t.w. snijden; snerpen. ¶ 耳を劈く in de ooren snerpen; de ooren verscheuren. ¶ 肌を劈く樣な風 scherpe wind, die door merg en been gaat. ¶ 電光一閃天を劈く een bliksemstraal doorklieft de lucht.
Tijd: 1.27 sec. jiten.nl: 1 treffer, (zoekopdracht: '劈く').