling; glooiing; [w.g.] afloop; schuinte; hellend oppervlak; het schuin aflopen; inclinatie; [scheepv.] slagzij; (2) geneigdheid; inclinatie; neiging; hang; zin
効 kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
張り合い hariai (1) wedijver; competitie; concurrentie; rivaliteit; mededinging; emulatie; ijverzucht; (2) zin; nut; waarde
張り hari (1) spanning; gespannenheid; tensie; (2) veerkracht; rek; (3) gevoel van gedrevenheid; motivatie; zin; animo; lust; (4) kramp; krampscheut; spierkramp; (5) [maatwoord voor tenten e.a. zaken die opgezet;opgeslagen worden]
心 kokoro (1) geest; ziel; (2) hart; innerlijk; inborst; aard; karakter; (3) gevoel; gevoelens; emotie; sentiment; hartstocht; (4) hartelijkheid; cordialiteit; warmte; vriendelijkheid; oprechtheid; eerlijkheid; (5) sympathie; genegenheid; medegevoel; deelneming; (6) aandacht; attentie; interesse; belangstelling; (7) geheugen; memorie; herinneringsvermogen; (8) wil; wilskracht; (9) intentie; bedoeling; (10) stemming; humeur; gemoedsgesteldheid; (11) betekenis; ware betekenis; zin; antwoord; het waarom
志 kokorozashi (1) wil; wens; (2) intentie; opzet; voornemen; zin; streven; ambitie; aspiratie; (3) vriendelijkheid; welwillendheid; goedheid; attentheid; (4) kleinigheid; aardigheid; presentje; klein geschenk; kleine attentie
意味 imi (1) betekenis; zin; (2) bedoeling; strekking; belang; punt waar het op aankomt; (3) implicatie; gevolgtrekking
意図 ito bedoeling; oogmerk; voornemen; intentie; opzet; plan; zin; [veroud.] raad; [Belg.N.;niet alg.] inzicht
意志に反して ishinihanshite tegen z'n wil; zin
意欲 iyoku wil; lust; zin; tuk; het willen; begeerte; ambitie; gedrevenheid
意気 iki (1) energie; lust; zin; [Belg.N.] goesting; graagte; geestdrift; ijver; enthousiasme; (2) lef; durf; moed; pit; spirit; flinkheid; karakter; moreel; daadkracht; (3) aard; karakter; gemoed; hart
意義 igi (1) betekenis; (2) zin; nut
意 i (1) gevoel; gevoelen; betuiging; mening; gedachte; opinie; (2) voornemen; wil; zin; plan; [Belg.N.] gedacht; intentie; wens; (3) aandacht; attentie; zorg; behartiging; (4) voorkeur; zin; smaak; (5) zin; betekenis; bedoeling; teneur; strekking; inhoud; (6) goede gezindheid; genegenheid; (7) [boeddh.] geest; ziel
感覚 kankaku (1) gevoel; gevoelen; gewaarwording; zin; sensatie; (2) gevoeligheid; sensitiviteit
文章 bunshou (1) zin; passage; locus; plaats; tekst; (2) opstel; artikel; schriftstuk; geschrift; [i.h.b.] stijl
文 bun (1) geschrift; opstel; tekst; stijl; (2) literatuur; letteren; [i.h.b.] de pen; (3) zin; (4) [maatwoord voor zinnen]
気乗り kinori (1) [~がする] belangstelling hebben voor; belang stellen in; genegen zijn; lust hebben tot; de lust bekruipt iem. om; zin; goesting; trek hebben in; om; veel voelen voor; warmlopen voor; (2) [~がしない] geen belangstelling hebben voor; geen belang stellen in; onwillig; ongeïnteresseerd zijn; zich ongenegen betonen; er niet veel voor voelen om; geen zin; goesting; trek hebben in; om; niet warmlopen voor; niet in de stemming zijn voor; om; zich niet geroepen voelen tot
為る気 suruki wil; zin; lust; bereidheid; bereidwilligheid
甲斐 kai (1) zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes; (2) [Jap.gesch.] de provincie Kai; (3) de stad Kai
知覚 chikaku waarneming; gewaarwording; perceptie; beleving; gevoel; zin
積極 sekkyoku ondernemingszin; positivisme; optimisme; activisme; streven; animo; zin
義 gi (1) gerechtigheid; recht; rechtvaardigheid; gerechtvaardigdheid; gerechtige zaak; (2) betekenis; inhoud; zin; strekking; (3) band; betrekking; relatie; (4) aangetrouwd; behuwd-; schoon-; (5) kunst-; vals
色気 iroke (1) kleurgeving; coloriet; kleurschakering; (2) erotische aantrekkingskracht; sexappeal; verleidelijkheid; bekoring; (3) charme; bekoorlijkheid; aantrekkelijkheid; (4) seksuele belangstelling; seksueel bewustzijn; seksualiteit; (5) vrouwelijke touch; elegantie; (6) belangstelling; interesse; ambitie; zin; [Belg.N.] goesting
行 gyou (1) lijn; rij; zin; regel; (2) religieuze strengheid; soberheid; zelfdiscipline; ascetisme; (3) [boeddh.] saṃskāra; (4) [boeddh.] saṃskṛta; (5) [boeddh.] carita; caryā; (6) [boeddh.] gamana; (7) [fil.] praktijk; (8) [wisk.] rij; (9) [comp.] tupel; (10) halfcursiefschrift; (11) [ritsuryō] het teken 行; geplaatst tussen rang- en ambtsnaam; (12) [maatwoord voor tussenruimtes;regels]
観念 kannen (1) idee; begrip; concept; notie; denkbeeld; gedachte; besef; gevoel; zin; [inform.] benul; (2) [fil.] intentie; (3) berusting; gelatenheid; resignatie; overgave; het voorbereid zijn; (4) [boeddh.] meditatie; mindfulness; anusmṛti
訳合い wakeai (1) betekenis; zin; (2) reden; zin; motief; (3) omstandigheid; omstandigheden; circumstantie; gesteldheid
訳;わけ wake (1) betekenis; zin; (2) rede; redelijkheid; (3) omstandigheden; reden; (4) [gebruikt als een loos naamwoord]
詮 kai zin; nut; waarde; voordeel; resultaat; succes
趣 shu (1) [boeddh.] gati; ± bestaanswereld; (a) zich begeven; (b) gedachte; zin; (c) smaak; gevoel; voorkomen; (d) [boeddh.] gati
遣る気 yaruki wil; zin; lust; bereidheid; bereidwilligheid