日蘭辭典+

9 resultaten voor ‘inspannen’
日蘭辭典 (trefwoord)
hataraku働く
i.w. (1) [勞働] arbeiden; werken. (2) [骨折る] zich inspannen. t.w. (3) [犯す] plegen; begaan; doen. ¶ 働いて居る aan het werk zijn. ¶ 生計の働く werken voor zijn brood. ¶ 惡事働く misdaden begaan.
honeoru骨折る
i.w. zwoegen; zich inspannen. ¶ 骨折って儲けた zuur verdiend. ¶ の折れぬ gemakkelijk; licht.
jinryoku盡力
(尽力) zn. poging v.; streven o.; inspanning v. ¶ 盡力する zich inspannen; zijn uiterste best doen; ernstig streven.
dasu出す

t.w. (1) [突出] uitstrekken; uitsteken. (2) [取出] uithalen; voor den dag halen. (3) [を] aanwenden; inspannen. (4) [發送] verzenden; sturen. (5) [發行] uitgeven. (6) [食事を] opdienen; serveeren. (7) [解雇] ontslaan. (8) [差出] inzenden. (9) [拂ふ] betalen. (10) [開業] beginnen. (11) [產出] voortbrengen. (12) [口に] zeggen. (13) [供給] aanschaffen. ¶ 出す bladeren krijgen. ¶ 質物を出す pand terughalen. ¶ 狂言をだす comedie opvoeren. ¶ 寄附出す bijdrage schenken. ¶ 國旗を出す nationale vlag uitsteken. ¶ 切符をを出しなさい verzoeke uw kaartjes te vertoonen. ¶ 降り出す beginnen te regenen. ¶ 泣き出す beginnen te huilen.

kushin苦心

zn. (1) [心配] zorg v. (2) [努力] moeite v.; inspanning v. ¶ 苦心する zich inspannen; zich veel moeite geven.

zenryoku全力

zn. alle macht v.; alle krachten v.mv. ¶ 全力を盡す zijn uiterste best doen; alle krachten inspannen. ¶ 全力を盡して met alle macht; met hart en ziel.

tsukusu盡す

(尽くす) t.w. (1) [消費] verbruiken; opgebruiken; uitputten. (2) [果す] volbrengen; vervullen; voleindigen; voltooien. i.w. (3) [盡力する] zich inspannen. ¶ 喰ひ盡す opeten. ¶ 國の爲に盡す zijn krachten geven aan het vaderland. ¶ 深切を盡す zich uitputten in vriendelijkheid. ¶ 百方手を盡す geen middel onbeproefd laten. ¶ 己の分を能く盡す zijn taak goed volbrengen. ¶ 言語に盡し難き onbeschrijfelijk.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <inspannen>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
張り詰める haritsumeru (1) spannen; inspannen; opspannen; strak trekken; (2) zich uitstrekken (over het hele oppervlak); zich uitspreiden over; zich vormen
絞る;搾る shiboru (1) persen; pijnen; pressen; uitpersen; uitknijpen; wringen; uitwringen; [牛乳;乳を] melken; [涙を] trekken; (2) inspannen; forceren; [智恵を] afpijnigen; pijnigen; [弓を] opspannen; spannen; [従業員を] zwaar drillen; zwaar trainen; (3) afdwingen; afzetten; afpersen; uitzuigen; knevelen; plukken; uitbuiten; exploiteren; (4) berispen; een uitbrander; schrobbering; standje geven; onder handen nemen; ernstig onderhouden; duchtig doorhalen; flink aanpakken; ervan langs geven; uitfoeteren; scherp terechtwijzen; [uitdr.] de mantel uitvegen; [uitdr.] de oren wassen; [uitdr.] het vuur na aan de schenen leggen; [uitdr.] door de wringer halen; (5) (alleen 絞る) samentrekken; dichtrijgen; [れんずを] sluiten; diafragmeren; (6) (alleen 絞る) lager; zachter zetten; minderen; verminderen; reduceren; doen afnemen; [えんじんを] smoren; knijpen; (7) (alleen 絞る) beperken; limiteren; terugbrengen; verengen; verfijnen; (8) (alleen 絞る) [sumō-jargon] in bedwang houden; eronder houden; inklemmen; zijn bewegingsvrijheid ontnemen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.28 sec. jiten.nl: 7 treffers, warandict: 2 treffers (zoekopdracht: 'inspannen'). 
2005-2026