
日
蘭
蘭
辭
典
典
日蘭辭典+
日蘭辭典 (trefwoord)
akuseku suru・齷齪する
i.w. zwoegen.
RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <zwoegen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
勤しむ isoshimu hard; zwaar; vlijtig; ijverig; toegewijd; onvermoeid; naarstig; noest werken; zwoegen; [uitdr.] zwoegen en ploegen; beulen; bikkelen; pezen; ploeteren; sappelen; zich afrepen; [Belg.N.] travakken; [inform.] peunen; [inform.] stompen; [Ind.N.] pikeren; [niet alg.] adammen; [niet alg.] bokselen; [niet alg.] kneukelen; [niet alg.] porren; [niet alg.] puggen; [niet alg.] schrooien; [inform.] bavianen; [Barg.] ezelen; [Barg.] pegelen; [Barg.] piezakken
喘ぎ aegi gehijg; gejaagde; snelle; zware; sterke ademhaling; het hijgen; snakken; puffen; zuchten; zwoegen; gepuf; gesnak; gezucht; [w.g.] zuchting
喘ぐ aegu (1) hijgen; naar adem snakken; naar lucht happen; puffen; zwaar; gejaagd; snel; sterk ademhalen; zuchten; zwoegen; oefen; [gew.] hechten; [gew.] hijmen; [gew.] poesten; [gew.] poezen; (2) lijden (onder); te lijden hebben; sukkelen; zuchten; gebukt gaan; worstelen (met); zwoegen
汗を流す asewonagasu (1) zich in het zweet werken; hard; ijverig werken; noeste arbeid verrichten; zwoegen; zich afsloven; sloven; ploeteren; tobben; sjouwen; [Belg.N.] wroeten; pezen; (2) zweet wegwassen
汗水流す asemizunagasu zich in het zweet werken; hard werken; zwaar werk verrichten; noeste arbeid verrichten; zwoegen; zich afsloven; sloven; pezen; ploeteren; tobben; sjouwen; [Belg.N.] wroeten
波打つ namiutsu (1) beuken (tegen); slaan (tegen); klotsen (tegen); (2) [fig.] golven; deinen; op en neer gaan; zwoegen
苦しむ kurushimu (1) lijden; afzien; (2) gekweld worden; zuchten onder; (3) in moeilijkheden zijn; zich in benarde omstandigheden bevinden; in nood zijn; (4) zich zwaar zorgen maken over; piekeren over; tobben over; (5) niet weten wat gedaan; ten einde raad zijn; in de war zijn; perplex staan; (6) grote moeite doen; alle moeite van de wereld doen; zich afbeulen; zich zwaar inspannen; zwoegen; slaven
苦労する kurousuru (1) moeilijkheden ondervinden; moeilijkheden hebben; in moeilijkheden zijn; ellende ondergaan; afzien; […をするのに~] aanhikken tegen; opzien tegen; (2) veel moeite doen; zich veel moeite getroosten; een zware inspanning leveren; zich afbeulen; zware arbeid verrichten; zwoegen; (3) zich bezorgd maken over; bezorgd zijn over; angstig zijn; bang zijn; tobben over
足掻く agaku (1) [牛;馬が] dabben; stampen; stampvoeten; [gew.] trampen; (2) worstelen; wriemelen; trappelen; spartelen; woelen; (3) streken uithalen; rommelen; (4) zwoegen; ploeteren; ploegen; hard in de weer zijn; (5) [jōruri-jargon] z'n mond roeren; vaktaal gebruiken
踠く mogaku wringen; kronkelen; wriemelen; wriggelen; zich in bochten wringen; draaien; worstelen; kampen; ploeteren; zwoegen; spartelen; vechten (om te overleven)
骨折る honeoru (1) zich zwaar inspannen; een zware inspanning leveren; zich tot het uiterste inzetten; veel; heel wat moeite doen; heel wat inspanningen doen; zich geweldig beijveren; zich veel moeite getroosten; zich uitsloven; zwoegen; zich afbeulen; ploeteren; erg z'n best doen; zich duchtig weren; (2) een dienst bewijzen; van dienst zijn; z'n invloed aanwenden
Tijd: 1.66 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 11 treffers (zoekopdracht: 'zwoegen').
2005-2026
