日蘭辭典+

8 resultaten voor ‘verscheuren’
日蘭辭典 (trefwoord)
yaburu破る
t.w. (1) [裂く] scheuren. (2) [破壞] breken. i.w. (3) [犯す] zich vergrijpen tegen; t.w. breken. t.w. (4) [負かす] verslaan. (5) [計畫を] beletten; verhinderen. (6) [産を] verkwisten. ¶ 破り難き onbreekbaar; onoverwinnelijk. ¶ 約束を破る belofte schenden. ¶ 手紙を破る brief verscheuren.
tsunzaku劈く

t.w. snijden; snerpen. ¶ 耳を劈く in de ooren snerpen; de ooren verscheuren. ¶ 肌を劈く樣な風 scherpe wind, die door merg en been gaat. ¶ 電光一閃天を劈く een bliksemstraal doorklieft de lucht.

RESULTATEN japansnederlandswoordenboek.org voor <verscheuren>
Info over de soms afwijkende spelling van het Japans hieronder.
千切る chigiru (1) verscheuren; aan flarden; stukken rijten; in repen scheuren; stukscheuren; (2) afscheuren; scheuren; afrijten; losrukken; losrijten; losscheuren; [m.b.t. bessen;druiven enz.] afristen; afplukken; aftrekken
引き千切る hikichigiru afrukken; afscheuren; aftrekken; uitscheuren; uitrukken; uittrekken; verscheuren; [花を] plukken
引き裂く hikisaku (1) verscheuren; aan flarden; in stukken; in snippers scheuren; aan stukken rijten; uiteenrukken; (2) [fig.] verscheuren; splijten; uit elkaar scheuren; van elkaar scheiden; van elkaar wegrukken
破く yabuku [het behangsel enz.] stuktrekken; scheuren; stukscheuren; [een brief e.d.] doorscheuren; verscheuren; rijten
破る yaburu (1) scheuren; stuktrekken; stukscheuren; doorscheuren; verscheuren; rijten; (2) breken; stukmaken; vernielen; afbreken; [een deur] inbeuken; forceren; openbreken; inslaan; [een ruit] intikken; stukslaan; verbrijzelen; [een muur] doorslaan; uitbreken; (3) [openbare orde] verstoren; [iemands droom] aan scherven slaan; [de harmonie] verbreken; [de stilte] doorbreken; [een record] verbeteren; breken; (4) [iemands plannen] doorkruisen; dwarsbomen; verijdelen; frustreren; (5) [zijn belofte] schenden; inbreken in [een gebouw]; [een bank] kraken; [een traditie] loslaten; [spelregels] overtreden; inbreuk maken op [iemands rechten]; met voeten treden; zondigen tegen [een gebod]; (6) ontsnappen uit [de gevangenis]; heenbreken door [een barrière]; uitbreken uit; (7) [de vijand] verslaan; overwinnen; [de tegenstander] kloppen; (8) verwonden; wonden; een wond toebrengen aan; kwetsen; blesseren; bezeren; [de huid] openhalen; (9) krenken; grieven; deren; aantasten; ontstemmen
裂く;割く saku (1) scheuren; verscheuren; rijten; openrijten; splijten; splitsen; kloven; klieven; doorklieven; [i.h.b.] scheiden; (2) [m.b.t. hart] kwellen; verdriet doen
Resultaten van japansnederlandswoordenboek.org   
Tijd: 1.44 sec. jiten.nl: 2 treffers, warandict: 6 treffers (zoekopdracht: 'verscheuren'). 
2005-2026